Opinie

    • Michel Krielaars

Waarom de meeste Russen zo passief zijn

Door deze meesterlijke roman begrijp je ineens waarom Poetins tot 31 procent gedaalde populariteit binnen een paar dagen door hetzelfde bureau met 40 procent kon worden opgekrikt.

Al vier dagen vaar ik op de Wolga en opnieuw besef ik dat je Rusland alleen maar kunt begrijpen door zijn klassieke schrijvers te lezen. De stadjes die we met ons schip, Zwanenmeer, aandoen heb ik elf jaar geleden al eens bezocht. In Misjkin is het nog net zo’n armoedige toestand als toen, met vervallen huizen, kapotte wеgen en werkende vrouwen die ondanks alles welgemeend trots zijn op hun stad alsof er geen mooiere bestaat. Het wat grotere en gezellige Kostroma, onze tweede halte, heeft een goed onderhouden centrum uit de tijd van Catharina de Grote, maar de meeste houten huizen staan uit het lood en verdienen een lik verf. En het pittoreske Pljos is nog altijd een parel aan de Wolga, maar dat is te danken aan een lokale oligarch, die alle datsja’s heeft opgekocht en gerestaureerd. ‘Ondanks die schoonheid is het merendeel van de bevolking arm’, zegt Ljoedmila, een gescheiden moeder, met wie ik op straat in gesprek raak. ‘Het gemiddelde maandsalaris is hier 280 euro.’

Ook valt me op hoe gehaat Michail Gorbatsjov bij velen is, van jong tot oud. ‘Hij heeft ons land kapot gemaakt,’ zegt zowel de 30-jarige Katja als de 65-jarige Irina. Alsof ze niet beseffen dat de laatste Sovjetleider probeerde te redden wat er te redden viel, met het uiteenvallen van het enorme land als onbedoeld gevolg.

‘Er is buiten Moskou amper werk, en als het er al is wordt het slecht betaald’, zegt Leonid, een gepensioneerde chemicus, wiens zoon naar Spanje is geëmigreerd. ‘Iedereen die de kans heeft, vertrekt.’

Ik moet ineens aan Svetlana Alexijevitsj denken, die in haar boek Het einde van de rode mens schrijft dat veel Russen zo getraumatiseerd zijn door het uiteenvallen van de Sovjet-Unie, dat ze hun vrijheid zonder veel moeite aan Poetin hebben afgestaan in ruil voor een relatieve welvaart.

Dat er een constante in de Russische geschiedenis bestaat, lees ik in Michail Satykov-Sjtsjedrins satirische roman De geschiedenis van een stad (1869-1870). Het volk heeft bij hem niets te zeggen en zegt dan ook niets. De staat is er niet voor dat volk, maar het volk is er voor de staat. Het heeft als enige taak zich te onderwerpen aan de machthebbers en hun soms idiote, contraproductieve en destructieve maatregelen.

De stad waar Saltykovs roman zich afspeelt en die model staat voor heel Rusland heet Gloepov, wat van het Russische gloepy (dom) komt. De stadsbestuurders doen generatie op generatie vooral aan zelfverrijking en hanteren met plezier de knoet om de passieve en luie burgers in het gareel te dwingen. De belangrijkste taak van de bestuurders is het innen van belastingen, in ruil waarvoor de Gloepoffers meestal niets terugkrijgen. Maar ze accepteren het, omdat ze zonder leiding en de knoet nergens zijn.

Door Saltykovs meesterlijke roman begrijp je ineens waarom de meeste Russen zo passief zijn en waarom Poetins tot 31 procent gedaalde populariteit binnen een paar dagen door hetzelfde bureau met 40 procent kon worden opgekrikt. Zo houden volk en leider elkaar in evenwicht en blijft het land zwabberen tussen straffe orde, chaos en anarchie. Want, zoals Saltykovs de Gloepoffers laat zeggen als ze een nieuwe bestuurder uitnodigen om over hen te komen heersen, ‘wet en waarheid zijn er bij ons niet.’