Hitler hield van Guernsey, Guernsey van Churchill

75 jaar D-Day Praat met een Brit over politiek en binnen no-time gaat het over de Tweede Wereldoorlog. De Kanaaleilanden werden toen als enige Britse grond bezet door de Duitsers. Hoe gaan ze om met hun oorlogsverleden?

Britse oorlogsveteranen dinsdag op een schip in Poole Harbour, Zuid-Engeland. De veteranen zijn onderweg naar de herdenking van D-Day, donderdag. Op 6 juni 1944 landden de geallieerden in Normandië.
Britse oorlogsveteranen dinsdag op een schip in Poole Harbour, Zuid-Engeland. De veteranen zijn onderweg naar de herdenking van D-Day, donderdag. Op 6 juni 1944 landden de geallieerden in Normandië. Foto EPA/Gerry Penny

Weet je wat ik deed toen de Duitsers ons kwamen bezetten? Molly Bihet vraagt het uitdagend. Nee, dat weet ik niet. „Ik stond op straat met een komkommer te zwaaien. Quite strange really.”

Het is inderdaad een vreemde gewaarwording. Bihet, ver in de tachtig, klinkt Brits, ziet er Brits uit met haar sjaaltje en haar wollen vest en ze vertelt deels een klassiek Brits oorlogsverhaal. „In mei 1945 heb ik een bedankbrief aan Winston Churchill geschreven. Ik heb hem laten weten dat ik een groot bewonderaar was.”

Maar ze heeft ook een oorlogsverhaal dat afwijkt van wat de meeste Britten vertellen. Ze vertelt over de angst die ze voelde toen de Duitse soldaten door de winkelstraat marcheerden, over hoe ze met haar zus danste voor de bezetters.

Terug naar de komkommer. „Ik was bij de groenteboer geweest. Er vloog een gevechtsvliegtuig laag over. Ik dacht dat het een Brit was. Het bleek een Duitser en we moesten wegduiken.”

Ik ontmoet Bihet in een oorlogsmuseum in Saint Peter Port, de hoofdstad van Guernsey. Vijf jaar lang was dit bezet gebied. De Duitsers kwamen, na een bombardement, per schip in juni 1940. Guernsey, een van de Kanaaleilanden die Brits Kroonbezit zijn, ligt in een rechte lijn nog geen honderd kilometer van de Normandische stranden waar de geallieerden landden.

Hier zag men de Britse vliegtuigen die overtrokken en voelde men het gedreun van de bommen op D-Day. Toch zou het nog bijna een jaar, vier dagen langer dan Nederland, duren voordat de Kanaaleilanden bevrijd werden.

Lees ook: Oude Dakota’s vlogen via de IJsland-route naar Europa voor ‘75 jaar D-Day’

Dit jaar wordt groots herdacht dat het op 6 juni 75 jaar geleden is dat de geallieerden overstaken vanuit Portsmouth en de stranden van Normandië veroverden. President Trump, scheidend premier May, president Macron, bondskanselier Merkel, premier Rutte en andere leiders zijn aanwezig bij de herdenkingen. Het is mogelijk de laatste grote herdenking van de bevrijding waar de mannen die op de stranden streden aanwezig zijn.

De oorlog is er altijd

Het is die bevrijding, die oorlog die in het Verenigd Koninkrijk met regelmaat aanwezig is. In oktober vorig jaar stond ik met een collega van de Duitse televisie in de rij voor een bijeenkomst met Brexiteer Jacob Rees-Mogg in Birmingham. We raakten aan de praat met een koppel voor ons in de rij. Ze fulmineerden over de EU, de dictatuur van dronken Luxemburgse commissiepresidenten, de macht van Brusselse ambtenaren, het schijnparlement in Straatsburg. „Waarom is het voor jullie zo’n emotioneel beladen onderwerp”, vroeg ik. De twee, hooguit een jaar of vijftig, antwoordden in koor: „Wij hebben hier de oorlog gehad. Wij hebben gevochten voor onze vrijheid.” Mijn Duitse collega stond aan de grond genageld, van verbazing en schaamte, vertelde ze later.

De Brexit-stem in 2016 is geen direct gevolg van de Britse kijk op de Tweede Wereldoorlog. De redenen waarom 17,4 miljoen Britten voor een vertrek uit de EU stemden, zijn gelaagd en complex. Wel wordt in het publieke debat over de Brexit en de moeizame onderhandelingen met de EU de Tweede Wereldoorlog er met regelmaat bijgehaald. Het voorbeeld dat mij het meest is bijgebleven was een uitbarsting van het Conservatieve Lagerhuislid Mark Francois. Hij was boos dat Tom Enders, de Duitse baas van de Europese vliegtuigbouwer Airbus, dreigde Britse fabrieken te sluiten. Teutoonse arrogantie, sneerde Francois. „Mijn vader, Reginald Francois, was een D-Day-veteraan. Hij liet zich niet koeioneren door een Duitser en dat zal zijn zoon ook niet doen.”

Ik ben benieuwd hoe hier op Guernsey, ooit bezet gebied, over het Britse oorlogsnarratief gedacht wordt. Vinden bewoners het vreemd en ongepast? „Nou. Eigenlijk niet”, zegt Richard Heaume. „Guernsey is Brits en veel mannen verlieten het eiland om mee te vechten. De bewoners van de Kanaaleilanden hebben hun steentje bijgedragen aan de oorlog. Churchill is hier geliefd.”

De bewoners van Guernsey hebben een oorlogsverhaal dat afwijkt van wat andere Britten vertellen

Heaume was een baby en peuter tijdens de bezettingsjaren en heeft er geen herinneringen aan, maar raakte er in zijn tienerjaren door gefascineerd. Hij ging verzamelen. Pistolen, petten, granaten, jerrycans, jassen, kranten, briefkaarten, liefdesbrieven. De boerderij van zijn ouders verbouwde hij gaandeweg tot museum. Het ruikt er net als de oorlogsmusea in Bastogne en Arromanches, een mengeling van stof, smeer en leer. Heaume kon zoveel verzamelen omdat er veel was. „Hitler was compleet geobsedeerd door de Kanaaleilanden. Het was het enige Britse stukje grond in Europa dat hij bezette. Hij liet het helemaal volbouwen”, zegt de autodidactische museumdirecteur.

Toen duidelijk werd dat Frankrijk ging capituleren in de loop van mei 1940, besloten de Britse regering en generaals dat het geen zin had de Kanaaleilanden te verdedigen. Al het materieel was nodig om een invasie van Groot-Brittannië te weerstaan. Guernsey werd tot gedemilitariseerd gebied verklaard. De helft van de 40.000 bewoners, mannen van gevechtsleeftijd en kinderen, werd geëvacueerd.

Toen begon Hitler te bouwen. Tienduizenden arbeiders, zowel vrijwillig als gedwongen, legden bunkers, forten en afweerinstallaties aan. De stranden en baaien werden bezaaid met mijnen. Op de piepkleine Kanaaleilanden liet Hitler evenveel forten bouwen als langs de meest westelijke uitstulping van de Atlantikwall tussen Dieppe en Saint-Nazaire, een kust van bijna duizend kilometer.

Hoe symbolisch belangrijk de bezetting van Guernsey was voor de nazi’s blijkt uit de propagandakrant die op het eiland verscheen voor de Duitse troepen. Om het driejarige jubileum van de bezetting te vieren in 1943 drukte de krant een overzichtsstuk af, waarin de begindagen opgerakeld werden. „Deutsche Soldaten hatten damit zum ersten Male englischen Boden in Europa betreten - es war der 1. Juli 1940!”, schreef de krant enthousiast. Boven de tekst een foto van een Britse agent op straat. „Der Bobby regelt auch heute noch den Verkehr.

Een Duitse Dornier 215 vliegt over Guernsey.
Foto’s Bettmann Archive / IWM via Getty Images
Guernsey, kort na de bevrijding, in mei 1945.
Foto’s Bettmann Archive / IWM via Getty Images

‘Alles doen om te overleven’

Molly Bihet denkt dat de ervaringen op Guernsey invloed hebben op hoe de oorlog naderhand gezien werd. „Wij hadden een ervaring die men in Groot-Brittannië niet had. Vooral na D-Day. Omdat het zo dichtbij was, dachten wij dat het snel voorbij zou zijn, terwijl we toen juist compleet afgesloten raakten van de wereld. Die winter hadden we geen eten. Het was erg zwaar. Sommige mensen waren boos op Churchill. Wij moesten alles doen om te overleven.”

Mos en bollen. Dat is wat men at op Guernsey in het najaar 1944, toen alle handel en contacten tussen het bezette eiland en het bevrijde Frankrijk wegvielen. Bladeren van de kersenboom dienden als tabak. „Het brood is op 15 december op. Suiker op 6 januari”, waarschuwde de bailiff ofwel baljuw, de hoogste bestuurder van Guernsey, in november aan het internationale comité van het Rode Kruis.

Pas eind december stonden de Duitsers toe dat de Vega, een bevoorradingsschip, noodrantsoenen van het Rode Kruis leverde. Die hulp maakte op Bihet diepe indruk en zorgt ervoor dat ze internationale samenwerking dankbaar is en koestert. Ze heeft verschillende boeken over haar oorlogservaringen geschreven en de opbrengst van de verkoop gaat naar het Rode Kruis. „Ik kan dat niet loslaten. Zonder de internationale gemeenschap hadden wij kunnen verhongeren.”

Op een bankje in Candie Gardens, halverwege de heuvel waar Saint Peter Port op gebouwd is, kijk ik met Jo Dowding over de haven, de baai, langs de rotseilandjes in de metaalblauwe zee naar de streep aan de horizon: Normandië. „Ik denk dat de bezetting een nauwere band met de rest van Europa heeft geschapen”, zegt Dowding. Ze vertelt over de bunkers op het eiland. Een bunker is nu een café. Een andere dient als opnamestudio omdat de muren zo dik zijn. Iemand heeft van een bunker op zijn erf een schuur voor tuingereedschap gemaakt. Rave-feesten in bunkers horen bij opgroeien op de Kanaaleilanden. Dowding: „Ik was een paar jaar geleden in Denemarken en liep over het strand. Het viel mij op dat daar dezelfde bunkers stonden als hier, we waren allemaal onderdeel van dezelfde Atlantikwall. Hé, dacht ik, dat is ook mijn geschiedenis.”

Dowding werkt voor de kunstgalerij in Guernsey, maar coördineerde ook een project om de orale geschiedenissen van bewoners op te nemen die de bezetting hebben meegemaakt. Dowding heeft al honderd uur op band staan. Toch staan de verhalen van haar eigen grootmoeder haar het meeste bij. „Natuurlijk vertelde ze over de ontberingen, repressie en angst, maar ook over de nuances en de lichtere kant”, zegt Dowding.

Haar oma werkte in de drukkerij van de Engelstalige propagandakrant. „Ze vertelde altijd dat iedereen in de drukkerij opeens gelijk was als ze bezig waren met het zetten, de inkt en de papierrollen. Zwaar werk verenigt”, zegt Dowding. „En na de oorlog had mijn oma altijd grote waardering voor Duitse producten. Uitstekende kwaliteit, zei ze goedkeurend.”

 

 

Knappe Duitse soldaten

De vrouwen op Guernsey vonden dat de mannen klein en minder knap waren. „De lange, gespierde jonge Duitse soldaten waren knap”, zegt Dowding. Een deel van de troepen was overgeplaatst van het oostfront. Guernsey was voor hen een paradijs vergeleken met de ellende in Rusland. Ze dienden streng te zijn, maar zich ook netjes te gedragen. Hitler wilde op de Kanaaleilanden een modelbezetting etaleren: er vonden geen executies plaats.

Hitler liet de piepkleine eilanden volbouwen met bunkers, forten en installaties voor afweer

Desalniettemin is de oorlogsgeschiedenis ook een verhaal over verzet, collaboratie, over goed, kwaad en de grijstinten er tussenin. „Neem de familie Timmer”, zegt museum-directeur Heaume. Hij vertelt over het geslacht van tomatenkwekers van Nederlandse komaf. Zij verkochten hun producten aan de bezetters. „Dat kwam hen op de reputatie van verraders te staan. Maar doordat zij aan de Duitsers leverden, hoefden de soldaten minder te plunderen bij kleine boeren. Je kan dus ook zeggen dat de Timmers de bevolking uit de wind hielden.”

Gilly Carr komt uit Guernsey en doet aan de Universiteit van Cambridge onderzoek naar de oorlogsgeschiedenis. „Lang vond men op het eiland dat ze mee moesten gaan in de Churchilliaanse viering van de oorlog. Het was een strijd voor vrijheid die werd gewonnen. Er werd gerouwd om de slachtoffers”, zegt Carr.

De neiging om de oorlog aan te grijpen als succesverhaal was ook op de Kanaaleilanden aanwezig. „Het is wel iets wat meer leeft bij de working class. Ik vermoed ook dat politici het daarom in dit tijdsgewricht gebruiken: om contact te zoeken met die kiezers”, zegt de historica. Pas in de afgelopen jaren is er volgens Carr ruimte om te praten over de deportatie van de Britse Joden op Guernsey, over het concentratiekamp dat de SS bestierde op Alderney, een eiland ten noorden van Guernsey, over de ontwrichting in de samenleving aangericht doordat kinderen vijf jaar lang van hun ouders gescheiden waren, over een door de buitenwereld vergeten oorlogsgeschiedenis.

Foto Gerry Penny/EPA