Knap, rijk en depressief: de vrouw in dit bizarre boek slaapt een jaar lang

Interview In het chicste postcodegebied van New York besluit een jonge vrouw een jaar lang te slapen. Met een boek over dit bizarre personage brak Ottessa Moshfegh door bij het grote publiek. “Door mijn slaaptekort leek het of ik aan de drugs was.”

Ottessa Moshfegh: "Op 9/11 zag ik mensen wijntjes drinken."
Ottessa Moshfegh: "Op 9/11 zag ik mensen wijntjes drinken." Foto: Andreas Terlaak

Het is het jaar 2000 en in het chicste postcodegebied van New York woont een 24-jarige vrouw. Ze is modelachtig knap, afgestudeerd aan een topuniversiteit en heeft een baantje bij een hippe galerie. Haar sociale leven bestaat uit een sadomasochistische vriendschap, een verknipte seksrelatie met een Wall Street-figuur en gesprekjes met de verkoper van de 24-uursbodega om de hoek. Haar ouders zijn dood. Over haar moeders begrafenis: „we begroeven haar in een zalmkleurig pak van Thierry Mugler. Haar haar zat perfect. Haar lippen waren perfect, bloedrood, Christian Dior 999.”

De naamloze hoofdpersoon in Mijn jaar van rust en kalmte, het boek waarmee de Amerikaanse schrijfster Ottessa Moshfegh (1981) doorbrak bij het grote publiek, heeft in materieel opzicht alles wat je je in het laatkapitalistische Westen zou wensen. Maar van binnen is ze diep verveeld en verschrikkelijk ongelukkig.

Daarom bedenkt ze een radicaal plan: om opnieuw geboren te worden, zich te ‘resetten’, wil ze twaalf maanden lang thuis slapen, met behulp van alle pillen die ze haar gestoorde psychiater kan ontfutselen. Een jaar lang volgen we deze zelfuitgevoerde lobotomie, staccato en onderkoeld beschreven, met steeds meer black-outs, zwaardere medicijnen en 11 september op de horizon.

Ottessa Moshfegh werd in 1981 geboren in Boston en groeide op in het deftige New England als kind van een gevluchte Iraans-Joodse vader en Kroatische moeder. Als kind was ze voorbestemd om muzikant te worden en studeerde vier uur per dag. Tot ze als puber de aanmelding voor een muziekzomerkamp miste en haar moeder haar opgaf voor een schrijfprogramma, aldus een profiel in The New Yorker.

Moshfegh was begin dertig toen haar novelle McGlue (2014) verscheen, en brak pas door met de thriller Eileen – genomineerd voor de Booker Prize 2016 – die ze volgens eigen zeggens schreef met behulp van het doe-het-zelfboek The 90 Day Novel. Ze staat bekend om haar Spartaanse werkritme en wordt gezien als een van de meest getalenteerde jonge Amerikaanse schrijvers van dit moment.

In het existentialistische en absurde universum van Moshfegh dompelen de notoir ‘unlikeable’ personages zich onder in het moderne leven, en dan de lelijke kant ervan. Ook Moshfeghs eigen leven kent een aantal opmerkelijke details. Zo ontmoette ze haar man tijdens een ‘interview’ dat 27 dagen duurde, werkte ze in China in een punkbar en verliet ze New York nadat ze daar de kattenkrabziekte opliep. In een nondescript Haags hotel vertelt Moshfegh – tenger, grote ogen, zorgvuldig geformuleerde zinnen – over haar werk.

Foto: Andeas Terlaak

Wist u al vanaf het begin dat uw hoofdpersonage in Mijn jaar van rust en kalmte zichzelf met slaap zou verdoven, en niet bijvoorbeeld met alcohol of drugs?

„Ja, dat wist ik al meteen. Tot ik op een punt kwam waar ik een manier nodig had om haar nóg meer te laten slapen. Toen kwamen de medicijnen in het verhaal.”

Deze vrouw heeft de jackpot gewonnen wat privileges betreft. Dat wordt keer op keer benadrukt. Waarom koos u daarvoor?

„Ik wilde haar beslissing om te overwinteren geen reactie laten zijn op de moeilijkheden in haar leven. Ik had van haar ook een arme, alleenstaande moeder kunnen maken, wier kinderen tijdens een brand waren omgekomen en die gezocht werd door haar vriendje met losse handen. Dan zou een winterslaap compleet logisch zijn. Maar ik wilde dat zij ervoor koos als een experiment, mogelijk door haar privileges. Als een manier om te dealen met wie ze is: geïsoleerd, gevoelloos, eenzaam. Ze heeft een liefdeloos leven.”

In het New York van omstreeks de millenniumwisseling dat u beschrijft, zou je een metafoor kunnen zien voor de leegte van de Westerse cultuur.

„Ik weet niet of de cultuur toen echt zo leeg was. Wat ik veel interessanter vind, is wat er ná 9/11 gebeurde. Een compleet misleidende oorlog. Mensen waren zo getraumatiseerd door wat zij dachten dat een terroristische aanval was, dat je uitspreken tegen de oorlog als anti-patriottistisch werd beschouwd. Cultureel gezien werd in de vroege jaren 2000 de weg geplaveid voor nieuwe instituties om voet aan de grond te krijgen in Amerika, zoals sociale media. Ik zit er niet op, ik zie ze als een manier om de gedachten van mensen te beheren.”

Lees ook de recensie van Mijn jaar van rust en kalmte: Ze is blond, dun, mooi en voorlopig in winterslaap

Tijdens 11 september was u een 21-jarige student in New York. Hoe heeft u die dag ervaren?

„Ik had een nicht die in het World Trade Center werkte. De gebeurtenissen waren downtown, maar ik bevond mij uptown, je kon de rook zien. Ik werd wakker met mijn wekkerradio en hoorde wat er aan de hand was, maar begreep het niet precies en ging maar douchen. Toen bleken alle colleges te zijn geannuleerd. Ik kon mijn nicht en mijn ouders niet bereiken, er stonden rijen voor de betaaltelefoons en de netwerken lagen plat. Het was extreem beangstigend. Ik bracht de dag door met vrienden die in het gebouw woonden. Soms kwamen er mensen naar binnen die zeiden dat het drinkwater was vergiftigd. In mijn buurt was er een gigantische rij voor de supermarkt maar tegelijkertijd zaten er aan de overkant van de straat mensen wijntjes te drinken en een broodje te eten. Dat was echt onwerkelijk. Uiteindelijk bleek mijn nicht zich die dag te hebben verslapen. Ze had nog wel de metro gepakt, maar die stopte halverwege omdat er toen al brand was in de torens.”

Veel mensen zouden door het huidige onrustige politieke tijdperk heen willen slapen, net als in uw boek, schreef een recensent. Een mildere variant daarvan is de opkomst van ‘selfcare’, voor jezelf zorgen met wellness of meditatie. Hoe kijkt u hier tegenaan?

„Ik probeer er niet te cynisch over te zijn, want er komen hele goede dingen uit voort. De voor de hand liggende kritiek is dat het om een miljardenindustrie gaat. Dat het samengevoegd wordt met extreme zaken als plastische chirurgie en crossfit. Ook is er iets smerigs aan het gebruik van een telefoonapplicatie om te mediteren. Zelf mediteer ik niet, ik heb het geprobeerd en ik haat het. Ik geloof niet in het stoppen van je gedachten. Zelfs als ik denk ‘niet denken’ denk ik aan iets. Daar word ik dan door opgeslokt. En dan denk ik: wat is er mis met denken?”

Lees ook de recensie van Heimwee naar een andere wereld: Een zalige middag met de dildo in de hut

Met de komst van technologie is er een nieuwe fascinatie voor slaap ontstaan, waarbij slaap als een soort prestatie wordt gezien, te managen met apps.

„Ik hou mij daar niet echt mee bezig, maar hoe ouder ik word, hoe meer ik merk dat slaap belangrijker voor mij wordt. Toen ik in de twintig was waren er nachten dat ik niet meer dan vier of vijf uur sliep. Op een gegeven moment voelde het alsof ik in een alternatief universum leefde. Als je zo lang zo weinig slaapt, lijkt het wel alsof je aan de drugs bent. Ik begon een medicijn genaamd trazedone te slikken [een antidepressivum, red.]. De afgelopen twintig jaar heb ik nogal wat periodes van slapeloosheid gehad. Toen ik klaar was met dit boek, brak er weer een zo’n periode aan.”

Denkt u dat uw onderbewustzijn op dit moment wachtte?

„Ik denk het wel. Slaap is gewoon zo raar. We worden compleet passief en totaal kwetsbaar. Ik denk wel eens na over hoe mensen vroeger sliepen, ik las dat de nachtrust in de Middeleeuwen uit twee delen bestond. Wat deden ze in de tijd ertussen? De bijbel lezen?”

In 1992 zag u als elfjarige Nirvana – bekendste tekstregel: ‘here we are now, entertain us’ – optreden bij de talkshow Saturday Night Live. U beschreef dit in een interview als een vormend moment, omdat de band lelijk maar zichzelf was.

„Dat optreden bevestigde de gevoelens die ik had over de samenleving: dat er zoveel bullshit is. Ik zou niet zeggen dat ik een nihilist ben, maar er is veel bullshit. Alledaagse obsessies, kabeltelevisie, conformisme, voldoen aan verwachtingen. Nirvana liet mij zien dat er meer waarde zit in het reiken naar iets diepgaands. In mijn tienerjaren en als twintiger gaf ik hier echt om. Nu ben ik er wat boeddhistischer over, ik kan sommige van de dingen die ik net noemde nu vermakelijk vinden. En de dingen die mij niet vermaken, negeer ik volledig.”

Foto: Andreas Terlaak

Uw werk doet mij denken aan de schilderijen van Edward Hopper: eenzame mensen in de grote stad, vervreemd door het moderne leven. Wat trekt u zo aan in het stadsleven?

„In het stadsleven trekt mij vooral de energie. Mijn man [schrijver Luke B. Goebel, red.] en ik hebben een huisje in de woestijn, maar ik heb mijn appartement midden in Los Angeles aangehouden. We hebben twee honden en als we allemaal samen zijn voelt het door het ruimtegebrek alsof we weer in New York wonen. Er vliegen voortdurend helikopters over, ik woon naast een school, en drie blokken verderop is een Scientologykerk. Ik denk dat ik mij beter kan concentreren als ik te midden van zo’n chaos schrijf, al moet de ruimte zelf wel stil zijn.”

Naast periodes van insomnia lijdt u ook aan scoliosis, waarbij de ruggengraat in een s-vorm groeit. In hoeverre is gevangenschap in een lichaam een inspiratiebron?

„Ik denk: steeds minder. Ik denk dat mijn verbeelding steeds groter wordt. Ik leer me aan het me comfortabeler te maken door bijvoorbeeld in gedachten naar andere plekken te reizen.”

Wat uw werk fascinerend maakt, is dat het zowel afstotelijk als verfijnd is, ‘alsof je Kate Moss ziet poepen’, zei u in een eerder interview. Waar komt uw fascinatie voor de lelijke kant van mensen vandaan?

„Die lelijkheid verbindt ons onder de oppervlakte. Als lezer zie je dat je niet de enige bent die van binnen menselijk is. Het voorbeeld van Kate Moss is erg expliciet, maar maakt wel het punt. Al zal ze waarschijnlijk niet zoveel poepen.”