Groeispurt Oranje krijgt een steeds meer solide basis

Nations League Het Nederlands elftal speelt zondag de finale van de Nations League in en tegen Portugal. In de halve finale was het er weer: geloof, wilskracht, power en energie. Een opsteker, of is het meer waard?

Oranje-spits Memphis Depay gaf twee assists in de 3-1 zege op Engeland.
Oranje-spits Memphis Depay gaf twee assists in de 3-1 zege op Engeland. Foto Rafael Marchante/Reuters

Het seizoen waarin Nederland opstond uit de voetbalrecessie, kan dit weekend bekroond worden met de eerste internationale prijs van Oranje in meer dan drie decennia. Een eindzege in de Nations League, een nieuw Europees toernooi dat in aanzien nog moet groeien, zou het eerste tastbare resultaat zijn van het herstel dat meer dan een jaar geleden is ingezet onder bondscoach Ronald Koeman.

In een slordig, maar ook meeslepend en intens duel werd Engeland in de halve finale van de eindronde verslagen. In het Portugese Guimarães won Oranje, na verlenging, met 3-1. De fraaie, onvoorziene krachttoer in de Nations League – met eerder al zeges in de poulefase op Duitsland en Frankrijk – krijgt zondagavond het slotakkoord. In Estadio do Dragao in Porto wacht de finale tegen gastland Portugal. Engeland rest het duel om de derde plaats tegen Zwitserland.

Nederland zal in korte tijd fysiek moeten herstellen van deze „slijtageslag” met 120 minuten voetbal „op hoge intensiteit”, zoals bondscoach Ronald Koeman het noemde bij de NOS. Meerdere spelers hadden tegen het eind last van kramp.

Lees ook: Nederland speelt in de Nations League om prestige en geld

Toernooivoetbal

Het zijn de lessen van toernooivoetbal, iets wat Oranje na het WK van 2014 niet meer heeft kunnen ervaren, door het missen van twee opeenvolgende eindrondes. Je kan het maar in je achterzak hebben: hoe manifesteert een ploeg zich in de verlenging, wie staan erop, wie zakken weg, hoe doen de invallers het, hoe herstelt het team.

„Je moet halve finales spelen, finales. Dat is geweldig voor de ontwikkeling van het team”, zei Koeman. „Dat heb je nodig om te weten wat er wordt gevraagd in dit soort wedstrijden.” Nederland liet het zien, in de verlenging. Geloof, wilskracht, de power, de energie – het was er allemaal, toen het het hardst nodig was.

De foutenlast was merkwaardig aan beide kanten, wat mogelijk verband houdt met dat het seizoen bijna ten einde is en de belangen niet al te groot zijn. Verslapping ligt op de loer. Matthijs de Ligt – ja, ook hij ging in de fout – verspeelde de bal, tikte Marcus Rashford neer, die zelf de strafschop benutte. De Ligt maakte het zelf goed door, zijn handelsmerk, de 1,-1 binnen te vliegen uit een corner van Memphis Depay.

Daar waar Engeland dragende spelers inbracht – de in eerste instantie gespaarde Dele Alli, Harry Kane, Jordan Henderson – was Nederland in staat een tandje dieper te gaan. Het strafte ongekend geklungel van John Stones en Ross Barkley in de verlenging twee keer af via de sterke invaller Quincy Promes, al kwam de 2-1 op naam van Kyle Walker omdat hij de bal nog raakte.

EK-kwalificatie

Zo krijgt de groeispurt die onder Koeman is gemaakt, een steeds solidere basis. Nederland-Engeland was maart 2018 zijn eerste duel als bondscoach. De zwakheden – we wisten toen nog niet beter – werden blootgelegd: geen creativiteit, geen wapens, geen automatismen, Bas Dost toen nog worstelend als spits. Nu in duel dertien onder Koemans leiding, is de metamorfose onmiskenbaar.

Tegelijkertijd is de knagende vraag: wat zijn deze resultaten in de Nations League – naast de miljoenen euro’s prijzengeld – precies waard? Het is een opsteker in het proces dat is ingezet. Een bevestiging van de potentie, van een team dat naar elkaar toegroeit. Er kan weer voorzichtig gedroomd worden.

Maar Oranje, en daarmee Koeman, is uiteindelijk alleen af te rekenen op plaatsing voor het EK van volgend jaar zomer. 19 november 2019, als de laatste EK-kwalificatiewedstrijd is gespeeld thuis tegen Estland, zal duidelijk zijn waar Oranje daadwerkelijk staat.