Verhuizing mariniers opnieuw uitgesteld om grote uitstroom

Er zijn veel mariniers vertrokken. Zolang de reden onduidelijk is, wil de staatssecretaris geen onomkeerbare besluiten nemen.

Oude kanonnen in Vlissingen. Veel mariniers vinden de Zeeuwse stad te ver weg.
Oude kanonnen in Vlissingen. Veel mariniers vinden de Zeeuwse stad te ver weg. Foto Wouter Van Vooren

Staatssecretaris van Defensie Barbara Visser (VVD) wil een besluit over de verhuizing van het Korps Mariniers voor de vierde keer uitstellen. Over de verhuizing ontstond ophef onder militairen, die de nieuwe kazerne te ver weg vinden. De staatssecretaris wil dat de verhuisplannen meer vorm krijgen en wil meer duidelijkheid hebben over de reden dat een bovengemiddeld groot aantal mariniers het korps recentelijk heeft verlaten, schrijft ze donderdag in een brief aan de Tweede Kamer.

De huidige kazerne van de mariniers is gevestigd in Doorn, maar is sterk verouderd. In plaats van het complex op te knappen, werd besloten de 1.800 militairen te verhuizen naar Zeeland. Dit stuitte op veel weerstand bij mariniers, die de beoogde locatie te ver weg vinden. Het terrein voldeed daarnaast op zestig punten niet aan de eisen, zei de Medezeggenschapsraad van het korps in juni vorig jaar, onder meer omdat er te weinig schietbanen zijn.

Lees deze reportage uit Zeeland: Wil Vlissingen de mariniers nog?

De staatssecretaris zegt nu te willen wachten op adviezen van de zogenoemde Tijdelijke Reorganisatie Medezeggenschapscommissie (TRMC) en het Commando Zeestrijdkrachten. Al met al wil ze meer tijd alvorens ze een besluit neemt. Met de voorbereidingen van het terrein wordt nu in principe gewacht tot juli 2020.

Het aantal mariniers dat tussentijds vertrekt, was met 182 in 2018 ongebruikelijk hoog, blijkt uit de brief van Visser. In 2017 waren het er 114. Voor 2019 lijken de vertrekcijfers opnieuw hoog te worden. De staatssecretaris laat onderzoeken waarom de mariniers vertrekken, dat is volgens haar nu nog onduidelijk.