De Nederlandse kruiwagen voor Slayer en Metallica

Metalgeschiedenis ‘Metal Mike’ van Rijswijk, hoofdredacteur van metalmagazine Aardschok, is in de eerste plaats een fan die bands wil helpen. Zo chauffeurde hij Slayer en logeerde Metallica bij hem na een concert.

Mike van Rijswijk, alias Metal Mike, samen met bandleden van Metallica.
Mike van Rijswijk, alias Metal Mike, samen met bandleden van Metallica. Foto uit archief Mike van Rijswijk

Het lijkt een doodnormaal huis aan de Wilhelminalaan in Son en Breugel, een dorp even boven Eindhoven. Er hangen van riet gevlochten hartjes aan de voordeur. Op de oprijlaan staat een caravan. In de achtertuin wapperen zwarte kledingstukken aan een droogmolen. Eekhoorns peuteren pinda’s uit een voederhuisje.

Midden in die oase van rust staat een schuur. En niet zomaar eentje: dit is de hardste schuur van Nederland. Binnen bevindt zich het grootste heavymetal-archief van de Lage Landen. Stellingkasten zijn gevuld met tientallen meters aan hardrock-vinyl. De kapstok is volgehangen met talloze backstagepassen. Een eregalerij toont heel veel plectrums van beroemde gitaristen. Hier is de redactie gevestigd van Aardschok, al 39 jaar de journalistieke rots in de branding van Hollandse hardrockfanaten.

„Zo”, zegt hoofdredacteur Mike van Rijswijk (62) terwijl hij op zijn entertoets ramt. „Ook weer geregeld!” Hij heeft zojuist de zogeheten ‘Komsnertagenda’ (zoals de concertagenda van Aardschok al decennialang heet) bijgewerkt: een zaal uit het Vlaamse Dendermonde bleek in de lijst te ontbreken. „Le Jardin Creole heet die. Nog nooit van gehoord, maar er ze houden er hardrockconcerten, dus ze moeten erin.”

Van Rijswijk (zwarte broek, zwart shirt met felgekleurde doodshoofdprint, rood-witte basketbalsneakers en halflang, blond krulhaar met kalende kruin) is onder zijn lezers beter bekend als ‘Metal Mike’. In die hoedanigheid groeide hij uit tot het hardrockgeweten van Nederland. Op het hoogtepunt, eind jaren tachtig, bereikte Aardschok een oplage van bijna dertigduizend exemplaren. Dat is inmiddels gehalveerd, zegt Van Rijswijk. „Maar het blijft constant.”

Mike van Rijswijk, alias Metal Mike. Foto Merlijn Doomernik

Omdat hij werk en privé toch al nooit gescheiden kon houden, en „je enkel nog internet nodig hebt om een blad te maken”, was het net zo handig om de redactie naar zijn eigen achtertuin te verkassen. Veel handiger qua woon-werkverkeer. Ook voor zijn vrouw Marijke trouwens, want die doet alle administratie. Verder is er nog één eindredacteur in vaste dienst. Alle andere medewerkers zijn freelancers.

Dat kunnen wij beter

Over Metal Mike en zijn hardrockschuur kun je eigenlijk twee verhalen vertellen, die allebei typerend zijn voor de metalscene. Het eerste verhaal gaat over hoe extreme schaarste leidt tot inventiviteit. Het begon namelijk allemaal met twee schoolmaten die het blad bedachten dat ze zelf wilden lezen, legt Van Rijswijk uit. „Stefan Rooyackers en ik deden altijd een wedstrijdje wie de meeste metalbands kende. We maakten lijstjes met namen die we hadden gevonden in Engelse bladen. Wij waren gek van de New Wave of British Heavy Metal [een opkomende hardrockgenre met bands als Iron Maiden en Saxon, red.], maar daar las je in Nederland niks over. Hier schreef OOR hooguit over AC/DC of Status Quo. Ik weet nog dat we op mijn slaapkamer zaten en zeiden: dat kunnen wij beter. Stefan zei: ‘Laten we het Earthquake noemen’, waarop ik meteen antwoordde: ‘Voor een Nederlands blad is Aardschok beter.’ Toen was het geregeld.”

Ik ben gewoon een hardrockfan! Als ik in een band geloof, wil ik ze verder helpen. Wij moeten de fans laten weten wat er allemaal gebeurt

Mike van Rijswijk

Van Rijswijk stuift de trap op en komt na wat gerommel terug met de eerste editie. „Uitgetikt op een typemachine, met de hand in kolommen geknipt en geplakt, gestencild, en aan elkaar geniet.” Op de cover een tekening van een door een gitaarhals lek geprikte wereldbol. Ondertitel: Keihard rockblad. Bijbehorende slogan, die via stickers werd verspreid: ‘Disco is shit, in heavy metal zit pit!’ Bladerend wijst de hoofdredacteur naar de vele doorhalingen in de kopij, getypt als X: „Kijk dan! We hadden niet eens Tipp-Ex!”

De oplage van 500 nummers, een exemplaar kostte één gulden vijftig, was binnen drie dagen uitverkocht. „Nou, dachten we, laten we dan maar meteen een nieuwe maken.” Toen ging het snel: een platendistributeur wilde het blad gaan verspreiden. „Dan hoefde ik zelf niet meer door heel Nederland te crossen.” Een in geboortekaartjes gespecialiseerde drukkerij ging Aardschok drukken. „Totdat we zo groeiden dat ze nauwelijks nog aan die kaartjes toekwamen.”

Zonder het te weten had Metal Mike van zijn hobby zijn werk gemaakt. Zijn zendingsdrang was meer dan alleen een journalistieke missie. Hij ging ook bands boeken (Venom, Accept en Raven). En omdat hun nauwelijks verkrijgbare importplaten „strontduur” waren, probeerde hij ze onder te brengen bij Nederlandse platenmaatschappijen. „Ik weet nog dat iemand op een gegeven moment zei: ‘Wat jij er allemaal bij doet, da’s gewoon een beroep hoor: label-manager.’” Maar ja, zegt hij verontschuldigend: hij kan het nu eenmaal niet helpen. „Ik ben gewoon een hardrockfan! Als ik in een band geloof, wil ik ze verder helpen. Wij moeten de fans laten weten wat er allemaal gebeurt.”

Dus natuurlijk schoot hij te hulp toen de Amerikaanse thrashmetalband Slayer in België aan hun Europese tournee begon met busje uit Engeland waarin alleen drummer Dave Lombardo bleek te kunnen rijden. „Die yanks zijn natuurlijk automaten gewend, Lombardo was de enige die ook kon schakelen. Weet je wat, zeiden redacteur André Verhuysen en ik: wij rijden jullie wel.”

Van Rijswijk trekt de gesigneerde Slayer-lp Live Undead uit de kast. „Shut up and drive”, heeft Lombardo er met rode stift op de hoes gekalkt. „En luister nooit naar onze tourmanager.” Van Rijswijk, niet zonder trots: „Zo krijg je een heel andere band met die gasten.”

De plaat Live Undead van Slayer.

Wat lang niet iedereen weet is dat Aardschok voor heel wat muzikanten een belangrijke kruiwagen is geweest. Zo ook voor dat ene bandje dat in 1981 in Los Angeles werd opgericht en uitgroeide tot grootste metal-act ter wereld. Dinsdag speelt het viertal in de Johan Cruijff Arena. Die band heet Metallica.

Pen en papier

Ziehier het tweede verhaal over Metal Mike en zijn hardrockschuur: dat gaat over verbroedering in de scene die door buitenstaanders vaak wat argwanend wordt bekeken. Die langharige headbangers in leren jekkies mogen er dan misschien vervaarlijk uitzien, eigenlijk zijn het hondstrouwe fans die hun bands én elkaar door dik en dun steunen en zo levenslange vriendschappen opbouwen.

Lang voordat internet bestond, hadden hardrockers al hun eigen versie: pen en papier. Er bestond een wereldwijd web van penvrienden die onderling brieven en cassettebandjes uitwisselden om elkaar op de hoogte te houden van de nieuwste bands die nooit op de radio werden gedraaid. Zo ook Metal Mike. Al schrijvend had hij een Deense drummer leren kennen die net naar Los Angeles was verhuisd: Lars Ulrich. „We stuurden steeds brieven over en weer. Als Metallica een nieuw nummer had gemaakt, zat er een cassettebandje bij en moest ik zeggen wat ik ervan vond.”

‘Metal Mike’ van Rijswijk (links) met Metallica-drummer Lars Ulrich in 1984, in Mannheim. Foto uit archief Mike van Rijswijk

Sleutelmoment één: „Lars belde me op en klaagde dat Metallica alleen maar aan de westkust van Amerika optrad. Hij wilde ook aan de oostkust spelen. Toen heb ik hem in contact gebracht met Jon Zazula, een boeker uit New York die ik kende.” Nadat Zazula de band live had gezien, richtte hij zijn eigen label op, Megaforce Records, waar de eerste Metallica-plaat verscheen: Kill ’Em All. „De rest is geschiedenis”, schreef Van Rijswijk later in een heruitgave van het album, waarin hij ook spijt betuigde: in zijn Aardschok-recensie had hij de plaat „maar 99 van de 100 punten gegeven”.

Sleutelmoment twee: 11 februari 1984. Dankzij Metal Mike speelde Metallica de eerste show in Europa, op de jaarlijkse Aardschokdag, in de IJsselhallen van Zwolle. Behalve naar bier en zweet rook het er ook naar mest, want het complex werd destijds ook gebruikt voor veemarkten. Maar het was de eerste keer dat de band voor zo’n grote massa stond. Na afloop logeerden de bandleden – zoals ze nog vaak zouden doen – thuis bij Aardschok-redacteuren.

Toen zes jaar later The Black Album verscheen, met daarop de wereldhit ‘Nothing Else Matters’ werden de bandleden wereldsterren, met voor de buitenwacht soms ondoorgrondelijke imagoveranderingen, verslavingen en pijnlijk in een documentaire vastgelegde therapeutische sessies onder leiding van een psycholoog. „Maar voor mij zijn het nog steeds dezelfde gewone jongens”, zegt Van Rijswijk. „De muren om hen heen zijn dikker geworden, maar we zijn nog steeds maten. Eén telefoontje naar Lars en de deuren gaan open. Als ze toetreden tot de Rock & Roll Hall Of Fame of in de New Yorkse studio Electric Lady Studios zitten, liggen er vliegtickets klaar.”

Hij wil maar zeggen: zoveel is ook weer niet veranderd. Maar toch, mijmert hij, terwijl hij vanuit zijn schuur een eekhoorn de laatste pinda’s ziet verorberen. „Zonder Aardschok was het misschien wel nooit gebeurd.”

The Black Album van Metallica.

Correctie (7-6-2019): In een eerdere versie van dit stuk werd over de Electric Ladyland Studio’s gesproken. Dat moet Electric Lady Studios zijn. Dit is aangepast.