Opinie

Bravo voor het pensioenakkoord, nu de uitwerking nog

Oudedagsvoorziening

Commentaar

Na negen jaar onderhandelen brachten het kabinet, werkgevers en werknemers woensdag dan eindelijk een pensioenakkoord naar buiten. En dat is geen geringe prestatie. Hoe broos het resultaat is bleek puur toevallig: woensdag dook ook de rente op Nederlandse staatsleningen naar een laagterecord. De effectieve rente op de tienjarige lening bedroeg korte tijd -0,05 procent, en bleef negatief. Simpel gesteld zijn met zo’n lage rente de pensioenspaarpotten onvoldoende om de toekomstige uitkeringen van te betalen. Nog vorige week stelde De Nederlandsche Bank dat volgend jaar bijna 60 procent van alle pensioenen dreigt te moeten worden gekort. De daling van de rente duurt al langer dan vandaag, en er is in de loop der jaren een aantal maatregelen getroffen dat samen de druk op het pensioenstelsel moest verlichten.

De meest pijnlijke waren de kortingen op uitkeringen of de perioden dat er niet mee werd verhoogd met de inflatie. De meest bekende is de verhoging van de pensioengerechtigde leeftijd.

Het Nederlandse pensioenstelsel is een merkwaardig schepsel: collectief én individueel. Verplicht vrijwillig, voor de eigen bestwil. Want terwijl de burger door de jaren heen steeds meer keuzevrijheid kreeg, is de pensioenvoorziening voor werknemers verplicht. Hun wordt niet het verantwoordelijkheidsgevoel toegedicht er zelf voor te kunnen zorgen. Veel mensen denken bovendien voor zichzelf te sparen, maar de dynamiek tussen inleg en uitkering overschrijdt tegelijkertijd de generaties.

Het pensioensysteem is dan ook een kapitaaldekkingsstelsel met hier en daar trekjes van een omslagstelsel. Niemand zou het systeem hebben kunnen verzinnen zoals het er op dit moment, na decennia van bijstellingen, veranderingen en compromissen, bij staat. Het pensioenstelsel was al moeilijk uit te leggen. Het bleek nog moeilijker te veranderen. Laat staan hoe moeilijk het wordt om straks uit te leggen wát er dan verandert.

Toch is dit de taak waar kabinet en werkgevers- en werknemersorganisaties voor staan, nu dinsdagavond dit akkoord is gesloten waarbij het stelsel deels wordt omgegooid. Het tempo van de verhoging van de pensioenleeftijd wordt wat verzwakt.

Er komen uitzonderingen voor zware beroepen, met een soepeler strafregeling voor bedrijven die werknemers toch iets eerder willen laten afvloeien. Er komt een eind aan de zogenoemde ‘doorsneepremie’, waarbij oudere werknemers relatief beter af waren dan jongere. En voor alles komen complexe compensaties, die alleen al de overheid jaarlijks uiteindelijk een miljard of vier zullen kosten. Grotendeels weer op te brengen door diezelfde werknemers die verplicht in het pensioenstelsel zitten.

Veel is nog niet exact uitgewerkt. Het akkoord zelf is nog afhankelijk van een ledenraadpleging van de bonden, die op 15 juni uitsluitsel geeft. Daarna moeten alle deelaspecten van het akkoord stollen in concrete wetgeving. De risico’s zijn dan ook niet weg. De ondoorgrondelijkheid van het stelsel biedt ruimte voor misinterpretaties, al dan niet moedwillig, van wat is afgesproken en van de gevolgen. Voor ‘narratieven’ die met elkaar zullen strijden om dominantie.

Het nu gesloten akkoord oogt redelijk en gebalanceerd, al is de voorgestelde verlaging van de minimale dekkingsgraad van de pensioenfondsen riskant voor jongeren. De fase uitwerking en wetgeving die nu komt, kan nog lastig worden. Het akkoord is er pas wanneer het zonder kleerscheuren de wetgever heeft gepasseerd.