Opinie

De tandarts op de korrel

Frits Abrahams

‘De waarheid over de tandheelkunde”, luidde onlangs de kop boven een uitgebreid artikel over tandartsen in het Amerikaanse tijdschrift The Atlantic. De onderkop loog er niet om: „Ze is minder wetenschappelijk – en meer geneigd tot onnodige handelingen dan je zou verwachten.”

De journalist, Ferris Jabr, beschrijft het geval van een frauderende tandarts in San Jose, Californië. Deze arts, John Roger Lund, had van omstreeks 2000 tot 2012 een praktijk waarin hij een groot aantal patiënten verkeerd behandelde. Hij gaf ze vooral te veel behandelingen. Patiënten die jarenlang nauwelijks zorg behoefden, moesten opeens een groot aantal wortelkanaalbehandelingen ondergaan of opvallend veel kronen laten plaatsen. Het kostte hun soms 50.000 tot 70.000 dollar.

Toen Lund in 2012 met pensioen ging, verkocht hij zijn praktijk aan de jonge tandarts Brendon Zeidler. Die merkte dat hij niet meer dan 25 procent van Lunds inkomsten haalde. Hij vroeg dossiers op en concludeerde dat Lund zijn patiënten op grote schaal had bedrogen. Lund bekende geen schuld, maar trof wel financiële schikkingen met enkele ex-patiënten. Er loopt ook nog een rechtszaak tegen hem.

Hoe kon dit gebeuren? De gemiddelde tandartspatiënt is volgens Jabr te volgzaam, hij of zij is niet geneigd een second opinion aan te vragen. Dat zou mede komen door het ongemakkelijke contact met de tandarts. Hij beschrijft de tandarts als een ‘gemaskerde figuur’ die over een achterover liggende persoon hangt. Zeg daar maar eens nee tegen!

Ik moest lachen om die omschrijving van de tandarts als een soort roofovervaller, vooral toen ik dacht aan die brave oudere dame die ooit mijn tandarts was. Toch herkende ik wel iets van de aarzeling om een behandeling te weigeren.

De kritiek van Jabr wordt fundamenteler als hij zijn onderzoek verbreedt en vaststelt dat te veel behandelingen op te weinig wetenschappelijk bewijs berusten. Dat is volgens hem een zwak punt in de tandheelkunde. Veel standaardbehandelingen zouden niet of nauwelijks gebaseerd zijn op wetenschappelijk onderzoek. Tweemaal per jaar voor controle naar de tandarts? Voor volwassen patiënten zou eens per 12 tot 16 maanden genoeg zijn. Is flossen nuttig ter bestrijding van tandplak? Er is geen bewijs voor. Moeten slechte metalen vullingen worden gerepareerd of vervangen? Er is onvoldoende onderzoek naar gedaan. Moeten verstandskiezen preventief getrokken worden? Steeds meer tandartsen betwisten het, maar er is weinig zekerheid.

Een tandarts zegt in dit artikel: „Ik wil niet te somber zijn, de meerderheid van de tandartsen is behoorlijk goed, maar er wordt te vaak overbehandeld.” The Atlantic keek ook rond in Europa en belandde in Zürich, waar bij een onderzoek bleek dat 50 van de 180 tandartsen ten onrechte de kies van dezelfde patiënt wilden vullen.

Ik begon mijn eigen verleden als tandartspatiënt te inventariseren. Hoeveel verschillende tandartsen had ik gehad? Vijf. Van de eerste, uit mijn jeugd, herinner ik me alleen de man met de bebloede voorschoot – een notoir snelle kiezentrekker. Daarna kwamen twee matige artsen, in Groningen en Hilversum, wier vullingen verdacht snel aan de wandel gingen. Toen volgden twee uitmuntende artsen in Amsterdam over wie ik geen kwaad woord wil horen, ook niet uit Amerika.