Opinie

    • Hugo Camps

Keurcorps

Hugo Camps

In 2006 kwam Marta Vieira da Silva in mijn leven. Als een verschijning. Eindelijk verkozen tot Wereldvoetbalster van het Jaar. De Braziliaanse had toen al de wereld met verstomming geslagen tijdens wedstrijden onder 20. Scoremachine, technisch geniaal, sponsachtig aan de bal. Een kruising van Ronaldo en Ronaldinho met de touch van Messi. Zelfs een beetje Pelé achterna in de zestien, met dat slepen van de bal. Ze was ook nog katachtig mooi.

En doorleefd met haar favela-achtergrond. Een vrouw for all seasons. Ik was een beetje verliefd op haar en werd een fan van vrouwenvoetbal. Ergerde me aan de clichés dat de dames trager zijn dan mannen, slapper in duels, slaperiger op het trainingsveld. Zelfs mandekkers zouden van porselein zijn.

Het heeft enkele jaren geduurd voor die onzin uit de circulatie van het machismo werd gehaald. Vandaag is vrouwenvoetbal even respectabel als het spel van mannen. Nog is er discriminatie in de verloning en de premies, maar ze kunnen tenminste nu leven van hun sport. Met dank aan het gelijkheidsideaal van vooral Nederlandse vrouwen. De eerlijkheid gebiedt te zeggen dat de doorbraak van vrouwen in topsport mede te danken is aan wielrenster Leontien van Moorsel. Zij knalde de bergen over met een wespentaille en werd in de media opgevoerd als een diva. Daarnaast kon ze ook nog fietsen bij de beesten.

Na de VS en Japan is het nu aan Nederland om de status van de voetbaldames op te rekken tot een illusie van gelijkwaardigheid. Met Lieke Martens, Vivianne Miedema en Shanice van de Sanden zijn de Leeuwinnen een wereldelftal. Beslist niet kansloos om het WK te winnen. Ze spelen bij buitenlandse clubs en hebben hun eigen Champions League. Zowel institutioneel als artistiek wordt de kloof met de mannen almaar kleiner. De toeschouwers stromen massaal toe en de media putten zich uit in scoops en verhalen alsof er in Thialf wordt gevoetbald. Vrouwenvoetbal is nationale sport geworden.

Er is een parallel met de mannen van Ronald Koeman. Vooreerst is er bondscoach Sarina Wiegman die haar selectie heeft ontdaan van averechts sentiment en amateurisme. Ze is perfect vergelijkbaar met Ronald. Dezelfde zakelijkheid, het stuggere communiceren, de deromantisering van bal en vrouw. Sarina wordt steeds meer de Rinus Michels van haar generatie. Koekjes en chocola komen er in de kleedkamer niet in. Liever vanuit de organisatie spelen dan vanuit het hart. Professionalisme.

Koeman en Wiegman hebben de media gewonnen voor hun teams. Door zichzelf te blijven. Resultaat gaat voor het sprookje.

Er is onnoemelijk veel talent onder de Leeuwinnen. Lieke Martens van Barcelona mag dan een vormdipje kennen, haar spel is nog steeds Cruijffiaans. Dezelfde swing in de heupen, hetzelfde instinct van passing. Vivianne Miedema werd eerder overladen met prijzen. De spits met het diagonale schot is nog maar 22, maar in de beleving van haar voetbalcarrière verlegt ze al jaren alle grenzen. Ook bij haar geen spoor van vals sentiment en coiffeusemoraal. Tenslotte Shanice van de Sanden: een hinde. Een beetje de mascotte van het elftal. Zoals ze ook weer met dat gatenkapsel op trainingskamp verscheen, scherpte ze haar profiel van curiosum nog even aan. Wel een winger, sneller dan de wind.

De meiden van Wiegman zijn hun emancipatorische zelf. En daarom een keurcorps voor sportief Nederland.

Hugo Camps is journalist, columnist en schrijver.