Recensie

Recensie

Op inhoud is de Ford Mondeo zijn concurrenten ver de baas

Autotest Gaandeweg krijgt steeds meer sympathie voor de underdog die de Ford Mondeo is.

De Ford Mondeo bij Boerhof in Groningen.
De Ford Mondeo bij Boerhof in Groningen. Foto Merlijn Doomernik

Zo bouw je stationcars. Royale achterdeur, riante toegang tot een achterbank waar je de benen haast kunt strekken. Kom daar eens om in je Peugeot 508 SW of Volvo V60. Op inhoud is de Ford Mondeo modieuze concurrenten ver de baas, in populariteit kan hij niet aan ze tippen. Hij is geen drager van een stijl, op de automarkt bestaansvoorwaarde nummer één, geen totem van een representatieve kaste. Hij is maar een stationcar, Ford van de oude stempel, nuchtere inhoud - iets van een andere tijd en voor een ander soort mensen.

Je kon ze tegenkomen op het voetbalveld, boven een Happy Meal in Lelystad of met het hele gezin in Walibi, dus nooit waar jij was. De Mondeo-mens was de gewone man met iets meer geld die in een grote Ford nooit zichtbaar naast zijn schoenen liep. Hij zat aan de overkant van de kloof tussen de goede smaak en de gestampte pot. Hij kreeg na 25 jaar trouwe dienst nog een gouden horloge.

Terwijl de wereld veranderde. Het Mondeo-achterland ontdekte de mode, de iPhone, steigerhout en fingerfood. Bij de dynamiek van dat mondaine leven stak de Mondeo bleekjes af. Nooit is het Ford helemaal gelukt de aansluiting te vinden bij een glossy levensstijl. Het is een van de merken waarvan de neergang sociologisch verklaarbaar is; het emancipeerde onvoldoende mee met zijn publiek. Hoge klassementsposities op de onderdelen ruimte en rijeigenschappen konden de Mondeo niet meer redden, toen de vorm het eenmaal van de inhoud had gewonnen. De Koreanen innoveerden sneller en slagvaardiger.

Na generaties terecht succesvolle Mondeo’s – recht voor zijn raap, waar voor je geld – was het met de nieuwe meteen mis. In de eerste plaats kwam hij door de verplaatsing van de productie naar Valencia twee jaar later op de markt dan gepland. Toen hij er in 2014 eenmaal was, liep hij in technologisch opzicht direct achter op de concurrenten, al bleek het wederom een meesterlijk rijdende auto. De infotainmentschermen oogden jong belegen, de premiumbeluste recensenten zagen teveel plastic, de stijl bleef surrogaat-modern. Ten tweede zat hij in de hoek waar de klappen vielen. Grote sedans en stations waren uit, de suv verdrong de oude koeien. Ten derde was hij maar een Ford in een cultuur waar het niet meer om nuchtere verdiensten maar om de presentatie draaide, zoals aan de goede kant van de kloof gekissebis over de toon van het debat de argumenten overstemde. Hij werd het slachtoffer van een oppervlaktecultuur.

Achterstallig onderhoud

Wat te doen, nu Ford niet in de positie is even een nieuwe neer te zetten? Het merk, dat niet vooroploopt met de elektrificatie van zijn gamma, heeft voorlopig de handen vol aan achterstallig onderhoud. Ford heeft zo pragmatisch als het kon schoon schip gemaakt. Het modellenaanbod is uitgedund en vanaf heden is voor een schappelijke 35 mille de goedkoopste Mondeo een hybride. Die er al was, maar nu een upgrade heeft gekregen. Voor het eerst levert Ford hem bovendien als station. Daarmee heeft het alsnog een unique selling point voor de Mondeo aangeboord. Dit is, zegt Ford, „de enige volledig hybride stationwagen in het segment van grote zakenauto’s.”

Voor de techniek heeft Ford gewinkeld bij hybride-koning Toyota, wat goed nieuws is. De samenwerking tussen de tweeliter viercilinder, de 48 pk elektromotor en de traploze automaat is van Japans niveau; de geruisloosheid en de souplesse zijn opmerkelijk. Minpunt is dat hij niet voor batterijen is gemaakt. Het accupakket is keurig maar zichtbaar weggewerkt onder een dikke bobbel in de kofferruimte, die de laadvloer met tien centimeter ophoogt en ruim honderd liter stouwruim opvreet, al zit er nog een soort van laadvak onder. Anderzijds: Vroeger lag daar bij de Ford-vertegenwoordiger een dikke gastank. Troost is dat je er iets aan mag hangen of iets op mag planten. De elektrisch inklapbare trekhaak tolereert een klapkar of een fietsenrek.

Gaandeweg begint de auto me steeds beter te bevallen. De sympathie voor de underdog ontstijgt het mededogen met verdiende eerbied voor zijn onderschatte en vergeten kwaliteiten. Hij is doordacht, rijdt fantastisch, zit solide in elkaar. Nu de ruimte en het reiscomfort zich verbinden met een schappelijk verbruik van 1 op 17, wordt de standaard zeer complete station als die nuchter dwarse keuze voor de inhoud haast een statement. En dat met een Ford, wie had dat gedacht?