Parc des Princes, waar tijdens het seizoen Paris Saint-Germain zijn duels speelt.

Foto Getty Images

Deze Nederlandse is bij het WK de baas van het Parc des Princes

Interview Priscilla Janssens Priscilla Janssens (49) is bij het WK coördinator van het Parc des Princes. In dit stadion in Parijs moet zij, met een team van dertig personen, zeven wedstrijden vlekkeloos laten verlopen.

In de zonovergoten achtertuin in Muiderberg is de druk van een uitverkocht Parc des Princes in Parijs ver weg. Maar Priscilla Janssens weet al weken van tevoren precies wat haar te wachten staat. Miljoenen over de hele wereld zullen meekijken als Frankrijk en Zuid-Korea aftrappen in het openingsduel van het WK vrouwen. Als general coordinator in het stadion moet Janssens zorgen dat alles op en rond het veld vlekkeloos verloopt. „Je zegt tegen iedereen: ‘komt goed’. Maar van binnen doe je een schietgebedje. Je weet dat er altijd wel iets verkeerd gaat. Geeft ook niet, als het maar niet zichtbaar is.”

Het internationale topvoetbal kent voor Janssens weinig geheimen. Van een kroketje met Zlatan Ibrahimovic als begeleider van buitenlandse spelers bij Ajax tot eindverantwoordelijke bij het WK in Rusland vorige zomer in speelstad Rostov. Daartussen veel en van alles. Samen met coach Vera Pauw zette ze in 2007 de eredivisie voor vrouwen op. Ze is operationeel directeur van Topsport Community, de stichting van drievoudig olympisch zwemkampioen Pieter van den Hoogenband. En sinds 2004 draagt ze als venue director bij de UEFA de eindverantwoordelijkheid in stadions bij eindtoernooien en Champions- of Europa League. „Ze zeiden: ‘er zijn geen vrouwen die dit werk doen.’ Nou, dan was ik de eerste.”

Zonder slag of stoot ging het niet, toen ze na een geslaagd optreden als manager van de deelnemende teams bij het EK in Portugal haar ambities aangaf bij de Europese voetbalbond. „Ik ben twee, drie keer van de lijst afgehaald met allemaal drogredenen.” Want: vrouw in een mannenbolwerk. „Mijn baas bij de UEFA, Martin Kallen, heeft zich echt hard gemaakt voor me. Hij zette me telkens weer op de lijst en uiteindelijk ben ik het toch geworden.” Elk seizoen krijgt ze sindsdien een vaste club toegewezen om te begeleiden, van Arsenal tot Braga en van Schalke tot Olympiakos. „Het begint bij één iemand die zijn nek voor je uitsteekt, als eerste vrouw. En dan word je in het diepe gegooid.”

Oog voor detail

Haar werk? „Onwijs spannend, leuk spannend”, zegt Janssens, die zeven talen spreekt. „De organisatie van zo’n evenement is fantastisch.” Ze is in Parijs verantwoordelijk voor een team van dertig mensen. Van de veiligheid tot het oppompen van de ballen, van het ontvangen van de teams tot het seintje aan de scheidsrechter dat hij kan beginnen. Op haar vaste plaats, naast de vierde man, mag ook tijdens de wedstrijd geen detail haar ontgaan. „De ballenjongens, onrust op de tribune, de wissels. Ik heb mijn stopwatch, koptelefoon, monitor. Je zit met het team in een soort snelkookpan.”

En dan valt het licht uit, zoals haar gebeurde bij het duel in de Champions League tussen Braga en Manchester United in 2012. „ Ineens was alles donker. Heel Manchester United om me heen. Ze stonden 1-0 achter, hoopten dat het gestaakt werd en ze reglementair met 3-0 zouden winnen. Dan is er geen tijd om in je boekje te kijken en moet je snel handelen. UEFA bellen, overleggen met de scheidsrechter. Gelukkig deed de back-up van het licht het na tien minuten en konden we doorspelen.”

Janssens, ook verantwoordelijk voor het functioneren van de VAR- en doellijntechnologie, schrikt niet snel van grote podia. „Bij het WK in Rusland was Brazilië-Zwitserland mijn eerste wedstrijd. 45.000 mensen in het gloednieuwe stadion, 200 miljoen voor de tv.” In de functie als general coordinator bij FIFA is alles groter dan als venue director bij UEFA. „Bij het WK werk je met een team van dertig mensen, bij UEFA met zes. Je bent directer betrokken bij de ploegen die spelen en werkt met mensen uit verschillende culturen. Bij het vorige WK waren Koreanen, Brazilianen, Australiërs. Dat maakt het interessant.”

Was ze in 2004 de eerste vrouw naast veertig mannelijke collega’s, inmiddels werken bij de UEFA twintig vrouwen op een totaal van zo’n honderd venue directors. „Mooi om daar een rol in te hebben gespeeld. Want als ik er als eerste een puinhoop van had gemaakt, gaat het met de rest ook minder snel.” Extra druk? „Als het fout gaat, is het meteen ‘die vrouw’. Dat weet je. Bij het WK 2018 ging elk interview over ‘de eerste vrouw’. Ergens jammer dat we het er überhaupt nog over moeten hebben. Ach, dat is de voetbalwereld, in bijvoorbeeld het volleybal had niemand het vreemd gevonden. Eigenlijk is het pas goed als het niet meer bijzonder is.”

Op de werkvloer is het geen issue, ook niet in de mannenkleedkamer. „Ik moet een uur voor de wedstrijd de shirts controleren, dan zijn ze aan het omkleden. Dat kondig je een dag van tevoren bij de meeting aan, bij de WK in Rusland liet ik soms de vierde man eerst naar binnen gaan. Voor spelers en staf telt alleen dat je je werk goed doet. Niet of je man of vrouw bent. En als iemand een opmerking maakt, maak ik gewoon een opmerking terug. Als je daar niet tegen kunt, moet je iets anders gaan doen. Ik heb ook wel eens gehad dat ik binnenkom en er een jongen bloot is. Bij de dopingcontrole of zo. Nou ja, oké. Sorry.”

Miljard kijkers

Bij dit WK doet Janssens alle wedstrijden in Parijs en het duel om de derde plaats in Nice. „Een mannentoernooi heeft meer aandacht maar het WK vrouwen is dit jaar ook heel groot. De FIFA is ambitieus en wil een miljard kijkers bereiken. Er gaat weer een sprong gemaakt worden in het vrouwenvoetbal.”

Europees kampioen Nederland, in Frankrijk kanshebber voor de titel, behoort wereldwijd tot de koplopers in die ontwikkeling. „Het EK van 2017 was fantastisch voor het vrouwenvoetbal in Nederland”, zegt Janssens. Maar als pionier van het eerste uur ziet ze met lede ogen hoe voetbalbond en clubs er niet in slagen de eredivisie tot een succes te maken. „Dat is een pijnpunt, daar gaat het eigenlijk slecht mee. Het wordt nu nog gemaskeerd door het succes van Oranje. Maar de eredivisie is een cruciale stap in de piramide naar de top. Als die niet goed is, gaat het straks onherroepelijk mis met de aanvoer naar het nationaal team.”

Volgens Janssens is het aan voetbalbond KNVB om te zorgen dat de eredivisie meeprofiteert van het succes van het Nederlands elftal. „Een manager erop zetten, een meerjarenplan maken en er heel veel geld in steken. In Argentinië hebben ze net een miljoen euro in hun hoogste clubcompetitie gestoken. Waarom kan dat hier niet? Met het WK wordt genoeg verdiend door de bond.”

Als Oranje ver komt wacht een aanzienlijk deel van de prijzenpot, die de FIFA ten opzichte van het vorige WK verdubbelde tot ruim 26 miljoen euro waarvan 3,5 miljoen euro voor de wereldkampioen. Janssens hoopt uiteraard op succes voor de ploeg van coach Sarina Wiegman. „Het zou leuk zijn als ik ze tegenkom in de stadions waar ik werk. De achtste finale in Parijs of het duel om brons in Nice.”