Mijn neef in China heeft bijles óf hij is huiswerk aan het maken

Onderwijs Tingxu (14) gaat naar school in China, zijn nichtje Sara (13) in Nederland. Parallelle werelden. Haar huiswerk is in drie kwartier gepiept, hij blokt al voor zijn examen over vier jaar. Zelf vindt Tingxu zijn leven „behoorlijk ontspannen”.

Chen Tingxu (14) op zijn kamer in Tianjin, China. Hij ontbijt op school en blijft daar de hele dag.
Chen Tingxu (14) op zijn kamer in Tianjin, China. Hij ontbijt op school en blijft daar de hele dag. Foto Ruben Lundgren

Geen feestjes, geen herrie: als je dit weekeinde de aandacht van China’s scholieren verstoort, dan ben je strafbaar. Die zitten namelijk aan het examen waar ze hun hele leven al nachtmerries voor hebben: de Gaokao. Dat examen, waarin hun kennis van het Chinees, wiskunde en een buitenlandse taal wordt getest, bepaalt of ze naar een goede universiteit mogen.

Het hele schoolsysteem is één grote voorbereiding op dit examen. Dat maakt de schooltijd van de 14-jarige Tingxu Chen nu al heel anders dan die van zijn 13-jarige nichtje Sara van der Harst in Nederland – ook al staat zijn examen pas voor over vier jaar gepland, als hij in de zesde zit van de middelbare school.

Sara’s moeder is de jongere zus van Tingxu’s moeder. Sara’s vader is Nederlands. De neef en nicht kennen elkaar goed. Ze vertellen NRC over de rol van school in hun leven. Hij in het appartement van zijn grootouders in de Noord-Chinese havenstad Tianjin, Sara in haar woonplaats Den Haag. Hoe anders is het om op te groeien in de prestatiemaatschappij China, waar de concurrentie al op jonge leeftijd immens is? Zijn Chinese kinderen door die voortdurende druk beter voorbereid op het volwassen leven dan Nederlandse?

De lange, magere scholier Tingxu, in wollen trui en spijkerbroek, is al een volleerd gastheer. Beleefd biedt hij de mandarijntjes, bananen en snoepjes aan die zijn moeder even eerder op de glimmende salontafel heeft neergezet. Dan gaat hij op de bank zitten, naast een levensgrote, pluchen Dalmatiër. „Die heb ik van Sara in Nederland gekregen, net als een pluchen aap en een stapel boeken”, vertelt hij trots.

Slechts 1 procent van de ongeveer 10 miljoen scholieren die jaarlijks de Gaokao doet, komt terecht op een van de topuniversiteiten van China. De rest gaat in het beste geval naar een mindere universiteit. Rond de 3 miljoen scholieren worden uiteindelijk op geen enkele universiteit toegelaten. Voor Chinese ouders en kinderen is dat een desillusie, want een universitaire opleiding geldt als het hoogste goed. Zelfs al krijg je er zeker niet meer automatisch een goede baan mee en doe je er voor een goed inkomen misschien zelfs verstandiger aan om een vak te leren.

„Ik ben in 2015 voor het eerst in Nederland geweest, en nu ben ik dol op mozzarella en haring”, vertelt Tingxu als hij na het aanbieden van het fruit en snoep op de bank is gaan zitten. Samen met zijn ouders logeerde hij toen bij zijn nichtje en haar ouders, toen nog in Groningen. „Alles is daar veel ouder dan bij ons”, zegt hij. Ook loopt en fietst zijn nichtje veel meer dan hij: „Alles gaat in Nederland veel langzamer.”

Sara fietst elke dag met vriendinnen naar school, Tingxu gaat meestal met de metro. Zijn opa en oma brengen hem dan, omdat zijn ouders te druk zijn met werk. Ook kinderen die in Nederland allang groot genoeg worden geacht om alleen naar school te gaan, worden in China vaak nog door volwassenen afgeleverd bij de schoolpoort. Dat vinden de ouders en grootouders veiliger. Zijn moeder werkt bij een verzekeringsbedrijf, zijn vader als docent aan een technische universiteit.

Sara woont samen met haar Nederlandse vader en haar Chinese moeder in een mooie, ruime Haagse jaren-dertigwoning. Haar vader is hoogleraar Europese integratie aan de Rijksuniversiteit Groningen, haar moeder was eerder in dienst bij multinationals als DSM en Philips, nu werkt ze als consultant.

Sara spreekt Nederlands en Chinees. Tijdens het gesprek zit ze in de ruime keuken. . Haar moeder heeft zich discreet teruggetrokken, op tafel staat een pot thee. Daarnaast een schaaltje met speculaasjes.

Tingxu’s nichtje Sara van der Harst op haar kamer in Den Haag. Ze heeft alle tijd voor haar hobby’s, hockey en viool.

Foto Andreas Terlaak

Sara vertelt makkelijker en meer dan haar neefje. Volgens haar oom en tante in China is ze opener en levendiger dan Tingxu, die wat meer in zichzelf gekeerd is. „Tingxu is heel erg druk met school”, zegt Sara, die regelmatig skypet met haar familie in China. „Als ik skype, zie ik mijn neef meestal niet echt. Of hij is naar bijles, of hij is zijn huiswerk aan het maken”, zegt ze. „Hij heeft het veel drukker dan ik. Terwijl ik gezellig met mijn familie kan kletsen, is hij nog druk bezig.” Die bijles is trouwens niet omdat hij het slecht doet op school: integendeel. „Hij is een heel goede leerling, maar hij moet naar bijles om het nog beter te doen”, vertelt Sara.

Het geven van bijlessen is in China booming. Ouders kunnen zich er bijna niet aan onttrekken. Uit onderzoek uit 2017 blijkt dat ruim negen op de tien van de ouders in China betaalt voor extra lessen buiten schooltijd. Ongeveer een op de drie kinderen krijgt geen of nauwelijks tijd voor ontspanning of vakantie.

In Chinese staatsmedia wordt wel gewaarschuwd tegen te veel bijlessen, maar er verandert in de praktijk weinig. Vrijwel elke ouder doet mee aan de ratrace voor kinderen.

Sara gaat bijna elk jaar op vakantie naar China. Dan spreekt ze haar neef wel meer dan nu. „We hebben dan veel plezier met elkaar, we maken grappen. Soms gaan we uitgebreid uit eten met de hele familie, vooral op elkaars verjaardagen.”

Ook Tingxu is in de vakanties nog druk met school. „Meestal is hij best wel moe, want hij gaat heel laat slapen en staat weer heel vroeg op. Vaak slaapt hij ’s middags even bij om wat extra energie te krijgen”, zegt Sara. „Ze leren daar ook anders. Ik moet mijn huiswerk hoogstens twee keer overschrijven, hij soms wel honderd keer.”

Tingxu vindt zelf helemaal niet dat hij zo hard moet werken. „Ik vind mijn leven behoorlijk ontspannen”, zegt hij, terwijl zijn moeder in de kamer meeluistert. „Ik doe mijn huiswerk op tijd en regelmatig, daardoor hou ik genoeg tijd over voor mijn hobby’s.” Een interview geven vindt hij helemaal niet eng, alleen maar goed en nuttig. „Als ik volwassen ben, zal ik ook wel interviews moeten geven. Daar kan ik nu vast mooi mee oefenen”, zegt hij.

Tingxu gaat elke ochtend om half zeven van huis en is tegen zessen weer terug. Hij ontbijt op school en blijft daar de hele dag. ’s Avonds werkt hij van zeven tot tien aan zijn huiswerk. Daarna herhaalt hij de lesstof nog een halfuurtje. Dan gaat hij slapen.

Ook op zaterdag gaat hij van acht tot drie naar school, tot zes uur is het weer huiswerk doen en stof herhalen. De rest van de avond heeft hij vrij om te lezen of piano te spelen. Zondag doet hij wat hij zelf wil: piano spelen, badmintonnen en lezen. Soms kijkt hij een Engelstalige film.

Wat bereikt Tingxu meer met al dat werken dan Sara, die het rustiger heeft? „Ik denk niet dat ik niks weet, en hij alles”, zegt Sara. „Maar hij weet misschien wel iets meer.” Sara legt uit dat ze vooral op een andere manier leert. „Terwijl wij met iets nieuws bezig zijn, zijn zij nog bezig met een karakter duizend keer overschrijven”, zegt Sara. Zij weet ook andere dingen dan Tingxu. „Ik weet bijvoorbeeld hoe je een som op een aantal verschillende manieren kan oplossen.” Tingxu weet dan vaak wel weer de snelste en makkelijkste manier.

Als ik slechte cijfers haal, weet ik: ik ben niet ijverig genoeg geweest

Tingxu, scholier in China

Chinees onderwijs is sterk gericht op herhalen en uit je hoofd leren, minder op begrip en nog minder op het bedenken van creatieve oplossingen voor onverwachte problemen. Veel ouders en ook de overheid zien wel in dat bijvoorbeeld het ontwikkelen van een innovatieve hightech-industrie juist vraagt om meer creativiteit, maar door het huidige examensysteem met de allesbepalende Gaokao verandert er in de praktijk weinig. Het is vooral stampen.

Voor aanvang van het interview stuurt de moeder van Tingxu foto’s toe van de oorkondes die hij heeft verdiend met zijn pianospel. Hij speelt al vanaf zijn vierde. Zijn tante in Nederland vertelt dat zijn moeder in Tianjin speciale piano-competities voor hem heeft georganiseerd. Dat gaf hem de kans om zijn kunsten te laten zien en prijzen te winnen. Die prijzen zijn belangrijk: ze kunnen het verschil maken tussen wel of niet toegelaten worden tot een goede middelbare school.

„Tingxu zit op de beste middelbare school van Tianjin”, zegt zijn moeder trots. Dat is een prestatie in een stad met ruim 13 miljoen inwoners. Hij moest een toelatingsexamen doen om op de school te mogen. „Ik ben nu de achttiende van mijn jaar”, vertelt Tingxu. Vroeger zeiden de leraren openlijk in de klas waar je stond in de rangorde van de beste naar de slechtste leerling, maar dat is op de school van Tingxu niet meer zo. Ze zeggen het nog wel tegen de leerlingen zelf en tegen hun ouders.

Sara weet niet de hoeveelste ze is van haar klas. Maar net als Tingxu vindt ze leren heel belangrijk. Ze zit op het Christelijk Gymnasium Sorghvliet in Den Haag. Om half drie zijn de lessen meestal klaar. Haar huiswerk is in drie kwartier gepiept. Ze doet het meteen na school, zodat ze alle tijd heeft voor haar hobby’s: hockey en viool.

„Ik doe veel meer dan Sara”, weet ook Tingxu. „Zij heeft het niet zo druk als ik.” Hij kan het niet hebben als hij geen goede cijfers haalt. En dat is afhankelijk van hoe goed je je best doet. Of je slim bent, heeft daar volgens hem minder mee te maken. „Als ik slechte cijfers haal, dan weet ik dat ik niet ijverig genoeg ben geweest. Dan moet ik harder leren”, zegt hij.

Sara houdt ook van goede cijfers, maar ze is niet zo bang voor af en toe een slechte score. „In China is het zo: als je deze toets niet haalt, dan ga je niet door”, vertelt ze. „Ik vind het wel fijn dat je in Nederland meerdere toetsen hebt, en dat ze daar dan het gemiddelde van uitrekenen.”

Wat ze later wil worden, weet ze nog niet. Ze denkt weleens aan een studie rechten. „Het is belangrijk dat je iets doet wat je leuk vindt, maar het moet ook oké verdienen”, zegt ze.

Sara weet niet of Tingxu zijn latere studie en beroep helemaal zelf mag kiezen. „Ik denk niet dat zijn moeder zegt: je moet hier naartoe, en verder mag je niks. Maar hij heeft daar ook niet een hele vrije keuze in.”

Tingxu denkt erover om later les te gaan geven. Tingxu’s beste vakken zijn natuurkunde en wiskunde. Waar hij wil lesgeven, weet hij nog niet. Misschien aan de universiteit. Als zijn studieresultaten daar later goed genoeg voor zijn, tenminste.

Het belangrijkste in het leven vindt hij zijn familie. „Ze geven me warmte en geluk”, zegt hij. Sara vindt gezondheid het allerbelangrijkst, natuurlijk ook die van haar ouders en grootouders. „Ik wil ook graag een goede baan krijgen, en ik vind vrienden heel belangrijk.”

Tingxu heeft nog een vraag. „Wat is de beste universiteit in Nederland om wiskunde te studeren?”