Het temmen van de man

De man Het gaat veel slechter met de man dan met de vrouw, blijkt uit tal van statistieken. Zou het beter gaan als hem het aloude stereotype – de man is hard, neemt risico, gaat achter de vrouwen aan – niet meer zou worden opgelegd?

Ruben Vlijm

In de recreatiezaal van jongerenwerkcentrum Dock in Amsterdam-Noord zitten vier mannen tussen 17 en 20 jaar in een kring met hulpverleners te kijken naar een flipover. Daar hebben ze op moeten schrijven wat volgens hen ‘mannelijk’ is. Er staan lichamelijke kenmerken op het grote vel papier, zoals baard, spieren en penis, maar ook karakteriseringen als sterk, stoer en bazig, en ook ‘hamburgers’ en ‘wodka puur’. Ernaast staan hun associaties bij vrouwelijkheid: wijsheid, moeder of ‘voorbeeld’, verzorging, elegant en nonchalant.

Van die traditionele beelden moeten mannen af. Dat is het doel van de cursus van emancipator.nl voor mannen-emancipatie, opgericht door Jens van Tricht. Het gaat „om het vergroten van keuzemogelijkheden van mannen”. Mannen moeten minder vastzitten aan traditionele verwachtingen.

„Waarom is geld mannelijk?”, vraagt cursusleider Patrick Engels, in T-shirt en spijkerbroek met gaten.

„Als je veel geld hebt, werk je hard. Het laat zien hoeveel je een vrouw kan geven”, antwoordt een.

„Je kunt veel dingen kopen.”

„Je voelt je gewoon goed.”

De bedoeling is dat de jonge mannen, die wegens de intimiteit van de sessie anoniem moeten blijven, na twee uur beseffen dat de verschillen tussen mannen en vrouwen niet zo groot zijn als ze dachten. De deelnemers, die eerder in hetzelfde lokaal samen rapten, hebben zichzelf aangemeld en weten ook wel wat voor antwoorden van hen worden verwacht.

„Stoer is iets van vroeger”, zegt een jonge man met lang rastahaar.

„Machogedrag is om te winnen. Het is een masker dat je draagt”, zegt de ander.

Domme ongelukken

Mannelijkheid heeft slechte recensies. Slecht gedrag van sommige mannen slaat terug op de man als soort. De meeste mannen maken zich níet schuldig aan billenknijpen, naroepen of intimideren, maar het zijn er wel genoeg (geweest) voor het ontstane stereotype van de man als seksueel roofdier en van het in gebruik raken van de term toxic masculinity: de ‘giftige’ uitwerkingen van mannelijk gedrag.

Vrouwen zitten ook zelden zo hinderlijk met de benen uit elkaar in de tram of bioscoop dat ernaast voor anderen geen plek is (manspreading) en ze staan zelden iets uit te leggen wat de luisteraar allang weet (mansplaining). En sinds de #MeToo-beweging die in 2017 ontstond, staat seksueel wangedrag van mannen in machtsposities in de schijnwerpers.

Tekenend voor de tijdgeest is een reclamespot van scheermerk Gillette van eerder dit jaar, waarin mannelijk wangedrag zoals pesten, vechten en vrouwen lastigvallen werd getoond, met de boodschap dat de man vooral zichzelf en andere mannen om hem heen moet durven te verbeteren.

Stoer is iets van vroeger

Mannen overheersen op de negatieve lijstjes. Cursusleider Engels toont er een aantal: ze zijn verantwoordelijk voor het meeste seksueel en ander lichamelijk geweld. Ze krijgen bijna alle domme ongelukken, hebben vaker last van ernstige stoornissen en vullen grotendeels de gevangenissen voor zware misdaad. Dat verschil met vrouwen bestaat wereldwijd.

Mannen zijn vaker slachtoffer van moord, geweld, bedreiging en arbeidsongevallen. Ze doen vier keer zo vaak gevaarlijk werk als vrouwen, en plegen twee keer zo vaak zelfmoord. Etnische profilering van minderheden treft meestal mannen. Een derde van de laagopgeleide mannen in Nederland blijft kinderloos, tegenover 15 procent van de laagopgeleide vrouwen. Laagopgeleide mannen, die vaak buiten de Randstad wonen, kunnen moeilijker een partner krijgen. Zij zullen niet gretig beamen dat ze ‘witte geprivilegieerden’ zijn.

Na een eeuw vrouwenemancipatie zijn (witte) mannen nog steeds oververtegenwoordigd aan de top – al wordt die door de meeste mannen natuurlijk ook niet bereikt. Minder aandacht trekken de mannen aan de onderkant. Bijna alle daklozen zijn man. Jongens presteren gemiddeld slechter op school dan meisjes. De voorsprong van vrouwen in het hoger onderwijs uit zich al in beloningsverschillen: volgens het CBS verdienen vrouwen nu tot hun 26ste, in het bedrijfsleven, of 36ste, bij de overheid, gemiddeld meer dan mannen. (Dat voordeel verdwijnt bij latere leeftijdsgroepen, onder meer omdat mannen, anders dan vrouwen, vrijwel altijd fulltime blijven werken.)

De behoefte om de man te ‘temmen’ is niet nieuw. Traditionele stammen en groepen hadden ontgroeningsrituelen. Naties hadden of hebben verplichte militaire dienst. Mannen moesten gehard worden, vijftig keer opdrukken, marcheren, kou weerstaan. Sport wordt ook gezien als disciplinering. Er zijn christelijke of islamitische bewegingen die de man zijn traditionele rol in de samenleving willen laten innemen, als huisvader of zelfs als hoofd van een gezin. In christelijke massabijeenkomsten in de VS moesten mannen beloven zich voor het huwelijk van seks te onthouden.

Ruben Vlijm

Sta rechtop

In de jaren tachtig richtte de Amerikaanse dichter Robert Bly de ‘mythopoëtische beweging’ op. Die liet zich voor verschillen tussen mannen en vrouwen inspireren door de mythische denkbeelden en archetypen, persoonspatronen, van de invloedrijke Zwitserse psycholoog Carl Jung. Hij schreef over de gestalten van de Machtige Koning, de Slechte Heks en de Schone Maagd die zich hebben vastgezet in mannen- en vrouwenhoofden. Bly’s bestseller Iron John: A Book About Men (1990) gebruikte een sprookje van de gebroeders Grimm (IJzeren Hans, over hoe een jongen een man wordt) om te betogen dat de moderne man te zacht en afhankelijk was geworden. Bij de opvoeding was de vader vaak afwezig. Tegelijkertijd moesten mannen van Bly ook beter hun gevoelens uiten tegenover elkaar. ‘Risico nemen’ was niet alleen het beklimmen van een berg, maar ook een andere man omhelzen of huilen in een grote groep.

Ook mede geënt op mythologie en de archetypen van Jung is het boek 12 Regels voor het leven (2018) van hoogleraar psychologie en zelfhulpgoeroe Jordan Peterson, dat begint met het advies: ‘Sta rechtop met je schouders naar achter’. Een ander advies: ‘Ruim je kamer op’. Aan de hand van de bijbel en klassieke mythen wil Peterson de tragiek van de mensheid illustreren: streef niet naar geluk, want dat is niet vanzelfsprekend. Stel een doel. Peterson richt zich niet speciaal tot mannen, maar naar eigen zeggen is 80 procent van zijn publiek op YouTube mannelijk.

Machogedrag is om te winnen. Het is een masker dat je draagt

De nieuwe emancipatiebeweging van mannen relativeert het biologische verschil tussen mannen en vrouwen. Mannen moeten zich van de onderlinge sociale controle bevrijden. Ze hoeven niet stoer te zijn. Net als de mythopoëten moeten ze hun gevoelens beter leren uiten, zodat ze socialer worden, en in sommige gevallen minder gewelddadig.

In de vorig jaar uitgebrachte richtlijnen voor mannen van de American Psychological Association, die bepalend zijn voor de psychologische professie, wordt gesproken over de „traditionele masculiniteitsideologie” die jongens en mannen schaadt. Die bestaat uit „anti-vrouwelijkheid, het vermijden van de schijn van zwakte, zin in avontuur, risico en geweld”.

Het gaat vaak om eigenschappen met niet alleen negatieve, maar ook positieve kanten. Zin in avontuur heeft de mensheid behalve oorlog ook vooruitgang gebracht. Brandweerlieden moeten risico’s nemen, ondernemers ook. In intieme relaties is het goed als mensen hun gevoelens uiten, maar over voetbal praten en juichen is ook een manier van emoties tonen.

Biologisch verschil

Emancipator Jens van Tricht legt het accent op de verwachtingen die we hebben van mannelijkheid en vrouwelijkheid. De verwachte rol in de samenleving heet gender. De Amerikaanse filosoof Judith Butler ziet sekse als „performatief”, als een opvoering.

Het biologische verschil is nog wel zo belangrijk dat mensen meestal pertinent zijn over het geslacht van de persoon met wie ze seks willen hebben, kinderen willen krijgen of duurzaam willen samenwonen. In het uitgaansleven of in een dating-app hangt vrijwel niemand die postmoderne gendertheorie zo verregaand aan dat sekse geen rol voor ze speelt. Mensen die zich willen laten opereren om tot het andere geslacht toe te treden, gaat het om het biologische verschil. Ook in de geneeskunde, en bij medicijnen die voor vrouwen anders werken dan voor mannen, draait het daarom.

Toch denkt Van Tricht dat de maatschappelijke invulling overheerst. „Er is zoveel bewijs van de culturele invloed op de verschillen tussen mannen en vrouwen en de negatieve gevolgen daarvan. Het is een evolutie dat we steeds meer mens mogen worden en hokjes kunnen laten vervagen. Ik ben benieuwd wat voor statistisch verschil er overblijft als die invloed ophoudt.”

En inderdaad blijken veel verschillen waarvan vroeger werd gedacht dat ze biologisch waren, sociaal te zijn. Vrouwen waren geen kapitein, piloot of premier, en zijn dat nu wel – al zijn het er nog steeds veel minder dan mannen. Vrouwen kunnen vrijwel alles wat mannen ook kunnen. En in de meeste westerse landen, zeker in Nederland, nemen geweldsdelicten door mannen al jaren af.

Maar niet alle verschillen tussen man en vrouw zijn verdwenen. Volgens de Amerikaanse psycholoog Roy Baumeister bevinden mannen zich statistisch meer aan de extreme kanten en vrouwen meer in het midden van het spectrum. Er blijft verschil in voorkeur. Ondanks gelijke intelligentie kiezen juist in rijke, vrije, egalitaire landen vrouwen minder vaak bèta en techniek dan in arme landen.

Er is zoveel bewijs van de culturele invloed op de verschillen tussen mannen en vrouwen en de negatieve gevolgen daarvan

In dagelijkse dilemma’s van ouders of leraren komen de verschillen terug. Hebben jongens meer discipline nodig dan meisjes? Is de onderwijstrend van meer samenwerking, onderzoekend leren en zelfwerkzaamheid wel geschikt voor jongens? De hoogleraar neuropsychologie Jelle Jolles wijst op de snellere ontwikkeling van de hersenen van meisjes.: „Ze kunnen hierdoor iets beter functioneren in de eerste klassen van de middelbare school, waar minder structuur en meer vrijheid is dan op de basisschool”, schrijft hij op zijn site.

Jongens hebben die structuur nodig, omdat ze zichzelf nog niet zo goed in de hand hebben. Zij „hebben dan ook meer kans op afstromen naar een lager schoolniveau”, aldus Jolles. Vernieuwend onderwijs heeft vaak juist minder structuur.

Ruben Vlijm

‘Ik zal…’

Ook als jongens ouder zijn, lopen ze vaak achter op meisjes. Aan de Rotterdam School of Management van de Erasmus Universiteit haalden mannen tijdens hun eerste studiejaar beduidend lagere resultaten dan vrouwen.

Michaéla Schippers, hoogleraar gedragsmanagement, slaagde er in met een met Jordan Peterson ontwikkelde goalsetting-methode het verschil tussen mannelijke en vrouwelijke studenten praktisch weg te nemen. Ze verplichtte alle eerstejaars studenten om in een essay persoonlijke doelen te stellen. Die resulteerden ook in korte verklaringen, beginnend met I WILL: ‘Ik zal…’.

In het universiteitsgebouw hangen foto’s van studenten bedrijfskunde met hun specifieke verklaring erbij. Dat kan variëren van I WILL be a part of the change (een Noorse student) tot I WILL create economic opportunities for my hometown (een Afrikaans-Canadese studente).

Ook vage doelstellingen hebben een gunstig effect. Studentenmentor Robert Vlug nam als beginnend student de opdracht eerst niet zo serieus. Hij had als eerste doel I WILL, therefore I am. Maar zijn tweede, I WILL teach the next generation to be better, is nog steeds zijn grote leidraad, zegt hij.

„Jongens hebben meer context nodig”, zegt Schippers, die psycholoog is. „Vrouwen scoren iets hoger op ‘Morgen deze opdracht af hebben’. Jongens vragen vaker: waarom moet dat? Het verhaal is belangrijk. Als ze horen dat je kunt doen wat je leuk vindt als je je studie afmaakt, gaan ze harder lopen.”

In het jongerencentrum gaat het gesprek over mannelijkheid verder. Deze mannen hoeven nauwelijks nog te worden overtuigd van welk gedrag niet deugt. We hebben het over sissen naar vrouwen gehad, over achter vrouwen aan blijven lopen die daar bang van worden. Over mannen die als mietje of pussy worden beschouwd als ze hun gevoelens tonen.

Dan klinkt er plotseling geschreeuw, gebonk en geknal op de benedentrap. Er verschijnen zes jonge mannen, nauwelijks aan de puberteit ontgroeid. Ze verheffen hun stemmen alsof de zaal veel groter is. Ze tonen emoties, dat zeker, maar niet op de manier waarop cursusleider Engels zojuist bedoelde.

Een jeugdleider verschijnt en roept hen boos tot de orde. „Als jullie niet naar een andere ruimte gaan, moeten jullie vertrekken”. Dat werkt. Ze verdwijnen in een zijkamer achter glas om daar tegen elkaar te duwen en een beetje te boksen. Traditioneel jongemannengedrag in het wild. Het blijft hardnekkig, of het nu een biologische of sociale oorzaak heeft.