Opinie

Tegenwerking bewijst: Strafhof doet er juist toe

Met het internationaal recht gaat het helemaal niet zo slecht, schrijft .

Het Internationaal Strafhof in Den Haag
Het Internationaal Strafhof in Den Haag Foto Lex van Lieshout/ANP

Vaak wordt op de zwaktes van het Internationale Strafhof gewezen. Dit Hof, gevestigd in Den Haag, is opgericht om onder meer grote oorlogsmisdaden aan te pakken, maar wordt door landen als de VS, Rusland en China niet erkend, het spreekt in te weinig zaken recht, en die zaken komen vooral voort uit Afrikaanse landen, ook al kijkt het Hof intussen verder. In NRC was hierover een goed gedocumenteerd stuk te lezen (Het Strafhof, echt niet de schrik van despoten, 1/6).

De toekomst mag uitwijzen of het hier om kinderziektes gaat. Het Haagse Hof is in ieder geval ‘complementair’ aan nationale rechtsstelsels: het mag alleen in actie komen als nationale autoriteiten niet bereid of in staat zijn dat te doen. Dat bepaalt een deel van het beeld. Maar het internationale strafrecht is meer dan dit ene Hof.

De afgelopen decennia heeft het internationale strafrecht wereldwijd een grote vlucht gekend, mede onder invloed van de totstandkoming van het Strafhof, en van het vele werk van bijvoorbeeld het Joegoslaviëtribunaal. Zowel wat betreft de vraag naar wat er mag en niet mag (de normen) als wat betreft de naleving. Overal in de wereld is wetgeving aangescherpt en zijn voormalige politieke en militaire leiders alsnog met het strafrecht in botsing gekomen, terwijl ze ooit zullen hebben gedacht dat dat hen niet zou gebeuren, als ze al stilstonden bij dat risico. Denk slechts aan Charles Taylor, Slobodan Milosevic, Jorge Videla, Hosni Mubarak of Omar Al-Bashir.

Het zijn vaak latere regeringen die alsnog willen afrekenen met het verleden, daartoe aangezet door slachtoffers en hun nabestaanden. Of door ngo’s, zoals in het geval van Hissène Habré, voormalig dictator van Tsjaad, die levenslang kreeg via een speciaal tribunaal na een jacht van zo’n vijftien jaar van Human Rights Watch.

Steeds weer gaat het om de spanning tussen gerechtigheid voor de slachtoffers en behoud van macht door de daders en hun steunpilaren. Het Haagse Hof functioneert hierbij als een belangrijke thermometer én als boksbal.

Lees ook: Het Strafhof, echt niet de schrik van despoten

Daarbij is het belangrijk de werking van het internationale strafrecht te bekijken met een langjarige blik, hoe frustrerend dat ook is voor degenen die hier en nu lijden onder machtsmisbruik. Honderd jaar geleden verleende ons land asiel aan de Duitse keizer. Diezelfde Duitse keizer zou nu geen enkele kans meer maken op zo’n behandeling.

Dat het internationaal recht in veel opzichten onder druk staat klopt, maar is het op zijn retour? Het Klimaatakkoord van Parijs is internationaal recht, net als de Iran-deal, of de normen op basis waarvan de Europese Unie de regeringen van Polen en Hongarije aanspreekt als zij een aanval inzetten op de strohalm der strohalmen: de onafhankelijke rechterlijke macht. Gaat dat alles achteruit?

Veeleer gaat het om een zoektocht naar maatwerk, bij steeds nieuwe obstakels en vaak ook reële bezwaren. En zoals dat in het nationale recht gaat met nieuwe regerende politieke partijen, hebben landen het volste recht oude verworvenheden ter discussie te stellen, waarna het aan de bestaande krachten is te helpen zorgen voor een nieuwe balans. Dat geldt op dit moment bijvoorbeeld voor de Amerikaanse aanvallen op de Wereldhandelsorganisatie (WTO), die in de ogen van president Trump de Amerikaanse handelsbelangen onvoldoende behartigt. Het is nu aan de Europese Unie om duidelijk te maken dat dit niet klopt. En dat er bovendien bij uitholling van de WTO, een orgaan dat lange tijd ook door de VS als een van de succesverhalen van het internationale recht werd aangeduid, veel meer op het spel staat dan het kortetermijngewin waarnaar de VS streeft.

Internationaal is het van groot belang niet alleen met Westerse ogen naar het internationaal recht te kijken, laat staan met louter de ogen van economisch gewin. Regeringen moeten ook nadenken vanuit het perspectief van andere culturen, politieke systemen en economieën.

Dat heet ook wel het ‘lokaliseren van het internationale recht’, waarmee de verantwoordelijkheid tevens wordt teruggelegd waar deze eerst en vooral hoort: bij de soevereine staten en hun interne maatschappelijke krachten. Dat hoeft geen achteruitgang te zijn.

Luister ook: onze podcast over het Strafhof

Want soevereiniteit is niet alleen ‘bemoei je met je eigen zaken’. Het gaat ook om het nemen van verantwoordelijkheid, door regeringen en hun leiders, ten overstaan van burgers, in grensoverschrijdende kwesties als klimaatverandering en andere zaken die ‘de mensheid als geheel aangaan’, zoals een standaardzin uit het internationale recht luidt. Die zin geldt niet in de laatste plaats ook voor het werkterrein van het Internationale Strafhof. Dat dit Hof aan spanning onderhevig is, laat zien dat het ergens over gaat.

Reageren

Reageren op dit artikel kan alleen met een abonnement. Heeft u al een abonnement, log dan hieronder in.