Ondertitelaars voelen zich uitgeknepen door Netflix

Series Geen wonder dat de Netflix-ondertiteling zo krukkig is, zeggen vertalers: met zulke tarieven is er alleen tijd om zinnen uit een template te vertalen. De serie zelf wordt soms niet eens meer bekeken. Schande voor het vak, vindt de beroepsgroep.

Foto istock, bewerking NRC

We zien een man thuiskomen met bebloede handen. Hij zegt: „I am going to wash-up.” Maar de ondertiteling luidt: „Ik ga de afwas doen.”

Of zoals in de Netflix-serie over de Engelse voetbalclub Sunderland „In the box! In the box”, waarmee het bereiken van het strafschopgebied wordt bedoeld, letterlijk is vertaald als: „In de doos! In de doos!”

Het zijn opvallende ondertitelfouten die blijkbaar aan de Netflix-norm voldoen, constateren professionele ondertitelaars. Een schande voor het vak vindt de beroepsgroep.

Lees ook: Hoe weet Netflix welke serie je wil zien?

In een statement van AudioVisual Translators Europe (AVTE), een verbond van veertien Europese audiovisuele vakbonden, stelt de federatie dat met de ontwikkeling van streamingsplatformen, zoals Netflix, het aantal kijkers voor ondertitelde films en series enorm gestegen is. Logisch, Netflix maakt steeds meer eigen producties. In 2018 waren dat er 81, voor 2019 geldt een aantal van 153 ‘originals’ in Europa. Hierdoor neemt de druk om snel te ondertitelen toe, zodat de dienst in meerdere landen tegelijk gelanceerd kan worden. AVTE: „Toch lijkt de kwaliteit van de ondertitels steeds meer over het hoofd te worden gezien. Iedereen denkt tegenwoordig maar te kunnen ondertitelen.” Duidelijke woorden die wijzen op een groeiende onvrede.

Tarieven

Marielle Steinpatz, ondertitelaar en bestuurslid van de Nederlandse Auteursbond die is aangesloten bij de AVTE, herkent de verhalen over ondertitelen voor Netflix. „Er wordt vooral veel geklaagd over de kwaliteit en tarieven.” De AVTE probeert (anoniem) problemen van ondertitelaars te inventariseren om deze zomer aan Netflix voor te leggen. Dat is niet altijd even makkelijk omdat veel ondertitelaars hier niet over durven te praten. „Bang voor de grote spelers”, zegt Steinpatz.

Netflix zelf heeft geen ondertitelaars in dienst maar wijst opdrachten toe aan vertaalbureaus die de ondertitelaars regelen. Hierbij dienen zowel het bureau als de ondertitelaar een geheimhoudingsverklaring te tekenen. Een onderdeel daarvan is dat ondertitelaars niet openlijk mogen uitspreken dat zij voor de streamingsdienst werken. Volgens Netflix is dat een „vrij standaard onderdeel” van een ‘non-disclosure agreement’ in de vertaalindustrie. Dat lijkt krom aangezien de namen van de ondertitelaars doorgaans wel in de aftiteling staan. Volgens een Nederlandse ondertitelaar, die vanwege haar contract met Netflix anoniem wil blijven, zijn er zelfs gevallen bekend van ondertitelaars die uit lijsten van Netflix zijn geschrapt omdat zij op Facebook lieten weten klussen voor Netflix te doen.

Lees ook: Netflix geeft miljoenen uit om sterren aan zich te binden

Ook over de tarieven zijn ondertitelaars niet te spreken. Die zijn zelfs gedaald ten opzichte van een aantal jaar geleden. Voor zover bekend betaalt Netflix zo’n 11 dollar 50 per vertaalde minuut aan tussenbureaus. De ondertitelaars krijgen hier in werkelijkheid niet eens de helft van: circa 5 euro 50 per minuut. „Ervaren ondertitelaars kunnen gemiddeld per dag 20 tot 25 minuten vertalen”, zegt Steinpatz. Waar ondertitelaars in 2012 nog 0,71 eurocent per vertaalde ondertitel ontvingen en daarmee gemiddeld 156 euro per dag verdienden, is dat bij tarieven die ze voor Netflix-opdrachten krijgen nog maar zo’n 110 euro. Kwaliteit leveren en tegelijk een fatsoenlijk inkomen verdienen wordt daarom steeds moeilijker.”

Snelheid boven kwaliteit

Bovendien zou Netflix eisen stellen die niet voldoen aan de kwalitatieve norm van goede ondertiteling. Een duidelijk voorbeeld daarvan is het werken met templates. „Netflix werkt daar eigenlijk alleen maar mee omdat het veel geld bespaart”, aldus Steinpatz. Het zijn aangeleverde titelbestanden waarin alle ondertitels al in het Engels gemaakt zijn en waar de ondertitelaar zelf in principe alleen nog maar in de gewenste taal overheen hoeft te typen. Goede ondertitelaars kijken daarbij voor de context ook naar de beelden maar daar zou niet altijd genoeg tijd voor zijn.

Dat economische voordeel gaat echter ten koste van de kwaliteit vindt Diederik Eekhout (59), professioneel ondertitelaar uit Utrecht met ruim 25 jaar ervaring. „De Engelse sjablonen zijn exemplarisch voor de kwaliteitspiramide die tegenwoordig geldt bij het maken van ondertiteling. De opdrachten voor het maken van die zogeheten templates worden uitgezet in goedkope Engelssprekende landen en vervolgens wereldwijd verspreid. Door strakke deadlines en de druk om toch nog een redelijk uurloon te verdienen ontstaat bij ondertitelaars de neiging om erdoorheen te racen. Hierdoor kunnen de fouten die erin staan er doorheen glippen.”

„Zo wist een scriptmaker in de Filipijnen niet wie admiraal Dönitz was in een serie over Hitler. Dit werd in het script letterlijk neergezet als ‘admiraal Donuts’. Dat sjabloon gaat vervolgens heel Europa door. Deense ondertitelaars namen die vertaling zelfs blind over. Je kunt het iemand in de Filipijnen natuurlijk niet kwalijk nemen dat hij of zij admiraal Dönitz niet kent en verkeerd neerzet, maar het kost heel veel tijd om die fouten er als ondertitelaar zelf nog uit te moeten halen. Extra tijd waarvoor je niet wordt betaald.”

Gedwongen fouten

Ook spreekt Eekhout van zogenoemde ‘continuïteitslijsten’. Daarin staan woorden en zinnen waarvan Netflix wil dat alle ondertitelaars die op dezelfde manier gebruiken. „Ik moest bijvoorbeeld ‘vulcanische Tafel Berg’ aanhouden, terwijl wij in het Nederlands toch echt ‘vulkanische Tafelberg’ schrijven.” Eekhout geeft toe dat sommige tussenbureaus wel proberen om die fouten er zelf uit te halen maar dat niet altijd lukt.

Lees ook de column van Marc Hijink: Waarom Netflix graag irritant is

„De sjablonen dwingen de ondertitelaars om zich te houden aan rare indelingen die de kwaliteit niet ten goede komen”, zegt een ervaren ondertitelaar die voor het behoud van haar werk voor Netflix niet met haar naam in de krant wil verschijnen. Ook zij moet van haar tussenbureau werken met de aangeleverde sjablonen van de streamingsdienst, waarin tijdcodes staan waar praktisch niet aan gesleuteld mag worden.

Woorden proppen

Die codes bepalen wanneer een zin in en uit het beeld verschijnt. Ondertitelaars mogen daar niet van afwijken. „Dat is een probleem omdat je in het Nederlands soms vijf woorden nodig hebt om iets te zeggen wat in een andere taal met twee woorden kan. Maar je krijgt er evenveel tijd voor, soms maar één seconde, waar je echt anderhalf of twee seconden voor nodig hebt. Het gevolg is dat je voor slechtere zinnen kiest, alleen maar omdat ze passen”, zegt de ondertitelaarster.

Waar ondertitelaars eerst zelf die tijdcodes bepaalden, dat spotten werd genoemd, wordt dit nu voor hen gedaan. Dit kan botsen met de richtlijnen per land. Waar Nederlandse ondertitelaars een leesbare standaard van zo’n twaalf karakters per seconde hanteren, stuurt Netflix aan op zeventien tot twintig karakters per seconde.

Tina Shortland (50) uit het Engelse East Yorkshire ondertitelt al twintig jaar films en series van het Engels, Zweeds en Deens naar het Noors. Ze is van mening dat de meeste mensen geen ondertitels kunnen lezen die zo snel gaan. „Ondertiteling is een kunst. Het kost tijd om goed te worden.”

Maar de tijd om dat te kunnen leren is er volgens haar bijna niet meer. „Vroeger maakten ondertitelaars de tijdcodes zelf. Er zijn nog steeds veel goede ondertitelaars die weten hoe dat moet, maar een jongere generatie heeft nooit geleerd om tijdcodes te maken door die kant en klare templates. Als je niet weet hoe je tijdcodes moet maken, kun je jezelf geen ondertitelaar noemen.”

Machinevertalingen

Toch neemt Eekhout de tussenbureaus, die de kwaliteit moeten waarborgen, weinig kwalijk. „Tegenwoordig geldt het recht van de sterkste, het is een race to the bottom, met Netflix als de grootste zilverrug. Netflix belijdt met de mond dat het kwaliteit nastreeft, maar het gaat voornamelijk om zo snel en zo goedkoop mogelijk ondertiteling te leveren.”

Dat zorgt er volgens Eekhout voor dat de „tussenboeren” weinig keuze hebben. „Vroeger bewaakten vertaalbureaus de kwaliteit, daar hadden ze ook de marge voor, maar die proberen nu vooral in leven te blijven door te doen wat de klant vraagt. Ondertitelaars hebben geen keuze: er is een bepaald aanbod en daar moeten wij het mee doen.”

Eén van die vertaalbureaus is VSI Amsterdam, onderdeel van VSI Group. Met vestigingen in 22 landen een van de grootste leveranciers van taaldiensten ter wereld. Directeur Ron van Broekhoven wil geen uitspraken over Netflix doen. Wel werkt VSI met het principe van de templates. „Dat is economisch voordeliger. Als ondertitelaar heb je de ruimte om het hier en daar ‘Nederlandser’ te maken. Maar er zijn inderdaad klanten die dat niet willen om er zeker van te zijn dat alles technisch blijft kloppen zoals de tijdcodes. Dat is praktischer maar kwalitatief gezien niet altijd beter”, zegt Van Broekhoven.

Dit leidt volgens de directeur tot een steeds verdergaande mondialisering van standaarden. „De komst van streamingsdiensten heeft veel invloed gehad op de markt en het is wennen hoe we dat per land moeten aanpakken. Overal verdedigen ondertitelaars hun eigen richtlijnen met hand en tand. Begrijpelijk. Maar je moet je afvragen of die verschillen tussen landen wel echt zo groot zijn.

Zakelijke belangen wegen daarbij zwaar en dat maakt het lastig. Ook is ondertitelen geen beschermd beroep, we zouden een keurmerk in het leven moeten roepen. We willen de branche een toekomst bieden. Maar met de snelle ontwikkeling van machinevertalingen verwacht ik dat de expertise van ondertitelaars op de lange termijn op een andere manier gebruikt zal gaan worden.”

Reageren

Reageren op dit artikel kan alleen met een abonnement. Heeft u al een abonnement, log dan hieronder in.