Recensie

Recensie Theater

‘Antony and Cleopatra’ is vormexperiment met vervoerende kracht

Holland Festival De voorstelling ‘Antony and Cleopatra’ door het Portugese Teatro Nacional D. Maria II werd uitgevoerd in een rigide stijl, waarbij de acteurs de identiek opgebouwde zinnen strak en droog uitspraken.

Antony and Cleopatra door het Portugese Teatro Nacional D. Maria II, in de regie van Tiago Rodrigues, te zien op het Holland Festival.
Antony and Cleopatra door het Portugese Teatro Nacional D. Maria II, in de regie van Tiago Rodrigues, te zien op het Holland Festival. Foto Magda Bizarro

Soms blijkt op het Holland Festival – het festival voor de internationale avant-garde– dat de internationale avant-garde achterloopt op de Nederlandse theaterpraktijk.

Dat is het geval bij de voorstelling Antony and Cleopatra door het Portugese Teatro Nacional D. Maria II, in de regie van Tiago Rodrigues. Het vormexperiment waarin de Portugese makers de tekst hebben gegoten, wordt al jaren toegepast door het Nederlands-Vlaamse theatercollectief BOG, maar dan met meer humor en meer schwung. Dat leuke, speelse en inventieve BOG blijkt hierbij evengoed „internationale avant-garde”.

Regisseur Rodrigues schreef een eigen Engelstalige tekst, „met quotes van Shakespeare”: een mantra in droge, korte, gelijkvormige zinnetjes. De acteur, Vitor Roriz, beschrijft wat de Egyptische koningin Cleopatra ziet, zegt en doet. Elke zin begint met haar naam: „Cleopatra ziet/ zegt/ loopt/ ademt”, enzovoort. De actrice, Sofia Dias, doet hetzelfde voor Antony, de Romeinse generaal.

Het stuk begint met haar toekomstvisioen van zijn dood door de ogen van Antony. „Antony ziet hoe zijn lichaam wordt vastgehouden. Antony ziet hoe hij wordt neergelegd. Antony ziet hoe zijn lichaam wordt doorboord.”

Het amoureuze verhaaltje heeft weinig om het lijf. Ondanks hun brandende liefde vertrekt Antony naar Rome en trouwt de zus van Caesar. Desondanks keert hij terug bij zijn koningin. Door een misverstand sterft hij de voorziene dood.

Alles is vorm, waarbij de acteurs zo onaangedaan mogelijk en in hoog tempo de zinnetjes afvuren. Hun handen bewegen ze daarbij als poppenspelers zonder pop of als mimespelers die niet te expliciet willen zijn. Er is geen fysiek contact tussen de spelers.

De strakke cadans van de dictie heeft een zekere vervoerende kwaliteit. Maar de simpele, enkelvoudige taal geeft verder weinig aanleiding tot vreugde of verdieping. In deze uitvoering is het geen vormexperiment dat een vol uur kan boeien. Nadeel van de rigide stijl is ook dat versprekingen extra afleiden.

Tegen het einde verschuift het perspectief en hanteren de acteurs de ‘ik-vorm’. Het is een technische aanpassing die de abstracte, afstandelijke uitstraling van de voorstelling niet wegneemt.