Foto Frank Ruiter

‘Als m’n kind ziek is, belt de crèche mijn vriendin’

Willem Bisseling (36) werd vader en schrok van de „door vrouwen gedomineerde zwangerschapswereld”. Hij schreef een boek voor vaders in spe. „De man is vaak het wormvormig aanhangsel van zijn zwangere vrouw.”

Vrijdagmiddag, iets voor 12 uur, een terras in Amsterdam-Noord. Willem Bisseling (36), literair agent, drinkt koffie in de schaduw. Op tafel liggen een prentenboek, een Hema-kleurboek en wat potloden. Een paar meter verderop zit Bente, zijn dochter van één jaar en vier maanden, gehurkt te spelen op de stoep. „Ze wordt zo opgehaald, hoor”, zegt hij. Haar moeder, zijn vriendin, was aan het werk, maar is nu onderweg om hem af te lossen opdat wij het kunnen hebben over Vader op komst, het handboek dat hij schreef over wat een „moderne vader” te wachten (en te doen) staat tijdens de zwangerschap, de bevalling en de kraamweken daarna.

Zijn er niet genoeg boeken, sites, blogs en apps voor en over zwangerschap en baby’s? Jawel, maar het gros daarvan staat zo bol zoetsappige tuttigheden dat de meeste mannen er volgens Bisseling weinig mee kunnen. Je kleine wondertje. Het nieuwe mensje. Jullie prinsje/prinsesje. Bleeegh. „Een geglaceerde K3-verjaardagstaart is er niks bij.” En als er al iets speciaal voor mannen wordt geschreven (Help, ik heb mijn vrouw zwanger gemaakt), dan is de toon jolig en lollig, maar wordt er geen antwoord gegeven op simpele, praktische vragen waarop hij een antwoord wilde weten. Van wat er gebeurt in de buik van zijn vriendin, tot het nut van hydrofielluiers, en wat woorden als ontsluiting, inleiden en stuwing betekenen. „Vrijwel tot aan de uitgerekende datum heb ik me druk gemaakt over waar ik in godsnaam de auto moest parkeren als ik mijn barende vriendin bij het ziekenhuis af zou zetten. Hoe gaat zoiets? Vertel het me, zeg me wat ik kan doen, daar had ik behoefte aan.” Toen Bente vijf maanden was, en de herinnering aan de maanden waarin ze op komst was nog vers, is hij zelf zo’n boek gaan schrijven, dat inderdaad nuchter én praktisch is, realistisch en serieus.

„Papa,” roept Bente naar haar moeder die aan komt fietsen. Niet zonder trots zegt Bisseling dat dat het eerste woord was dat ze kende. Ze gaat, voorop in het fietszitje, mee naar huis. We bestellen een salade met vis. „Ook zoiets wat verandert door de komst van een kind. Wat je eet.” Hij, de kokende thuis, maakt minder vaak vlees en meer groente. Hij formuleert zijn stelling nog wat steviger dan net. Hij zegt: „De zwangerschapswereld is een door vrouwen gedomineerd domein.” En voor ik kan zeggen ‘dat is toch best logisch’, zegt hij dat hij heus niet het soort man is dat het heeft over ‘samen zwanger zijn’. „Want dat bén je niet”. Maar hij is, zegt hij, wel een moderne man, in de zin dat hij streeft naar gelijkwaardigheid. „We zijn toch een geëmancipeerd land? Een zwangerschap komt toch doorgaans voort uit een beslissing, een keuze van man en vrouw samen? Ja, een vrouw draagt het kind, maar ze is toch niet de enige die een kind krijgt? Of zeg ik dan iets geks?” Nee, natuurlijk niet.

Best nuttige informatie

Erger dan de toon of tuttigheid van de zwangerschapswereld, vindt hij de „stereotiepe man-vrouwverhoudingen” waarin gedacht, geschreven en gehandeld wordt. „De man is vaak het wormvormig aanhangsel van zijn zwangere vrouw, hij krijgt een summiere rol op de bijrijdersstoel.” Op z’n best wordt hij neergezet als een oenig ‘hij doet ook maar zijn best’-type, maar soms wordt zijn aanwezigheid genegeerd. „Een van de eerste controles bij de verloskundige. Mijn vriendin wordt onderzocht. Bloeddruk, hartje van de baby, alles. De verloskundige vraagt haar of er in haar familie erfelijke ziektes bekend zijn. Nee, antwoordt zij. Ik piep, vanaf de zijlijn, dat in mijn familie diabetes type 1 voorkomt. Erfelijke ziekte, niet ongevaarlijk, best nuttige informatie toch?” Best wel. „Werd niet eens naar geluisterd.”

Vervelend om te vragen, maar het moet even, en het klinkt onaardiger dan ik het bedoel, maar speelt soms mee dat mannen het lastig vinden dat het, eventjes, een paar maanden, alleen om de vrouw draait, en niet om hen? Hoe moeilijk is het om een stapje opzij te doen? „Een stap opzij is prima. Maar vele stapjes samen worden een afstand. Dan is het niet gek dat mannen zich afzijdig houden. Maar we wilden toch een samenleving waarin het normaal is dat vaders zich ook verantwoordelijk voelen voor hun kind? Dan is het wel handig om ze ook bij de voorbereiding op hun komst te betrekken.” Hij heeft 500 verloskundigenpraktijken aangeschreven met de vraag of er behoefte is aan meer mannenbetrokkenheid. Die is er. En hij heeft daar ideeën over.

Tijdens de bevalling ben ik niet zelf over pijnstilling begonnen

„Ik voel me niet senang in de wattenwereld van de zwangerschapscursussen, ik kon heel weinig met het yoga-gezweef van ‘if you can’t beat the waves, know how to surf them’. Geef me liever een fysiotherapeut die uitlegt hoe een wee zich het best laat wegademen. Doe me de feiten, de wetenschap, vertel het me zo dat ik het begrijp. Ik denk dat het voor meer mannen zo werkt.” Wat wist hij niet dat hij wel had willen weten? „Tijdens de bevalling ben ik niet zelf over pijnstilling begonnen. Mijn vriendin had van tevoren gezegd dat ze dat wilde, maar ze kon er op het moment zelf, in al het bevalgeweld, niet meer om vragen. Had ik toen maar geweten dat een verloskundige nooit actief pijnstilling mag aanbieden.”

Misschien, zeg ik, wil hij de traditionele rolpatronen iets te snel veranderen? Ik bedoel, nog geen halve eeuw geleden stond de aankomend vader op gang te roken, terwijl zijn vrouw beviel. „Zo veel is er anders niet veranderd.” Neem het verlofsysteem. „Tot begin dit jaar had een man recht op twee dagen. Twéé dagen. De bevallingsdag en de dag erna. Dat was het.” Nu is het opgerekt naar vijf dagen, vanaf 2020 wordt het zes weken, waarvan twee verplicht. Maar, zeg ik, het idee was toch dat een man alleen maar in de weg loopt in een huis vol kraamhulp, bezoek, (schoon)moeders. „Onzin. Dat maken we ervan. De vrouw herstelt van de bevalling, de man heeft daarbij een ondersteunende rol. Juist dan moet je er zijn.” Hij had een paar weken vrij genomen, maar achteraf schaamt hij zich dat hij niet veel meer thuis was die eerste maanden. „Mijn vriendin had een uitstekende zwangerschap, maar een verschrikkelijke bevalling. Ik had er veel meer voor haar willen zijn.”

Ochtendmisselijkheid

En toch, zeg ik, is het voor veel vrouwen wennen om jonge vaders te horen praten over krampjes, over nachtvoedingen, of over hun opspelende hormonen. Alsof ‘jullie’, de mannen dus, zich iets toe-eigenen wat voorheen het exclusieve terrein van vrouwen was. En toch, zegt hij, is het een meetbaar gegeven dat ook de hormoonspiegel van aankomende vaders verandert. „De aanmaak van testosteron daalt, een man wordt letterlijk weker. Sommigen krijgen serieus last van moeheid en ochtendmisselijkheid.” Het couvadesyndroom. Oké, mannen worden weker, maar vrouwen worden stoerder, of doen zich zo voor, want te ‘moederachtig’ doen of klagen over kwaaltjes, wordt op hun werk niet professioneel gevonden. „Ik had een collega die nauwelijks durfde te zeggen dat ze zwanger was, ze was bang dat wij, de mannen, dat irritant zouden vinden. Dat is weer het andere uiterste. Waar het mij om gaat is dat we ervoor zorgen dat mannen meer betrokken kunnen zijn, maar dat ook meer mogen zijn.”

Hij komt uit een jongensgezin uit Noord-Brabant, hij is de middelste. Zijn ouders werkten, zijn moeder als directiesecretaresse, zijn vader als hoofdverpleegkundige. „De broertjes Bisseling bleven over op school en bij ons thuis was er geen vanzelfsprekende verdeling tussen wat mijn moeders taken waren of de onze. Iedereen deed wat hij het beste kon.” In zijn geval was dat dus boodschappen doen en koken. Net zo vanzelfsprekend vindt hij het dat hij (net als zijn vriendin) een dag minder werkt om voor Bente te zorgen. „Maar dat blijkt dus de uitzondering. Ik heb een vriend die bij Aegon werkt, die hoeft niet eens te beginnen over minder uren.”
En zo zijn er nog wel wat dingen die hem storen. „Een zwangere zzp’er kan zich verzekeren voor haar verlof, de partner van een zwangere heeft geen enkel recht. Ben je niet getrouwd met de moeder, dan ben je niet de vader van je kind. Je moet nog best veel moeite doen om het vaderschap officieel te verkrijgen, ervandoor gaan is makkelijker. Als Bente ziek is, belt de crèche mijn vriendin. Nou ja, grote en kleine ergernissen, maar zo diep zit die rolverdeling dus nog.”

Lees ook: Wat deze vader vindt van vijf dagen vaderschapsverlof

Juist het gemorrel aan die rolverdeling tussen man en vrouw, maakt mensen ongelukkig en kinderen (als ze er al komen) verweesd, zei Thierry Baudet van Forum voor Democatie nog niet zo lang geleden. „Dat conservatisme zie je, heel gek, ook veel bij jonge mensen. Maar ik zeg niet hoe een ander het moet doen, hè. Iedereen mag het helemaal zelf weten. Noem me een romanticus, noem me naïef, maar ik denk dat de wereld beter wordt als zwangerschap en geboorte iets van ons samen is.”