Recensie

Recensie Boeken

Waarom de Duitsers helemaal niet zo superieur waren tijdens D-Day

D-day Valt er nog iets nieuws te vertellen over de landing van de geallieerden in Normandië op 6 juni 1944? Jazeker, de Britse historicus James Holland heeft zelfs een revisionistische geschiedenis van de slag geschreven. Overigens, de Duitse soldaat was helemaal niet superieur.

Amerikaanse soldaten in een landingsvoertuig bij een van de landingsstranden in Normandië, 6 juni 1944
Amerikaanse soldaten in een landingsvoertuig bij een van de landingsstranden in Normandië, 6 juni 1944 Foto Reuters
    • Bart Funnekotter

Het Grote Herdenken is begonnen. Geflankeerd door tal van wereldleiders kwamen de allerlaatste nog levende veteranen donderdag naar Frankrijk om stil te staan bij de 75ste verjaardag van D-Day, de geallieerde landing op de kust van Normandië die op 6 juni 1944 de ondergang inluidde van nazi-Duitsland. Het was de aftrap van een herdenkings-estafette die zal eindigen op 8 mei, de datum waarop het Derde Rijk in 1945 capituleerde.

Uiteraard gaat dit jubeljaar gepaard met de publicatie van flink wat nieuwe boeken over de oorlog. In het Verenigd Koninkrijk en de VS is het titanengevecht met Adolf Hitler voor uitgevers nog altijd big business. Zo’n hausse aan verse titels roept wel de vraag op of er eigenlijk nog iets nieuws te vertellen valt over dit conflict. Wat kun je bijvoorbeeld nog melden over D-Day dat afwijkt van wat al te lezen was in de klassiekers van Cornelius Ryan (The Longest Day, 1959), Max Hastings (Overlord, 1984) en Antony Beevor (D-Day, 2009)? Het antwoord op die vraag is: nog best veel.

Drie onlangs verschenen boeken voegen elk op hun eigen manier iets toe aan de bibliotheek die al over D-Day is volgeschreven. De invasie van Alex Kershaw is van dit trio het spannendst, Sand & Steel van Peter Caddick-Adams het volledigst en Normandy ’44 van James Holland het prikkelendst. Het boek van Holland is ook het beste.

Jongensboekenstijl

De invasie van Alex Kershaw leest als een avonturenroman. Bij hem geen lange uitweidingen over strategische concepten, grondige analyses van de Duitse commandostructuur of een vergelijking van de infanterietactiek van de strijdende partijen. De lezer wordt in het eerste hoofdstuk meteen met de parachutisten het vliegtuig uitgegooid en ploetert daarna het strand op terwijl de kogels hem om de oren fluiten.

Kershaw beschrijft de invasie door de ogen van een dozijn geallieerde militairen, netjes verdeeld over de vijf verschillende stranden: Utah, Omaha (Amerikaans), Gold, Sword (Brits) en Juno (Canadees). De jongensboekenstijl waarvan hij zich bedient, leidt soms tot dit soort passages, over het optreden van de commandotroepen onder leiding van de charismatische Schotse lord Lovat: ‘“Daar zit ie!”, schreeuwde een van zijn mannen. Hij sprintte over de straat, van plan de man te pakken te nemen die op Lovat had geschoten. Een granaat door een raam. Een korte explosie. Een deur ingetrapt. Kogels uit een tommygun. Opgeruimd staat netjes. Verder weer.’

AFP
AFP
Reuters
AFP

Dit is op het randje van wat nog kan in een serieus geschiedenisboek. Kershaw baseert zijn beschrijvingen op tientallen ooggetuigenverslagen. Anders dan gebruikelijk citeert hij daaruit vaak niet letterlijk, maar combineert hij als alwetende verteller verschillende getuigenissen tot één verhaal. Deze passages zijn dicht geannoteerd, dus de lezer weet wat zijn bronnen zijn. Het probleem is wel dat als er een keer geen noot staat bij een beschrijving van wat iemand ziet, denkt of voelt, je je wel meteen afvraagt waar die informatie vandaan komt.

Standaardwerk

Ook in het boek van Peter Caddick-Adams wordt veel aandacht besteed aan de belevenissen van individuele soldaten. Sand & Steel is echter veel ambitieuzer dan het boek van Kershaw. Caddick-Adams heeft duidelijk een nieuw, allesomvattend standaardwerk over D-Day willen schrijven. Daarin is hij nét niet helemaal geslaagd.

De helft van zijn duizend pagina’s besteedt Caddick-Adams aan de voorbereiding op de dag der dagen. Dat is een originele keus, want in de meeste boeken over operatie Overlord (de officiële codenaam van de invasie) komt de aanloop naar D-Day er bekaaid vanaf. Caddick-Adams beschrijft met veel oog voor detail hoe honderdduizenden Amerikaanse soldaten aankwamen in het Verenigd Koninkrijk en daar de sociale verhoudingen op hun kop zetten.

Gesneuvelde Amerikaanse soldaat op een van de landingsstranden in Normandië, 6 juni 1944 Foto: Reuters

Opvallend is de houding van de Britse bevolking ten opzichte van de segregatie in het Amerikaanse leger: zwarte en blanke Amerikanen dienden in aparte onderdelen, en de legerleiding probeerde ze ook in hun vrije tijd uit elkaar te houden. De Britse regering kneep een oogje toe voor deze discriminatie, maar de plaatselijke bevolking deed dat niet: als er opstootjes waren, kozen ze bijna altijd partij voor de zwarte soldaten. Zoals een boer uit de West Country het zei: ‘Ik hou van de Amerikanen, maar ik ben niet zo dol op die blanken die ze hebben meegebracht.’ Caddick-Adams beschrijft verder zeer uitgebreid de talrijke oefeningen die ervoor zorgden dat de geallieerden op 6 juni perfect getraind aan de invasie begonnen. Er werd daarbij met scherp geschoten, en uiteindelijk zouden er bij de voorbereiding meer mannen sterven dan op D-Day, toen er 10.000 slachtoffers vielen, van wie ruim 4.000 doden.

Saving Private Ryan

De landingen zelf reconstrueert Caddick-Adams met grote gedetailleerdheid. Hij beschrijft zo ongeveer per landingsboot hoe het de inzittenden verging. Aan de gevechten op Omaha, bekend van de dramatische openingsscène van de film Saving Private Ryan, besteedt hij maar liefst 150 pagina’s. Wie dit boek leest en op vakantie gaat naar Normandië, kent straks bij iedere bunker en duintop een verhaal.

AFP
AFP
AFP
AFP
AFP
Lees ook: 75 jaar na D-Day: dit zijn de mannen die in Normandië vochten

Helaas is de volledigheid van Sand & Steel ook het zwakke punt. Caddick-Aadams verzuimt namelijk af en toe even een stapje terug te zetten en de lezer bij de hand te nemen om het grote verband te begrijpen. Iets minder beschrijving en iets meer reflectie was op zijn plaats geweest. Ook is het jammer dat hij weliswaar veel aandacht besteedt aan de voorbereidingen op D-Day, maar bijna niets schrijft over de maandenlange gevechten die volgden nadat op 6 juni het bruggenhoofd was veroverd.

James Holland kiest er in zijn boek juist wél voor om die strijd tussen de gevreesde Normandische bocage (dichte heggen) uitgebreid te beschrijven en analyseren. In zoverre lijkt Normandy ’44 op Overlord van Hastings en D-Day van Beevor. Net als dit duo maakt Holland handig gebruik van ooggetuigenverslagen om de lezer heen en weer te laten springen tussen de kaartentafel van de generaals en het schuttersputje van de gewone soldaat.

Waffen SS

Zijn boek wijkt echter ook op belangrijke punten af van het werk van Hastings en Beevor. Holland besteedt opvallend veel aandacht aan het operationele niveau van de strijd: het niveau van logistiek, bevoorrading en planning van gecombineerde operaties van land-, lucht- en zeemacht. Hier worden strategische ideeën vertaald naar de tactische praktijk. Het was op dit niveau dat de geallieerden veruit superieur waren aan de Duitsers, aldus Holland. Zo superieur zelfs dat de uitkomst van de strijd in Normandië wat hem betreft nooit in het geding is geweest. De geallieerden moesten wel winnen.

Dat is een interessante stelling, maar Hollands boek wordt pas echt revisionistisch als hij schrijft over de kwaliteit van de Duitse en geallieerde legers. In de afgelopen decennia is het beeld ontstaan dat de Duitse militair veruit superieur was aan zijn Britse, Amerikaanse en Canadese tegenstanders. Hij vocht feller, was tactisch beter onderlegd en beschikte over betere wapens. Die conclusie is via de getuigenissen van geallieerde veteranen terechtgekomen in veel geschiedenisboeken over de slag om Normandië. Hastings en Beevor zijn met name erg kritisch over het optreden van het Britse leger. De soldaten van veldmaarschalk Bernard Montgomery lieten zich keer op keer eenvoudig aftroeven door de bijzonder gemotiveerde Duitsers tegen wie ze het opnamen, vonden zij. Man for man waren de militairen van de Wehrmacht en de Waffen SS gewoon beter.

Zelfs de gevreesde SS-pantserdivisies werden uiteindelijk vermalen door de geallieerden.

Holland maakt korte metten met dit idee. ‘Vaardigheid op het slagveld moet niet worden verward met de bereidheid – of beter, de vastberadenheid – te blijven vechten terwijl er afgrijselijke verliezen worden geleden. Vechtkunst is niet hetzelfde als discipline.’ De Duitsers waren ook lang niet zo goed getraind als hun tegenstanders, stelt hij. Zelfs de gevreesde SS-pantserdivisies werden uiteindelijk vermalen door de geallieerden, mede dankzij het complete overwicht van de Britten en Amerikanen in de lucht.

Wapensystemen

AFP
AFP

Van het gedweep met Duitse wapens – nog steeds bijzonder populair bij verzamelaars – moet Holland ook niets hebben. Ja, de zware Tiger-tank zag er indrukwekkend uit, maar was een nachtmerrie in het onderhoud. En de Duitse mitrailleur MG42 schoot wel veel sneller dan Britse en Amerikaanse wapens, maar dat had tot gevolg dat de loop zo heet werd dat hij om de haverklap moest worden vervangen. Het Duitse leger bediende zich ook van een enorm aantal verschillende wapensystemen. Dat hadden de geallieerden – en met name de Amerikanen – met hun gestandaardiseerde productie veel beter bekeken. Oorlog is geen designwedstrijd.

Dat de geallieerden beter getraind en bewapend waren dan de Duitsers, wil nog niet zeggen dat de 77 dagen vechten in Normandië een makkie waren. Er vielen aan de geallieerde kant per dag maar liefst 6.870 slachtoffers (doden, gewonden en vermisten). Dat is een hogere casualty rate dan die van de slagen bij de Somme en Verdun, berucht geworden slachtpartijen uit de Eerste Wereldoorlog.

Complete vernietiging

De verklaring voor deze discrepantie – superieur leger heeft het heel moeilijk tegen slecht getrainde en toegeruste tegenstander – zoekt Holland in het feit dat verdedigen nu eenmaal makkelijker is dan aanvallen. Hier gaat hij te kort door de bocht. Vooral de Duitse officieren en onderofficieren die ervaring hadden opgedaan aan het Oostfront waren over het algemeen beter dan hun tegenstrevers. Ze werden gehinderd door een door Adolf Hitler geleid opperbevel dat met zijn onzinnige bevelen – onder geen beding terugtrekken! – mede verantwoordelijk was voor de complete vernietiging van twee legers, met in totaal 300.000 slachtoffers en 2.500 verloren tanks.

Holland was de afgelopen dagen bij de herdenkingen in Engeland en Normandië, zo bleek op Twitter. Hij sprak er met de laatste veteranen, die „terecht als koningen werden behandeld”. Met Normandy ’44 heeft hij een passend monument voor deze mannen opgericht.