Gemeente Rotterdam wil ‘sisverbod’ behouden, ondanks gebrek aan handhaving

straatintimidatie Afgelopen half jaar is maar één proces verbaal voor overtreding van het ‘sisverbod’ uitgedeeld. Toch wil de gemeente het verbod handhaven. Het OM is in hoger beroep gegaan tegen de lichte (voorwaardelijke) boete die in december werd opgelegd tegen een overtreder.

Het vorige college maakte een app om straatintimidatie te melden.
Het vorige college maakte een app om straatintimidatie te melden. Foto Robin Utrecht

Bert Wijbenga zag het onlangs nog gebeuren. Een jonge vrouw die door het centrum liep en daarachter een auto die vaart minderde en de vrouw korte tijd bleef volgen. „Dat is gewoon heel vervelend gedrag”, zegt de Rotterdamse wethouder (handhaving, VVD). „Door het verbod en alle aandacht met de campagne tegen pikpraat [de term van de gemeente voor straatintimidatie] hebben we als gemeente een duidelijke norm gesteld. Dit willen we niet. In Rotterdam gaan we normaal met elkaar om.”

Maar ondanks dat veel vrouwen lastig worden gevallen op straat – uit een eerder onderzoek van de Erasmus Universiteit bleek dat 84 procent van de vrouwen last heeft van straatintimidatie – werd het verbod de afgelopen maanden nauwelijks gehandhaafd. „Sinds december is één keer proces-verbaal opgemaakt”, zegt Wijbenga. Het Rotterdamse verbod wordt vooral gebruikt om jongens en mannen te sommeren zich beter te gedragen. „Handhavers vragen hen dan: waarom hangen jullie hier rond en waarom spreken jullie vrouwen zo aan?”

Sisverbod maakt geen fluit uit

Waarschuwen of het ongewenste gedrag bespreekbaar maken, vindt Wijbenga reden genoeg om het verbod in stand te houden. „Zowel de politie als handhavers vinden de strafbaarheid een belangrijke stok achter de deur om eventuele overtreders op straat aan te spreken op hun gedrag.” Dat er vrijwel nooit wordt overgegaan tot het schrijven van een boete, vindt hij „niet zo erg”. „Door het verbod geven we een duidelijke norm af dat het niet oké is om zo met elkaar om te gaan. Dat is belangrijker dan dat er daadwerkelijk boetes worden uitgedeeld.”

Vrijheid van meningsuiting

In december verscheen de eerste dader van straatintimidatie voor de rechtbank van Rotterdam. Een landelijke primeur. De overtreder was zelfs op twee verschillende momenten op heterdaad betrapt terwijl hij vrouwen lastig viel.

De rechter oordeelde dat het roepen van ‘schatje’ onder de vrijheid van meningsuiting valt en daardoor niet strafbaar is. Door het geven van kushandjes en het nalopen van vrouwen, had de man echter wel de APV overtreden. Het vonnis; een voorwaardelijke boete van 100 euro per overtreding. „Kortom de verdachte heeft zich schuldig gemaakt aan heel vervelend gedrag”, is te lezen in het vonnis.

Het OM is tegen deze uitspraak in hoger beroep gegaan omdat het vindt dat het verbod op straatintimidatie de vrijheid van meningsuiting níet inperkt. Daarmee ligt de afhandeling van de resterende zes zaken voorlopig stil. Het OM wil eerst de uitspraak van het hof beoordelen, voordat een besluit wordt genomen over de afwikkeling van die zes zaken, laat een woordvoerder van het OM weten.

Ook Wijbenga wacht op deze uitspraak om de aanpak tegen straatintimidatie eventueel aan te passen. „De rechter oordeelde dat een deel van de APV bindend is, maar een deel ook niet. Ik denk dat het goed is als een hogere rechter er nog eens naar kijkt.”

Vier fte

De huidige aanpak van straatintimidatie richt zich vooral op het handhaven van het verbod, niet op preventie van het probleem. Dat is een erfenis van voormalig wethouder Joost Eerdmans (Leefbaar Rotterdam). Hij trok per jaar 220.000 euro uit voor het tegengaan van dit storende gedrag. 90 procent daarvan gaat naar de bekostiging van vier extra handhavers.

De verdeling van de financiën blijft voorlopig gelijk. Het handhaven van het verbod blijft dus een belangrijk onderdeel van de gehele aanpak van de gemeente om de straten veiliger te maken voor met name vrouwen, maar bijvoorbeeld ook homoseksuelen en transgenders. Wijbenga: „Maar samen met Judith Bokhove [wethouder jeugd, GroenLinks] verbeteren we ook de weerbaarheid van vrouwen en onderwijzen we mannen dat we bepaald gedrag niet pikken.”