Opinie

Onderwijsvernieuwing: kolossen van projecten

Onderwijsblog Ontwikkelteams, innovatieteams of versnellingskamers creëren een monsterproject met tal van verscholen belangen en abstracte doelen. Houd het simpel, adviseert Tjip de Jong.

ANP

Onderwijsvernieuwing kent al jaren een vaststaand, lineair en voorspelbaar stramien. Er verschijnt – meestal aan het einde van een kabinetsperiode – een kritisch rapport over de staat van het onderwijs. De teneur is dat er snel iets moet gebeuren! Dan duurt het even en stelt een opdrachtgever – meestal een minister of voorzitter van een bond, raad of vereniging – een vrij algemene onderzoeksvraag aan het werkveld. Vervolgens vindt er achter de schermen een benoeming plaats van stuurgroep en projectteam. Er start een verkennende inventarisatiefase, die ongeveer negentig dagen duurt. Initiatiefnemers, stuurgroepleden en projectteam gaan ‘het land in’ om voeling te krijgen met de urgentie en praktijk van alledag. Dit maakt diepe indruk. ‘Het zijn verhalen die echt raken.’ Het projectteam stelt op basis hiervan een routekaart op. (Let op: dit is geen projectplan.) Het document is geschreven in de metafoor van een reis met een duidelijke stip aan de horizon.

De stuurgroep introduceert ontwikkelteams of werkgroepen die aan de slag gaan met een thema of bredere ambitie. In totaal zijn er zo’n acht tot twaalf divers samengestelde groepen actief. De ontwikkelteams komen elke vier weken samen. Er is een externe begeleider om de onderstroom van de verandering niet uit het oog te verliezen. Na een jaar presenteren deze groepen hun plannen aan het werkveld en collega’s, meestal in de vorm van een congres, symposium of werkbijeenkomst. De ontwikkelteams verzamelen alle feedback. ‘Alle kritiek doet ertoe.’ Natuurlijk is er weerstand ten aanzien van de uitwerking, maar de stuurgroep wijt dit aan de complexiteit van het vraagstuk en het gebrek aan actieve communicatie. Dit is immers tweerichtingsverkeer. Er komen nieuwe collega’s in de stuurgroep om een marketingplan en implementatievoorstel te schrijven. Het voorstel wordt ondanks de weerstand aangenomen. Stuurgroep, projectteam en ontwikkelteams worden opgeheven. Het onderwijs moet aan de bak.

Kolossen van projecten

Al die ontwikkelteams, innovatieteams en versnellingskamers: stuk voor stuk zijn het professionals die vol goede bedoelingen kritisch nadenken over het onderwijs. Maar naarmate het project vordert voel je de bui al hangen. Het zijn kolossen van projecten, met tal van (verscholen) belangen en abstracte doelen. Veel te groot, amper werkbaar en tenenkrommend ouderwets georganiseerd. Bovendien doe je het als initiatiefnemer nooit goed. Ga je alle leerkrachten in Nederland betrekken? Of juist werken met een selecte groep? Wil je experts uitnodigen of juist niet? Ga je voor ‘academisch’ of volg je de praktijk? Durf je openbare bijeenkomsten te houden of is het beter achter gesloten deuren te overleggen? Ga er maar aan staan.

Hoezo, een visie?

Hoe komt het dat we nog altijd inzetten op dit soort complexe, onrealistische verandertrajecten? Denken we werkelijk via deze weg de uitdagingen in bijvoorbeeld het basisonderwijs en mbo op te lossen? Welke leerkracht gelooft nog in het opnieuw formuleren van een onderwijsvisie? Is ons reken- en taalonderwijs de afgelopen twintig jaar echt zo fundamenteel veranderd? Waarom zoeken we de oplossingen niet in kleine, slimme interventies? Op school moet het allemaal gebeuren! Niet aan een of andere overlegtafel. Laten we dan ook hier beginnen. Ik sprak een onderwijsdirecteur en ving direct vijf kansrijke ideeën op:

- Zoek goede schoolleiders en train hen, zodat ze ook echt leiding kunnen geven.
- Organiseer frequente lesobservaties waaruit meetbare, gerichte verbeterpunten komen.
- Laat leerkrachten meer oefenen met didactiek en lesmethodes.
- Stel een verbeterplan op, maak dat openbaar en vraag hulp bij experts (dit doet Nederland al best goed).
- Wissel leerkrachten van ‘excellente’ scholen en ‘slecht presterende’ scholen uit.

Soms denk ik dat we niet het dieperliggende probleem onder ogen willen zien, maar ons liever bezighouden met een oppervlakkige oplossing. Een serie nieuwe kerndoelen voor groep 8, een nieuwe set aandachtspunten voor innovatief onderwijs, het lijkt glashelder. Het geeft vast ook rust, vertrouwen en een gevoel van overzicht. Het enige wat nog nodig is, is een strak implementatieproces in alle scholen van Nederland. Appeltje-eitje toch?

Tot slot: er is niets mis met praten over beter onderwijs

Onderwijzers praten graag over hun vak. Sommige mensen denken dat dit uniek is voor deze beroepsgroep, maar dat is helemaal niet het geval. Als onderzoeker heb ik heel veel werkplekken bezocht. Bijna iedereen praat graag over zijn werk. Machinisten praten oeverloos over nieuw materieel of de werking van een seinsysteem. Politieagenten delen in hun pauze spannende ervaringen met elkaar. Artsen discussiëren vurig over een operatietechniek of plotselinge complicatie. Ons werk houdt ons bezig en we uiten dit door te bespreken hoe het beter, slimmer en betekenisvoller kan. Gelukkig maar! Ik stel voor om dit basisverlangen een plek te geven. Mogelijk kunnen we in elke school ronde tafels neerzetten om met iedere geïnteresseerde over goed onderwijs te praten. Er is maar één simpele regel: we doen helemaal niets met al die ideeën. Het is simpelweg een verkapte vorm van therapie – om vervolgens over te gaan tot de orde van de dag.

Tjip de Jong is zelfstandig onderzoeker, docent en adviseur leren en ontwikkelen.

Reageren

Reageren op dit artikel kan alleen met een abonnement. Heeft u al een abonnement, log dan hieronder in.