Opinie

    • Tommy Wieringa

Gevoelens zijn geen feiten

Tommy Wieringa

Nieuwe gebeurtenissen hebben het vertrek van Zihni Özdil bij GroenLinks alweer grotendeels aan het zicht onttrokken – Shell en Philips die belasting mijden, Selçuk Öztürk die in de Kamer tekenen van mentale ontbinding vertoont –, maar de gedachten bleven hangen aan iets dat Jesse Klaver schreef bij Özdils vertrek. Collega’s van Özdil zouden zich niet ‘veilig’ hebben gevoeld in zijn nabijheid. Hun leed is ondergebracht in deze zin: „Maar hij bleef keer op keer afspraken schenden, schond de onderlinge vertrouwelijkheid en vertoonde ontoelaatbaar gedrag waardoor collega’s zich niet meer veilig voelden.” Het ging kortom niet langer. Er waren slachtoffers, ze hadden pijn. De journalistieke basisvragen wie, wat, waar, wanneer, waarom en hoe bleven echter onbeantwoord, het bleef rook zonder vuur.

Het ontoelaatbare gedrag van Zihni Özdil leek nogal op de greep in de kas van Henk Otten; beide tartten ze de hiërarchie, maar omdat het gezichtsverlies zou betekenen om dat als reden aan te voeren, moest er een andere stok gevonden worden om ze mee te slaan. Otten jatte uit de partijkas, Özdil deed iets onzegbaar verschrikkelijks dat gevoelens van onveiligheid veroorzaakte. Otten boog voor de beschuldiging en vervolgt zijn mars door de instituties als gedeballoteerde knecht, Özdil verliet de politiek als his own man. Hij was niet bereid de fractiediscipline blind te volgen en zijn intellectuele onafhankelijkheid op te geven – om, met andere woorden, zowel zijn cojones als zijn hersenen in te leveren bij de deur van de fractiekamer.

Het begrip ‘onveiligheid’ is in de context van Klavers brief ondraaglijke newspeak. De beschuldiging is altijd waar. Je hoeft niet aan te tonen waarom je je onveilig voelt, te zeggen dat je je zo voelt is genoeg. De ander wordt daarmee automatisch een duistere smeerlap. Onveiligheid is de joker van het emotieve argument; Klaver zette hem met volle overtuiging in. Niet lang geleden werden zulke gevoelsargumenten vooral aan vrouwen toegeschreven – Klaver laat zien dat ze genderneutraal zijn. (Je kunt ook zeggen: ‘Klaver is een wijf’, maar dat is meer iets voor mijn collega op de achterpagina.)

„Gevoelens zijn geen feiten en meningen zijn geen misdaden”, schrijft Bret Easton Ellis in het pas verschenen Wit, een vreemd en wild memoir dat zich vrolijk maakt over de ziekelijke behoefte aan veiligheid van millennials. Hun safe spaces, ruimtes waar alleen het eigen geluid klinkt, zonder tegenspraak of conflict; een gecapitonneerde ruimte zonder scherpe randjes. (De associatie met een isoleercel ligt voor de hand.) De safe space, voortgekomen uit de vrouwenbeweging en nu een algemeen verschijnsel op vooral Angelsaksische universiteiten, wint ook in Nederland terrein. Hoe dat uitpakt was vorig jaar te zien aan de Tilburgse universiteit, waar een nogal domme maar ongevaarlijke column over #MeToo van een emeritus-hoogleraar leidde tot gruwelijke taferelen.

Een promovenda schreef dat ze zich niet veilig voelde in een omgeving waar collega’s rondliepen die seksuele intimidatie vergoelijkten, meer dan veertig hoogleraren riepen het College van Bestuur op om zich van zulke weerzinwekkende opvattingen te distantiëren (zie voor de hele discussie universonline.nl, ‘De universiteit is geen safe space’). Gelukkig hield hoogleraar bestuurskunde Paul Frissen het hoofd koel: „Uitgerekend de universiteit moet een zo breed mogelijk platform bieden voor allerlei soorten ideeën. Wetenschap is gebaseerd op het vrije spel van gedachten, óók van gevaarlijke gedachten. Iemand als Nietzsche zou tegenwoordig niet meer mogen komen spreken aan de universiteit. Dat vind ik onbestaanbaar.”

Ik ken safe spaces alleen van horen zeggen, maar zou graag eens ervaren wat het betekent om je in zo’n intellectuele Maagdenburger halve bol te bevinden. Een steriele, smetvrije ruimte, waar veiligheid zoals altijd ten koste gaat van vrijheid – een kweekplaats voor tere kasplantjes, weerloos in de vrije buitenlucht.

Tommy Wieringa schrijft elke week een column op deze plaats.