Corruptiezaak tegen Shell loopt volgens juristen onvermijdelijk vertraging op

Beroepsgeheim Oproep OM om procedures rond verschoningsrecht te versimpelen stuit op verbazing bij advocaten en wetenschappers

Een installatie van Shell in Nigeria.
Een installatie van Shell in Nigeria. Foto Robin van Lonkhuijsen/ANP

Shell en het Openbaar Ministerie waren er donderdag uiteindelijk eerlijk over. Ja, zij botsen over de interne Shell-documenten die begin 2016 tijdens een inval door opsporingsdienst FIOD in beslag zijn genomen op het Haagse hoofdkantoor. Die gaan over de corruptiezaak rond OPL245, een mega-olieveld voor de kust van Nigeria.

Het Nederlandse en het Italiaanse OM verdenken Shell, samen met de Italiaanse branchegenoot Eni, van het betalen van honderden miljoenen euro’s smeergeld aan Nigeriaanse ambtenaren en politici. De strafzaak daarover in Milaan ligt op koers – ergens begin 2020 worden er vonnissen verwacht. Maar in Nederland zit er weinig schot in de zaak.

Het OM en de Fiod willen niets liever dan aan de slag met de papieren en digitale bestanden die ruim 3 jaar geleden in beslag werden genomen, maar mogen dat niet. De reden: die zouden vallen onder het verschoningsrecht van advocaten van Shell – zowel externe raadslieden als advocaten in loondienst.

Lees ook het nieuwsbericht: Shell en Damen blokkeren onderzoek

Totdat de rechter-commissaris hierover heeft geoordeeld, ligt de zaak in feite stil. Een eerste oordeel over de bruikbaarheid van de stukken wordt deze zomer verwacht. Al met al kan de zaak tegen Shell jaren vertraging oplopen.

Om dit tegen te gaan, pleit het OM voor snellere regels rondom verschoningsrecht. Komen die er niet, dan wordt het praktisch onmogelijk om een multinational te vervolgen, zei Bert Langerak, opsporingsdirecteur bij de Fiod, donderdag in NRC. Vrijwel elke Nederlandse multinational heeft advocaten in loondienst. Volgens Langerak dreigt hun beroepsgeheim een ondoordringbare juridische muur om de administratie van grote bedrijven te leggen.

Wereld op zijn kop

Tim de Greve leest dit soort redeneringen met verbazing. De Stibbe-advocaat is in een langdurig gevecht verwikkeld met het OM over het verschoningsrecht, in de zaak van de Eindhovense vermogensbeheerder Box Consultants. „Daar heeft het OM honderden vertrouwelijke emails gewoon gebruikt in zijn onderzoek”, zegt De Greve, die hierover een aantal procedures won bij de rechtbank en het hof in Den Bosch.

Hij noemt het „de wereld op zijn kop” dat het OM „nu opeens” pleit voor andere procedures. „Als OM en Fiod zelf zich aan de regels houden, is er niets aan de hand. Dan is er ook geen vertraging. Dat nu in de media komt dat zij het anders willen met het verschoningsrecht, zie ik als een tamelijk doorzichtige poging om op onjuiste gronden het verschoningsrecht om zeep te helpen.”

Barbara van Straaten van het Amsterdamse kantoor Prakken d’Oliveira is advocaat van vier actiegroepen (twee Engelse, één Italiaanse en één Nigeriaanse) die aangifte deden in Nederland en Italië van corruptie door Shell en Eni. Zij is vooral teleurgesteld dat de strafzaak in Nederland vertraging oploopt door de botsing over het verschoningsrecht.

Lees ook: Advocaten Shell en Damen gebruiken verschoningsrecht voor stagnatie onderzoek

„In Italië is de zaak voortvarend opgepakt en zijn er al twee mensen veroordeeld. Mijn cliënten begrijpen niet dat de vervolging in Nederland maar niet van de grond komt. Temeer daar het risico bestaat dat strafbare feiten straks verjaren”, zegt zij.

Volgens Daan Asser, emeritus-hoogleraar aan de Universiteit Leiden en voormalig raadsheer in de Hoge Raad, is het een illusie om te denken dat het OM met een beroep op vertraging bij strafzaken het verschoningsrecht zou kunnen ombuigen. „Het vrije verkeer tussen advocaat en cliënt is buitengewoon zwaarwegend. Je kunt wel zeggen dat je er last van hebt als OM, maar dan moet je het maar beter organiseren. Uiteindelijk moet de rechter oordelen wat onder het beroepsgeheim valt en wat niet.”

Volgens hem passen discussies over verschoningsrecht in een wereldwijde trend. „Dit speelt ook elders, zeker in de Angelsaksische landen. Ik zou zeggen: logisch dat dit nu ook in Nederland gebeurt.”

Rechter-commissaris

Emeritus hoogleraar strafrecht aan de Rijkuniversiteit Groningen Feikje Vellinga-Schootstra zegt dat de oplossing moet worden gezocht in een sterkere positie van de rechter-commissaris.

Die zou meer bevoegdheden en personeel moeten krijgen om zelf zo snel mogelijk te kunnen beslissen over de selectie van mogelijk geheime stukken. „Zowel het Openbaar Ministerie als advocaten moeten daarbij kritisch gevolgd worden,” zegt zij. „Er ligt hierover een mooi wetsvoorstel, maar het kost geld om het takenpakket van de rechter-commissaris uit te breiden. Dat budget is er nog niet.”

Daarbij heeft zij slecht nieuws voor wie hoopt dat het pleit over het verschoningsrecht snel beslecht is. „Het zijn ingewikkelde leerstukken. Daar moet goed over nagedacht worden.”