Poolvolken stammen af van één Siberische voorouder

Archeologie Het Noordpoolgebied raakte in verschillende migratiegolven bevolkt met inheemse volkeren, die later dieper Amerika in trokken.

Inuit (chromolithografie, 1886)
Inuit (chromolithografie, 1886) Afbeelding World History Archive

Siberië en Noord-Amerika zijn tussen de 40.000 jaar en 1.000 jaar geleden bevolkt in respectievelijk drie en twee migratiegolven. De nieuwkomers verdrongen in Siberië de mensen die er al woonden, terwijl in Noord-Amerika ook genetische vermenging optrad. Dat blijkt uit twee artikelen die woensdag zijn gepubliceerd in Nature. Een team geleid door Tsjechische onderzoekers heeft het DNA in kaart gebracht van 48 skeletten die zijn gevonden in Noord-Amerika, terwijl een team van Deense een Russische onderzoekers het genetisch materiaal heeft onderzocht dat is aangetroffen in 34 skeletten die zijn opgegraven in Noordoost-Siberië. Deze twee gebieden waren tussen 34.000 en 11.000 jaar geleden met elkaar verbonden door een landengte.

De oudste Siberische botten die zijn geanalyseerd, waren 32.000 jaar oud. De onderzoekers noemen deze tot nu toe onbekende groep mensen ‘Oude Noord-Siberiërs’. Ongeveer 20.000 jaar geleden werden zij vervangen door een uit oostelijk Azië afkomstige groep migranten, de ‘Oude Palaeo-Siberiërs’. Sommige inwoners van het huidige Siberië en sommige oorspronkelijke bewoners van Amerika (Native Americans die bekend staan als de First Peoples) stammen af van deze mensen. Tussen 11.000 en 4.000 jaar geleden trok een laatste migratiegolf Siberië binnen. De meeste Siberiërs die nu leven, zijn nakomelingen van deze ‘Neo-Siberiërs’.

De kou getrotseerd

In dezelfde periode vond vanuit Alaska de eerste trek naar het zuiden plaats, dieper Amerika in. De Paleo-Siberiërs, die hier dus ‘Eerste Volkeren’ worden genoemd, maakten ruimte voor een groep die de kou trotseerde en in de wetenschap bekend werd als de Paleo-Eskimo’s. Zij verspreidden zich over een groot deel van Noord-Amerika. Zo’n 800 jaar geleden werden zij goeddeels vervangen door een groep die de ‘Neo-Eskimo’s’ wordt genoemd, blijkt uit archeologische vondsten. Alle huidige bewoners van Noord-Amerikaanse en Canadese poolgebieden stammen van hen af.

Onduidelijk was tot nu toe hoe die Neo-Eskimo’s zich verhielden tot hun Paleo-voorgangers. Uit het Tsjechische onderzoek blijkt nu dat er een sterke genetische band bestaat, die tot op de dag van vandaag zichtbaar is. Sterker nog: alle mensen die nu tot de Joepiken en Inuit behoren, stammen af van één Paleo-Eskimo-bron die afkomstig is uit Siberië. De twee studies lijken te bewijzen dat Noord-Amerika in twee golven vanuit Azië is bevolkt: die van de Paleo-Siberiërs en 10.000 jaar later de Paleo-Eskimo’s.