Recensie

Recensie Media

Broedmachine, hoer of hulp

Seizoen 3 The Handmaid’s Tale blijft relevant in tijden van Trump en Baudet. Maar nu de serie over een vrouwenonderdrukkende dictatuur de roman van Margaret Atwood niet meer volgt, is de scherpte er wel vanaf.

June Osborne alias Offred (Elisabeth Moss) in The Handmaid’s Tale. Foto Videoland
June Osborne alias Offred (Elisabeth Moss) in The Handmaid’s Tale. Foto Videoland

Toen The Handmaid’s Tale in 2017 op televisie kwam, wezen velen op de parallellen met de actuele politieke werkelijkheid. Leek het Amerika van Trump niet heel erg de richting op te gaan van de door Margaret Atwood in haar boek uit 1985 beschreven dictatuur Gilead? In deze totalitaire samenleving hebben vrouwen drie rollen: Wife, Handmaid of Martha, respectievelijk (onvruchtbare) echtgenote van een machtig man, broedmachine of huishoudhulp. June/Offred (Elisabeth Moss) fungeert als handmaid (dienstmaagd) en wordt middels een terugkerende ‘ceremonie’ geacht een kind te baren voor Serena, de vrouw van Commander Waterford.

De serie sloeg enorm aan en je zag her en der vrouwen demonstreren in het karakteristieke kostuum van de dienstmaagden: een rood gewaad met een witte kap. Ook de slogan in verbasterd Latijn die Offred in haar kamer aantreft, Nolite te bastardes carborundorum, zag je voorbijkomen op talloze spandoeken: Don’t let the bastards grind you down. In de serie zijn die ‘bastards’ oerconservatieve mannen die neerkijken op vrouwen en hen reduceren tot (dienst)maagd, hoer of huishoudhulp.

In het totalitaire Gilead lijden vrouwen een hels bestaan. Alle rechten zijn hen ontnomen, een deel werkt als slaaf in ‘de kolonies’ waar ze onder onmenselijke omstandigheden dwangarbeid verrichten. Ongehoorzaamheid levert een lijfstraf op, in het ergste geval zelfs ophanging. In elke aflevering bungelen er ter afschrikking wel wat levenloze lichamen langs de stadsmuur. Schokkende, relevante televisie.

Ondanks enkele wurgende scènes was het tweede seizoen minder sterk, met te veel vulling en een conservatief aandoende nadruk op de zegeningen van het (biologische) moederschap. Dat de tweede serie tegenviel, had wellicht ook te maken met het feit dat deze niet meer gebaseerd was op Atwoods boek maar uit de koker kwam van showrunner Bruce Miller en zijn schrijfteam.

Anti-abortusbeweging

Het derde seizoen gaat vandaag opnieuw van start in tijden van sterk onder druk staande vrouwenrechten: in een aantal Amerikaanse staten is abortus verboden en ook in Nederland wint de anti-abortusbeweging aan kracht. In die zin is de serie nog steeds relevant.

De toeschouwer veert als vanzelf op bij zinnetjes als „We’re all disposable.” Maar op basis van de eerste drie afleveringen van seizoen drie overheerst toch een gevoel van teleurstelling. De scherpte van Atwoods roman wordt node gemist en je kunt zelfs (voorzichtig) vragen waarom een man showrunner is.

Net als in het tweede seizoen rekt Miller de boel soms nodeloos op, ook deze nieuwe reeks telt dertien afleveringen. Het gevoel van urgentie, dat de eerste reeks kenmerkt, is verdwenen: de serie is stil blijven staan, maar de tijd zelf, getuige recente anti-abortusontwikkelingen, niet. Situaties en scènes herhalen zich, al bevat elke episode altijd wel een paar mooie momenten, zoals het gesprek in de eerste aflevering tussen June en Mrs. McKenzie over Junes oudste dochter Hannah die door de McKenzies wordt opgevoed. „Ze heeft jouw ogen” zegt Mrs. McKenzie, waarop June antwoordt: „ik ben haar moeder”.

Het derde seizoen draait vooral om de vraag of het verzet tegen Gilead zal toenemen en welke rol June daarin speelt. Zij moet op zoek naar nieuwe medestanders en weet niet zo goed wat zij aanmoet met de wispelturige Commander Lawrence, in wiens huis zij terecht komt. Ook krijgt de kijker meer te zien van de situatie in Canada, waar Emily (Alexis Bledel) aan het eind van het tweede seizoen met Junes baby heen vluchtte en nu met aanpassingsproblemen kampt.

De prijswinnende cinematografie is nog steeds fraai, met onderbelichte ruimtes waar zonlicht de ramen overstraalt en ziekelijk groen licht – de kleur van het puriteinse Gilead – doorbroken wordt door het felle rood van de dienstmaagdenkostuums. Toch sluipt in de stijl, net als in de scenario’s, ook af en toe wat maniërisme, met de steeds terugkerende frontale close-ups van June, trage tracking shots en het gebruik van slow-motion voor Belangrijke Momenten. Daar staan prachtige composities tegenover die vaak van onderen of boven zijn gefilmd.

Intussen schrijven Miller en zijn scenaristenteam gestaag door aan vervolgseizoenen, mogelijk zelfs tien. Hierdoor ontstaat er een (heel grote) kans dat deze baanbrekende serie langzaam doodbloedt en dat zou toch jammer zijn in het tijdperk van Trump, Baudet en consorten.