Opinie

    • Jaco Dagevos
    • Paul de Beer
    • Anita Strockmeijer

Geef arbeidsmigrant liever stabiel werk in plaats van WW

Arbeidsmigratie Oost-Europese arbeidsmigranten zouden hun Nederlandse werkloosheidsuitkering misbruiken. Maar het is vooral hun slechte positie op de Nederlandse arbeidsmarkt die de hogere instroom in de WW verklaart, schrijven .

Poolse werknemers oogsten Rubens-appels bij fruitteeltbedrijf Lutterveld in Kesteren in de Betuwe. Bedrijven als dit zijn grotendeels afhankelijk van oost-Europese arbeidskrachten
Poolse werknemers oogsten Rubens-appels bij fruitteeltbedrijf Lutterveld in Kesteren in de Betuwe. Bedrijven als dit zijn grotendeels afhankelijk van oost-Europese arbeidskrachten Foto VidiPhoto

In de vijftien jaar sinds de oostelijke uitbreiding van de Europese Unie zijn veel arbeidsmigranten uit Oost-Europa in Nederland komen werken. In totaal gaat het om 400.000 werknemers, bijna 5 procent van het totale aantal werknemers in loondienst in Nederland. Lange tijd was het overheersende beeld – of beter: de hoop – dat de arbeidsmigranten uit Oost-Europa tijdelijk in Nederland zouden komen werken en dan weer zouden terugkeren. Uit de cijfers van alle werknemers in Nederland blijkt echter dat 45 procent van hen minimaal een jaar in Nederland werkt. Een derde van de Oost-Europese arbeidsmigranten is na vijf jaar nog steeds werkzaam in Nederland.

Een ‘circulair migratiepatroon’, waarbij arbeidsmigranten meerdere malen voor een korte periode in ons land zijn, komt maar weinig voor. Het zou gaan om zo’n 6 procent. De rest komt eenmalig naar Nederland en keert daarna weer terug. Niettemin vestigt een substantieel deel van de Oost-Europese migranten zich voor langere tijd – en mogelijk definitief – in Nederland.

In ons onderzoek uit 2018 hebben we vastgesteld dat Oost-Europese arbeidsmigranten overwegend een kwetsbare positie op de Nederlandse arbeidsmarkt hebben. Ze hebben een laag loon, meestal een onzeker (tijdelijk) contract, en ze zijn voor hun werk veelal afhankelijk van uitzendbureaus. Opmerkelijk is dat hun arbeidsmarktpositie maar weinig verbetert als zij langere tijd in Nederland verblijven. Hun achterstand ten opzichte van autochtone werknemers wordt ook na een aantal jaren nauwelijks kleiner.

Lees ook: Hoe Oost-Europese migranten worden uitgebuit in Nederland

Dat velen een tijdelijke dienstverband hebben of als uitzendkracht werken, verklaart ook grotendeels waarom Oost-Europese werknemers vier keer zo veel kans hebben om hun baan weer te verliezen als Nederlandse werknemers. En dit verklaart dan weer waarom zij vaker instromen in de WW dan Nederlandse werknemers (15 tegenover 6 procent). Oost-Europeanen raken vier keer zo vaak zonder werk als Nederlanders, maar hun instroom in de Werkloosheidswet (WW) – 2,5 keer zo vaak als Nederlanders – is lager dan mocht worden verwacht.

Minimale ‘wekeneis’

Daarvoor kunnen verschillende redenen zijn. Om in aanmerking te komen voor een WW-uitkering moet een werknemer in de voorafgaande 36 weken minimaal 26 weken hebben gewerkt. Werkloze arbeidsmigranten stromen minder vaak in de WW in omdat zij niet aan deze ‘wekeneis’ voldoen, maar mogelijk ook omdat zij niet weten wat hun rechten zijn. Sommigen zullen bij verlies van werk terugkeren naar hun land van herkomst zonder een WW-uitkering aan te vragen.

Het totale beroep op de WW wordt niet alleen bepaald door de instroom, maar ook door het aantal maanden dat men een WW-uitkering ontvangt. Doordat de meeste Oost-Europese migranten nog niet zo lang (althans in Nederland) gewerkt hebben, heeft 40 procent van hen maximaal drie maanden recht op WW; van de Nederlandse werklozen is dit maar 15 procent. Van de Nederlandse werklozen heeft 60 procent meer dan een jaar recht op WW, terwijl dit van de Oost-Europeanen slechts 18 procent is. Als gevolg hiervan stromen Oost-Europese werklozen veel sneller uit de WW dan Nederlandse werklozen. Na drie maanden heeft de helft van de Oost-Europeanen de WW al weer verlaten; van de Nederlanders is dit maar 30 procent.

Oneigenlijk gebruik of fraude

Hierdoor is het totale beroep dat Oost-Europeanen op de WW doen veel minder dan de hoge instroom zou doen vermoeden.

Hoewel wij in ons onderzoek niet kunnen vaststellen welk deel van het WW-gebruik door Oost-Europeanen het resultaat is van oneigenlijk gebruik of zelfs fraude, kunnen wij het feitelijke beroep dat zij doen op de WW voor het overgrote deel verklaren uit hun kwetsbare positie op de arbeidsmarkt, ook als zij al langere tijd in Nederland werken.

Lees ook: ‘WW-export’ blijft een splijtzwam

Wie zich zorgen maakt over het grote WW-gebruik door Oost-Europese arbeidsmigranten zou zich dus vooral moeten afvragen hoe hen meer perspectief kan worden geboden op stabieler, beter betaald werk. Daar is des te meer reden voor omdat een aanzienlijk deel van hen voor langere tijd in Nederland zal blijven.

Reageren

Reageren op dit artikel kan alleen met een abonnement. Heeft u al een abonnement, log dan hieronder in.