‘Wat ik extra mooi vind aan deze objecten is dat ze langzaam vergaan’

Mijn favoriet Waarom heeft u dit kunstwerk gekocht? Deze week: sculpturen

‘Deze steenkoolbollen komen uit Yubari, een soort Japanse versie van Detroit. Het was ooit een enorm bloeiende stad, door de mijnbouw, maar toen de mijnen werden gesloten daalde het inwonersaantal drastisch. In 2007 ging Yubari failliet. Ik ben gefascineerd door steden in verval, en was nog nooit in een mijnstad geweest. Ik regelde in de winter van 2017 dat ik er kon verblijven als artist in residence. De eerste dagen waren de bewoners totaal niet in mij geïnteresseerd; soms zat ik als enige klant in een restaurant en zelfs dan knoopten de eigenaars geen gesprekje aan. De lokale bevolking heeft een hekel aan sensatiebeluste ramptoeristen. Dat Japanse media de bewoners in 2007 huilend in beeld hebben gebracht, heeft ook bijgedragen aan hun terughoudendheid.

Achter het appartementencomplex waar ik verbleef, lag een berg met steenkool van slechte kwaliteit. In een andere Japanse stad had ik een project gedaan rond stenen, dus ik nam uit die berg een paar stukken steenkool en zette ze naast de schoenenkast bij de voordeur; in Japan zetten mensen op die plek vaak objecten neer als decoratie. Toen de organisator van de residentie dat zag, reageerde ze verrast en vertelde me dat het ooit gebruikelijk was in Yubari om sculpturen van steenkool bij de ingang te zetten.

Ik ben vervolgens in de stad op zoek gegaan naar deze ‘vergeten steenkoolobjecten’. Je hebt ze in verschillende vormen, maar de bollen vind ik zelf het mooiste. Alle sculpturen uit Yubari komen uit één specifieke mijn; de enige die steenkool leverde die hard genoeg was. De mijnbouwers polijstten de brokken steenkool onder de grond tijdens hun lunchpauze. Vervolgens zetten ze de gepolijste objecten thuis neer of gaven ze aan andere inwoners van de stad, ze betaalden er bijvoorbeeld drankjes mee in de kroeg.

Als ik eigenaars van winkels en restaurants vroeg naar hun sculpturen, kwamen er vaak verhalen los over vroeger en nu. Veel mensen vertelden dat ze hun steenkoolobjecten ondertussen hadden weggegooid, voorheen waren ze symbool voor rijkdom, maar voor sommigen werd het een pijnlijke herinnering. Wat ik extra mooi vind aan deze objecten is dat ze langzaam vergaan, het materiaal is niet gemaakt om als sculptuur te dienen. Mijn initiële bedoeling was nooit om deze bollen te verzamelen, maar nadat ik er twee cadeau kreeg van een ramen-restauranteigenaar ben ik verder blijven zoeken, nu heb ik er negen. Het waren vooral eigenaars van barretjes en winkels die hun objecten na een gesprek meegaven, voor de mijnbouwers zelf zijn ze vaak nog te kostbaar.”