Recensie

Recensie Beeldende kunst

Het tijdloze knuffelbeest van Charlotte van Pallandt

Beeldende kunst De overzichtstentoonstelling toont de meester van het bronzen beeld, maar roept ook de vraag op hoe wenselijk het is dat de geportretteerde erin terug te zien is.

Bronzen knuffelbeest door Charlotte van Pallandt
Bronzen knuffelbeest door Charlotte van Pallandt
    • Toef Jaeger

Toen de beeldhouwer Charlotte van Pallandt in 1981 een flink aantal van haar werken schonk aan het Amsterdamse Stedelijk Museum, bedankte toenmalig directeur Edy de Wilde haar voor de geste, maar hij hoefde ze niet te hebben. Met dergelijke figuratieve kunst wilde hij de volgende generatie niet opzadelen – hij zal het vast beleefder hebben geformuleerd, maar daar kwam het op neer. Eén bronzen beeld wilde hij wel graag voor de collectie aanvaarden: de kop van de beeldhouwer Fred Carasso. Die oogde kubistisch, maar dat was geen bewuste keuze van Van Pallandt. Carasso was overleden voordat het beeld af was en daarom was het voor altijd onvoltooid gebleven.

Het onvoltooide beeld is ook nu weer opgesteld in de overzichtstentoonstelling die over Van Pallandt in De Fundatie te Zwolle is te zien. Nog steeds valt het op tussen de bronzen koppen van vrienden, familie en bekende Nederlanders, en zeker ook naast Van Pallandts misschien wel bekendste werk: de gezichtsloze, maar stevig staande koningin Wilhelmina. In steen werd de voormalig vorstin gehouwen om in 1968 in Rotterdam te worden onthuld, twintig jaar later werd het als bronzen beeld in Den Haag geplaatst.

Het standbeeld van koningin Wilhelmina van Van Pallandt

Tegelijkertijd past de Carasso-kop uitstekend bij het vroege werk van Van Pallandt, die abstract begon, met een prachtig strak knuffelbeest dat ze maakte voor een neefje, maar ook bij de latere gipsen voorwerken, de houten frames en de schetsen waarmee ze werkte voordat de beelden in brons gegoten werden. Het voorwerk krijgt mooi ruim baan bij deze tentoonstelling en toont het secure maakproces van verschillende werken.

Zo realistisch mogelijk

Zelf omschreef Van Pallandt haar methode als volgt: „In elk portret wil ik het wezen van de geportretteerde weergeven. Eerst zoek ik de opbouw en compositie, dan maak ik het zo realistisch mogelijk. De weg van de realiteit naar de abstractie is niet voor niks. Karakteristieke punten van zo’n kop moeten er absoluut inzitten, dan kan ’t niet anders dan lijken.” Wie rondloopt kan maar één ding concluderen: die missie is geslaagd. Voor wie een beeld heeft van de figuur die in brons is vastgelegd, is de kop inderdaad een feest van herkenning.

Dat het voor de geportretteerden zelf daarentegen niet altijd een feest was, blijkt uit de reactie van de burgemeester van Amersfoort Hermen Molendijk. Toen deze in 1960 zijn beeld bekeek vond hij dat hij er „zulke kraaloogjes” in had. Kunstschilder en soulmate Kees Verwey vertrouwde de burgemeester toe: „maar u hééft kraaloogjes”. Ook koningin Juliana was aanvankelijk weinig te spreken over het beeld van haar moeder, om er later toch lyrisch over te zijn.

Hoewel Van Pallandts werk aanvankelijk niet goed ontvangen werd, had ze in de jaren zestig en zeventig enorm succes. Het werd veel gekocht, en de beeldhouwer werd vaak gevraagd voor koppen en bronzen beelden. Juist omdat ze zo goed tot de kern van iemands persoonlijkheid wist door te dringen.

Van Pallandt in haar atelier

RKD

De vraag die zich tijdens het lopen door de tentoonstelling echter opdringt is: is het eigenlijk wel een goed idee dat een portret lijkt? Dat de beelden stuk voor stuk buitengewoon knap maakwerk zijn, is evident. Maar hoe interessant blijft iets dat knap en treffend is? De anekdote over de al dan niet aanwezige kraaloogjes van de burgermeester typeert het dilemma: hoe wenselijk is het om zoiets levend te houden, is de kop an sich niet voldoende en doet het ertoe wie het bij leven was? Oftewel: blijven beelden die ‘niet anders kunnen dan lijken’ bestand tegen de tijd?

Knuffelbeest

De overzichtstentoonstelling van Van Pallandt is interessant als typering voor een tijd dat figuratief eigenlijk not done was, mooi voor wie ziet hoe een vrouw in die tijd die exact wist wat ze wilde, en dat ook gewoon zo uitvoerde. Maar enig begrip voor de keuze van Edy de Wilde is er ook, al had hij er goed aan gedaan wanneer hij ook dat knuffelbeestje voor de collectie van het Stedelijk had behouden – want de eenvoud van dat beest is tijdloos.