Ingewikkeld

schrijft columns op basis van haar ervaringen als huisarts in Nieuw-Zeeland

‘Dus toen zei die relatietherapeut: Volgens mij hebben we echt kilometers gemaakt vandaag”, zegt mijn vriendin A., terwijl ze een extra blok hout op het vuur legt. „En mijn man kijkt naar mij en antwoordt: dat idee heb ik absoluut niet. Jij A.?”

De wijn wordt nog eens bijgeschonken. „Wij hadden alleen maar méér ruzie na onze sessie”, vult de vriendin naast haar aan. „Omdat we allebei vonden dat die psycholoog partij koos voor de ander.”

Net als ik wil vertellen dat het meest verbroederende moment van onze sessie het kwartier in de regen voor de deur van onze therapeut was, belt mijn partner. Hij was vandaag op pad met de mannen en kinderen van de vriendinnen, waar ik een weekend mee weg ben. „Drie van de vijf mannen zijn in relatietherapie, hoor ik net”, zegt hij beduusd. „En de vrouw van de vierde wil ook” vul ik grinnikend aan.

„Is relatietherapie echt noodzaak als je jonge kinderen hebt?” vraag ik me hardop af, als ik weer de kamer in kom. „Of verwachten we gewoon te veel? Mijn ouders maakten regelmatig ruzie toen ik klein was, maar niemand vond dat raar toen.” Ik pak een toastje. „En ze zijn nog steeds gelukkig samen.” A. schudt haar hoofd. „Ik kan zo al vijf scheidingen noemen om ons heen. Het is gewoon veel en veel ingewikkelder geworden”, zucht ze.

Twee dagen later zit ik in een multidisciplinair overleg over ‘kwetsbare kinderen’. We bespreken vandaag O., een alleenstaande moeder met vier kinderen van verschillende vaders, die allemaal uit beeld zijn verdwenen. Ze woont in een slecht geïsoleerd tweekamerappartement, met extra matrassen in de woonkamer. Zowel de sociaal werkster, de organisatie ‘family start’, het ‘family service centre’, de psycholoog, als het consultatiebureau delen hun ervaringen. Ze bezoeken haar allen regelmatig, maar hebben moeite om een positieve verandering teweeg te brengen. Ik denk aan de gesprekken dit weekend. Wij vinden het allemaal dramatisch ‘ingewikkeld’. Ondertussen moet O. het met haar vier kids in haar eentje rooien. Heeft ze niet boven alles een huishoudster-oppas voor dertig uur per week nodig, in plaats van 100 instanties die haar bezoeken?

Als ik om vijf over negen het overleg uit loop, zie ik O. in de wachtkamer zitten. Haar oudste twee vechten in de speelhoek om een barbie. De middelste staat met een trommelstok op de schoenen van een oudere dame te slaan. En de jongste hangt aan O.’s been en jammert onophoudelijk ‘mummy-mummy-mummy…muuuummy!’

Ik kan het niet laten. Ik staar naar O. Haar gezicht is volledig blanco als ze een blik naar beneden werpt, naar haar zoontje: „Mummy is done for the day.”

Om privacy-redenen zijn herkenbare details aangepast.