Familie van kastanje ontdekt in Argentinië

Beeld van de week In Argentinië is een familielid van de tamme kastanje gevonden van 52 miljoen jaar oud.

Foto Peter Wilf, Penn State University

Een familielid van de huidige eiken, beuken en tamme kastanjes kwam 52 miljoen jaar geleden al voor op het zuidelijk halfrond. Dat schrijven Amerikaanse en Argentijnse wetenschappers in Science, naar aanleiding van de vondst van fossiele vruchten en bladeren in Zuid-Argentinië. Nooit eerder is een levende of fossiele soort uit de familie van Fagaceae (waartoe ruim 900 loofbomen behoren) zo zuidelijk aangetroffen. De zuidelijkste nog levende soorten leven in Zuidoost-Azië en behoren tot het geslacht Castanopsis. Ook de fossiele vruchten komen van een (inmiddels uitgestorven) Castanopsis-soort, die de auteurs Castanopsis rothwellii noemen. Onduidelijk is of de bladeren afkomstig zijn van dezelfde soort als de vruchten, en daarom krijgen die van de auteurs voor de zekerheid een alternatieve naam: Castaneophyllum patagonicum. In 1925 hadden de bladfossielen overigens al de naam Tetracera patagonica gekregen. Die is nu dus verworpen.

De vondst werpt een nieuw licht op de evolutie van de huidige Zuidoost-Aziatische loofbomen: vermoedelijk evolueerde Castanopsis op het zuidelijk halfrond, nadat een eerdere voorouder daar vanaf het noordelijk halfrond terecht was gekomen.

De fossielen stammen uit de tijd dat Australië, Zuid-Amerika en Antarctica samen nog het supercontinent Gondwana vormden. Vermoedelijk stierven de Castanopsis-voorouders uit toen Antarctica zich van de rest van de continenten afsplitste en het klimaat koeler en droger werd.