Opinie

Kozijnrot

Marcel van Roosmalen

Ik zat op zolder, toen er zes keer werd aangebeld. Ah, daar is mijn pakket, dacht ik, want ik had een nieuwe printer besteld. Er stond een man van middelbare leeftijd. Wijdbeens, een multomap in de hand. Hij begon meteen te constateren dat de ramen, we hebben er nogal wat, gewassen moesten worden door een professional. Hij was met de auto door onze straat gereden en helaas, hij zei nadrukkelijk helaas, bekroop hem „een groot gevoel van what the fuck” bij de aanblik van ons huis.

„Ik dacht: die is nog geen klant van ons…”

Ik: „Hoezo ‘what the fuck’?”

Hij: „Smerige ramen, man...”

Hij wees naar de parkeerplaats.

Daar stond binnenkort zijn bus, een Mercedes Vito. Volgestouwd met biologisch afbreekbaar sop, ladders, een hogedrukspuit en twee professionals. Ze gingen het hele dorp doen, over twee maanden waren ze er weer. Dus wat werd het? Een abonnementje?

„Of wil je soms kozijnrot?”

De gedachten gingen naar de vorige glazenwasser, ook een professional en tevens de echtgenoot van onze Thaise hulp in de huishouding.

Hij zag zichzelf als zo’n typische hardwerkende Nederlander. ‘Niet lullen maar poetsen’ was zijn lievelingsspreekwoord. Hij was niet tegen buitenlanders, natuurlijk niet: anders trouw je d’r zelf niet mee, maar wel tegen de uitwassen. We konden het zelf wel uittekenen, toch? Alle anderen die aan onze keukentafel rechtse praat uitslaan zeggen er daarna haastig achteraan dat ze wel ‘normaal’ stemmen.

Nou, hij niet.

„Je mag met me discussiëren tot je een ons weegt, maar mij breng je toch niet op andere gedachten.”

Evenzogoed was hij een goede ramenwasser.

Zelden iemand voor zo weinig geld zo hard zien werken, de ramen glommen zoals ze nog niet eerder geglommen hadden.

„Dat hoor ik graag”, zei hij toen ik hem bij het afrekenen complimenteerde. „Je moet me beoordelen op wat ik kan. Ik hoop dat je aan me denkt als er de volgende keer een of andere gek met een busje voor je deur staat.”

En daar stond nu een meneer met zijn poten tussen ons onkruid en zijn map met orders te constateren dat hij het beter kon voor meer geld. Hij liep naar een raam en drukte met zijn duim op een kozijn.

„Misschien heb je al wel kozijnrot.”

„Luister vriend”, zei ik, „we kunnen met elkaar discussiëren tot je een ons weegt, maar ik blijf toch bij mijn standpunt. We hebben al een glazenwasser.”

Marcel van Roosmalen schrijft op deze plek een wisselcolumn met Ellen Deckwitz.