Opinie

‘Oranje Leeuwinnen’ katalysator van professionalisering

Vrouwenvoetbal

Commentaar

Oranjegekte kun je het nog niet noemen, maar Nederland heeft onmiskenbaar zin in het WK-voetbal voor vrouwen dat deze vrijdag in Frankrijk begint. Er is kans op sportief succes, met een nationaal feestje in de zomer als sluitstuk, 45 jaar na de traumatische, verloren WK-mannenfinale. Dat is ook voor sceptische mannenvoetballiefhebbers een wenkend perspectief. Er zijn tv-commercials, billboards in grote steden en een WK-lied: ‘Wij zijn Nederland’.

Dat ‘wij’ werd op het voetbalveld tot diep in de twintigste eeuw anders gedefinieerd. Vrouwen hoorden daar niet. Kicksen, afgezakte sokken en korte broeken pasten hun niet. Voetbal was een mannensport. Dat was de heersende opvatting en die hield lang stand. Pas in de begin van de jaren zeventig werd het vrouwenvoetbal door de Nederlandse voetbalbond erkend. In 1991, 61 jaar na de mannen, kregen de vrouwen hun eerste officiële WK. De canon van het vrouwenvoetbal bestaat dus vooral uit actuele geschiedenis.

Het WK-vrouwen is behalve een sportief evenement ook een bevestiging van een van de grootste veranderingen in het voetbal sinds deze sport in Engeland werd geïntroduceerd. Na de ‘democratisering’ van het voetbal – van elitaire bezigheid tot volkssport – en later de internationale professionalisering, staat de mondiale voetbalgemeenschap aan het begin van een nieuwe genderorde.

Vrouwen- en meisjesvoetbal zijn in Nederland in relatief korte tijd explosief gegroeid. Niettemin is het voetbal nog altijd een mannenbolwerk. Onder bestuurders en trainers zijn vrouwen sterk ondervertegenwoordigd.

Het is aan Oranje om de emancipatie van het vrouwenvoetbal vaart te geven. Dankzij de Europese titel van 2017 in eigen land zorgde de selectie voor een doorbraak in de publieke acceptie van de sport, met fris spel, spelplezier, teamgeest en sportief gedrag. Het enthousiasme wordt gedragen door speelsters van grote internationale clubs. Spelers als Lieke Martens, Vivianne Miedema en Shanice van de Sanden hebben hun sport uit de anonimiteit gehaald. Zij vormen de voorhoede van de professionalisering.

De grotere waardering voor het vrouwenvoetbal gaat gepaard met de bredere erkenning dat het gaat om een andere, eigen tak van de voetbalsport, met een eigen kwaliteiten en een eigen cultuur. De vergelijking met mannenvoetbal en zijn geschiedenis van meer dan een eeuw is unfair.

De rol van Oranje is paradoxaal: door de recente successen vertrekken de toptalenten naar het buitenland en blijft er op nationaal niveau nog maar weinig draagvlak voor een volwaardige eredivisie. Daardoor hebben betaald-voetbalclubs andere prioriteiten dan een vrouwenteam, net als de sponsors en de publieke belangstelling is gering.

Kapitaalkrachtige clubs zouden het initiatief kunnen nemen met een vrouwentak. Niet uit politieke correctheid, maar als onderdeel van het eigen merk. Vroeg of laat zullen profclubs niet om het vrouwenvoetbal heen kunnen. De KNVB heeft het goede voorbeeld gegeven met de verhoging van de vergoedingen van de ‘Oranje Leeuwinnen’ tot op hetzelfde niveau als de mannen, vanaf 2023.

Op korte termijn is Oranje een katalysator voor verandering. Er valt nog heel wat te winnen met het vrouwenvoetbal: te beginnen tegen Nieuw-Zeeland, dinsdag in Le Havre.