Opinie

Een pardonregeling houdt juist een streng asielbeleid overeind

Sinds wanneer moet de asielzoeker zélf ervoor helpen zorgen dat het asielsysteem werkt? Migratiejurist Martijn Stronks las het kritische rapport over pardonregelingen voor de Verblijfscolumn.

Foto Niels Wenstedt / ANP

Het dinsdag gepubliceerde rapport van de Commissie Langdurig Verblijvende Vreemdelingen is grondig en voor de rechtspraktijk ook belangrijk. 218 pagina’s over een „ten dele onoplosbaar probleem”, dat hier de kop ‘Pardonregelingen voeden valse hoop asielzoeker’ meekreeg.

De commissie, onder leiding van staatsraad Richard van Zwol, vindt het onwenselijk om de asielprocedure juridisch gezien nóg sneller te maken. Onze procedure behoort al tot de snelste van Europa. Het probleem ligt ook niet zozeer in de juridische termijnen, maar veeleer in de uitvoering. De oplossing is dan ook tamelijk simpel: meer geld naar de uitvoerende diensten, zoals de IND. En dan vooral niet de begroting naar beneden schroeven zodra er wat minder aanvragen zijn. Het vinden en opleiden van goed personeel kost nu eenmaal tijd. Plat gezegd: minder flexibilisering van arbeidskrachten, meer stabiliteit.

Prullenbak

Verder moet de rechtsbijstand worden gehandhaafd en moet er onpartijdige informatievoorziening aan asielzoekers beschikbaar zijn. Het voornemen om de rechtsbijstand verder te beperken kan de prullenbak in. Het is zaak om eerdere bezuinigingen op de rechtsbijstand te herzien. Goede informatie en bijstand leiden namelijk tot betere procedures, en daarmee tot minder herhaalde aanvragen. Minder rechtsbijstand komt de kwaliteit niet ten goede, en kost op de lange termijn overigens ook meer geld (door langere procedures).

Dan moet de overheid alleen wel meedoen. De lengte van de procedure wordt voor een groot deel bepaald door wachttijd. De oorzaak is behalve personeelsgebrek ook de prioriteit die wordt gegeven aan de afwijzing van evident kansloze zaken, zoals Dublinzaken en het terugsturen van vreemdelingen naar veilige landen. En dus niet aan de moeilijke zaken. Die blijven vaak lang liggen, terwijl juist daar een belang is om snel tot een afhandeling te komen.

Overigens denk ik dat dat ook een kwestie van prioriteiten is. De overheid laat kansrijke asielzoekers in sommige gevallen expres lang wachten, om zo te voorkomen dat de Nederlandse procedure te aantrekkelijk wordt. Zo vertraagt de overheid dus veelal zelf de procedure.

Achteruit holt

Al met al levert de commissie stevige kritiek, vind ik, die bovendien wijst op de neoliberale trekjes van het asielbeleid. Want waar hebben we dit eerder gehoord: flexibilisering van arbeid, efficiëntie als het hoogst haalbare. Niet de menselijke maat, maar vooral cijfers en financiën centraal stellen. En dan telkens toch weer verbaasd opkijken als de kwaliteit achteruitholt?

Toch is er één punt waarop de commissie het neoliberale frame kritiekloos overneemt, en dat is in de typische figuur van de ‘eigen verantwoordelijkheid’. De commissie stelt dat we te maken hebben met een ten dele onoplosbaar probleem. Bovendien onderkent het dat „op veel van de overwegingen van asielzoekers, ‘de menselijke factor’, de overheid weinig tot geen invloed [heeft]” (p. 35). Maar de commissie is tegelijk ook streng: „wie vrijwillig wil vertrekken kan dat nagenoeg altijd”. En daar komt de neoliberale aap uit de mouw: het is niet de staat die moet zorgen dat het asielsysteem werkt, het is de verantwoordelijkheid van de vreemdelingen zelf.

Arbitrair

Langdurig verblijvende onrechtmatige vreemdelingen worden zo handig omgedoopt van een uiterst complexe groep mensen (vaak met mentale problemen) die (net) buiten de eenduidige en strenge toelatingsregels van het systeem vallen, tot mensen die hun toestand volledig aan zichzelf te wijten hebben. En dan zijn pardonregelingen en discretionaire bevoegdheden opeens kwalijke mechanismen: oneerlijk, arbitrair en ondermijnend.

Ik vind dat eigenlijk een nogal treurige ontwikkeling. De rechtvaardigheid van een systeem wordt bepaald door de manier waarop wordt omgegaan met de mensen die zich níét aan de regels houden, of net buiten de boot vallen. Mij lijkt een pardonregeling of discretionaire bevoegdheid dan ook bij uitstek de uitzondering die de algemene regel in leven houdt. En tegelijkertijd de humane uitvoering van die regel in de weerbarstige realiteit waarborgt.

 

De Verblijfscolumn wordt op regelmatige basis geschreven door Martijn Stronks in samenwerking met Verblijfblog, het blog van het Amsterdam Centre for Migration and Law van de Vrije Universiteit Amsterdam. Martijn Stronks is jurist en filosoof en is als universitair docent verbonden aan de VU. Twitter: @MartijnStronks.

Reageren

Reageren op dit artikel kan alleen met een abonnement. Heeft u al een abonnement, log dan hieronder in.