Renteverhoging? Nu heeft de ECB het over een lágere rente

Monetair beleid De ECB zet de ultralage rente tot medio 2020 vast en besprak een renteverlaging voor daarna. Ook het opkopen van leningen is weer een optie.

Mario Draghi, president van de ECB, op een eerdere bijeenkomst in Frankfurt.
Mario Draghi, president van de ECB, op een eerdere bijeenkomst in Frankfurt. Foto Ralph Orlowski/Reuters

Een half jaar tijd is voldoende voor centrale banken om het roer helemaal om te gooien. Dat blijkt het geval bij de Amerikaanse Federal Reserve (Fed), die eind vorig jaar voor het laatst de rente verhoogde en waar bestuurders nu praten over een lágere rente. En dat is ook zo bij de Europese Centrale Bank, zo bleek donderdag bij een persconferentie van ECB-president Mario Draghi. Inmiddels staat ook in het eurogebied weer een renteverlaging ter discussie.

Toen de ECB in december haar grote geldsproeimachine – de opkoop van staats- en bedrijfsleningen – had stopgezet, leek de tijd nog rijp voor de eerste verhoging van de rente sinds 2011. Na de zomer van dit jaar zou de extreem lage rente voor banken die geld stallen bij de ECB – minus 0,4 procent – weer omhoog kunnen. En daarna ook weer het hoofdtarief voor banken die lenen bij de ECB (0 procent). Immers, zei Draghi toen, het inflatiedoel van de ECB van krap 2 procent komt langzaam binnen bereik.

Nu is het beeld volledig anders. In maart al nam de ECB gas terug: de rente zou tot in december ongewijzigd blijven. Donderdag kwam daar nog eens zeven maanden bovenop: tot medio 2020 blijft de rente op het huidige ultralage niveau, zo denkt de ECB nu. En dan? Enkele leden van het ECB-bestuur bepleitten een verdere verláging – niet verhoging – van de rente na die datum, zei Draghi na een vergadering in het Litouwse Vilnius.

Nieuw opkoopprogramma

Er kwam meer nieuws uit Vilnius: het 25-koppige ECB-bestuur, met daarin de president van De Nederlandsche Bank Klaas Knot, heeft de mogelijkheid besproken van een nieuw opkoopprogramma. Tot en met afgelopen december kocht de ECB ruim 2.500 miljard euro aan staats-en bedrijfsschuld op. Ze betaalde daarvoor met geld dat de financiële markten invloeide en moest leiden tot meer inflatie. Inmiddels ligt de inflatie (1,2 procent) weer fors onder het ECB-doel. De prognoses voor de inflatie van de komende jaren moesten weer naar beneden worden bijgesteld.

Lees ook: Bezweek de Amerikaanse centrale bank onder druk van Trump?

„We zijn vastbesloten om te handelen als de omstandigheden tegenzitten”, zei Draghi. „Alle” opties liggen open. Nu alvast maakte Draghi soepele voorwaarden bekend voor de extra langetermijnleningen aan banken die de ECB in maart aankondigde. Met deze leningen kunnen banken krediet aan burgers en bedrijven goedkoop afdekken. Banken die meer geld uitlenen aan de private sector kunnen onder voorwaarden tegen een negatief rentepercentage lenen bij de ECB (tot minus 0,3 procent) – wat betekent dat de ECB toelegt op deze financiering.

Waarom al dat extra geschut van de centrale bank? Draghi verwees naar „langdurige wereldwijde onzekerheden” die de economische groei raken, waaronder het protectionisme. Ongetwijfeld zal hebben meegespeeld dat de Fed ook een renteverlaging overweegt. Dat is een risico voor de ECB. Bij een lagere rente in de VS wordt de dollar goedkoper ten opzichte van de euro. Dat is slecht voor Europese exporteurs en kan de matig groeiende eurozone in een recessie duwen.

Het lage rentelandschap dat de ECB uittekende, betekent dat rentetarieven in Nederland waarschijnlijk ook langer laag blijven. Denk aan de rente die je bij de bank op je spaarrekening krijgt, maar ook aan de hypotheekrente, die wordt beïnvloed door de kapitaalmarktrente (de langetermijnrente). De lage kapitaalmarktrente is zeker niet alleen het gevolg van monetair beleid. Deze daalt al heel lang, onder meer omdat er minder investeringen zijn door de vergrijzing. Maar de ECB is hierin wél een factor. Pensioenfondsen zullen de pijn van de lage rente de komende jaren blijven voelen.

Tot voor kort werd nog gesproken over de ‘normalisering’ van het monetair beleid. Na jaren van ‘onconventioneel’ beleid na de financiële crisis, met rentes onder de nul en massale aankopen van schuld, zouden centrale banken weer een pas op de plaats maken. Die normalisering lijkt, met de nieuwe renteverlagingen en opkopen die ter discussie staan, heel ver weg. Er gebeurt eerder iets anders: wat ‘onconventioneel’ was, wordt het nieuwe normaal.

Van crisis naar crisis

Tijdens de achtjarige ambtstermijn van Mario Draghi, die op 31 oktober dit jaar afloopt, verhoogde de ECB niet eenmaal de rente. Op een vraag van een journalist hoe het staat met de normalisering van het monetaire beleid, antwoordde Draghi met een wedervraag: „Is de wereld normaler dan een jaar geleden, of drie jaar geleden?” Hij noemde een serie crises waarop de ECB moest reageren: de financiële crisis, de staatschuldencrisis, de Griekse crisis, en nu het protectionisme.

Zo tekent zich wel een patroon af waarbij de ECB (en andere centrale banken) telkens verder het lagerentemoeras inzakken om allerlei crises te bezweren waarvoor toch vooral de politiek verantwoordelijkheid draagt. Aan Draghi’s opvolger alvast de vraag of hij of zij niet eens uit dat moeras wil gaan kruipen.