Recensie

Recensie Boeken

De Noord-Koreaanse vrouw die in een Nederlands restaurant moest werken

Anne Moraal In de debuutroman Honden huilen niet vertelt een Noord-Koreaanse jonge vrouw over haar leven in Nederland, na terugkeer in Pyongyang. Ze fabuleert zo eerlijk als ze maar kan.

Kinderen op een crèche in Pyongyang, Noord-Korea, 2019
Kinderen op een crèche in Pyongyang, Noord-Korea, 2019 Foto EPA/FAZRY ISMAIL

‘Bloemen, kolenkachels en gefermenteerde kool’: zo ruikt Noord-Korea. In Honden huilen niet, de debuutroman van VPRO-radiomaakster Anne Moraal (1987), komt een jonge vrouw, Jin-kyoung, terug in de hoofdstad Pyongyang na een verblijf in het buitenland. Met een ploegje anderen is zij naar Nederland gestuurd, naar het troosteloze Osdorp, alwaar ze in een restaurant moest werken: serveren, dansen, zingen, altijd blijven (glim)lachen. Zo’n restaurant heeft echt bestaan, maar Moraal, die tijdens haar studie in Zuid-Korea woonde en Noord-Korea in 2017 bezocht, heeft zich vooral door haar verbeelding laten leiden.

Bij vertrek had hoofdpersoon Jin-kyoung geen idee wat ‘Nederland’ was, een kruispunt wellicht, of een museum, plekken waar getalenteerde meisjes wel vaker worden ingezet als regelaar en gids, maar natuurlijk stelde ze geen vragen en ging ze gewoon, zoals het een Noord-Koreaanse betaamt: ‘Om de indrukwekkende prestaties van de Revolutie en de Grote Leider door te geven.’ Bij terugkomst weet ze nog steeds niet wat Nederland is, want ze is het restaurant haast niet uit geweest. Behalve om te slapen in een betonnen hotelkolos er vlak naast.

Twee boeken van Nederlandse Korea-kenners geven een goed inzicht in het wel en wee van de dictatuur van Kim Jong-un. Lees ook: Het land van de grote wreedheid

Het is een grimmig leven. Maar Jin-kyoung doorstaat het allemaal blijmoedig. Zolang de Eeuwige President en zijn zoon Kim Jong-il, De Grote Leider, bij haar zijn, kan er niets fout gaan, al heeft het er nog zozeer de schijn van. Moraal blijft binnen haar perspectief, ze laat haar hoofdpersoon niet opzichtig rebelleren. Jin-kyoung overweegt weliswaar een keertje ergens rechts- in plaats van linksaf te slaan, maar ze doet het niet. Ook niet als een ander, een hoger geplaatste collega op wie ze gesteld is, doordraait nadat de goddelijke Kim Jong-il overlijdt.

Landverradertje

Of toch? Honden huilen niet is de weerslag van een verhoor. Natuurlijk worden Jin-kyoung en haar collega’s direct na de landing opgepakt, dat vinden ze ook heel normaal, en langdradig en langdurig aan de tand gevoeld. Jin-kyoung vertelt trouwhartig en zonder te klagen alles wat ze weet. ‘Inmiddels weet ik dat een herinnering niet hetzelfde is als de waarheid’, stelt de hoofdpersoon, maar evengoed fabuleert ze er daarna op los. Ook over anderen, wiens herinneringen zij zich toe-eigent. Zij geeft iedereen een eigen verhaal, al blijft ze geloven in de collectiviteit waarmee ze is opgevoed en stelt ze niets eenduidig ter discussie.

Deze subtiliteit is de grootste kwaliteit van het boek. Moraal vervalt niet in een gemakzuchtig sjabloon van hoe haar hoofdpersoon tot inkeer komt. Een dergelijke subtiliteit blijkt ook uit de terloopse maar veelzeggende weergave van hoe mensen leven in Noord-Korea: kinderen spelen er bijvoorbeeld vrolijk ‘opsporingsambtenaartje en landverradertje’.

Opgesmukt met details die de hoofdpersoon niet kan kennen, of die op zijn minst niet helemaal kunnen kloppen, vertelt ze over haar familie, haar collega’s, het restaurant, zichzelf. Hoe haar opa van vaderskant voor zijn verdiensten voor het vaderland zo veel medailles had, dat ze niet op zijn jasje pasten: er zaten zelfs medailles op zijn broekspijp. Hoe een kind met een kaal hoofd eens gedwongen door zijn moeder aarde at, aarde waar suiker in zou zitten, met handenvol tegelijk. Hoe Jin-kyoung, ver weg in het koude Nederland, zelf eens op een kale boom vol groene vogels stuitte, en hoe al die vogels bovenop haar plaatsnamen toen ze ze een pepermuntje aanbood. Bijna vluchtig komt zo ook het feit voorbij dat ze een beslissende rol speelde in het lot van de doorgedraaide collega, die wilde ontsnappen aan het prachtige, door hun staat gedicteerde levenspad.