Te weinig tijd, te veel moeite, te veel geld: IND stuurde criminelen niet weg

Intrekken verblijfsvergunning De Immigratie- en Naturalisatiedienst (IND) heeft dossiers van criminele vreemdelingen onvoldoende beoordeeld door hoge werkdruk. De IND liet het gros van de criminele vreemdelingen blijven. Dat blijkt uit verslagen van crisisbijeenkomsten, in bezit van NRC.

Vluchtelingen in een opvangcentrum in Veenhuizen.
Vluchtelingen in een opvangcentrum in Veenhuizen. Foto Remko de Waal / ANP

Als de medewerkers van het team Intrekkingen van de Immigratie- en Naturalisatiedienst (IND) de vergaderzaal in Zwolle binnenlopen, staat de flipover al klaar. Drie onderwerpen staan erop, waarover ze het eens dringend met elkaar moeten hebben. Het komende uur zullen ze op gele papiertjes hun gedachten schrijven en die bij de onderwerpen plakken. Dan praten ze er met elkaar over door, in een kring zonder tafels. Ze doen dat in een gebouw van de IND dat de naam ‘La Grande Vitesse’ draagt.

Deze medewerkers hebben een verantwoordelijke taak. Ze beslissen iedere dag opnieuw of vreemdelingen die ooit een Nederlandse verblijfsvergunning kregen, daar nog altijd recht op hebben. Wanneer die al lang weer in een ander land wonen, veroordeeld zijn voor een ‘ernstige misdraging’, of als blijkt dat ze logen over hun identiteit, dan hoort de IND hun verblijfsvergunning in de regel in te trekken.

Dat dit lang niet altijd gebeurt, is te lezen in een recent rapport van de commissie-De Leeuw, die in opdracht van het ministerie van Justitie en Veiligheid en na een melding van een klokkenluider de intrekkingen van verblijfsvergunningen onderzocht. De IND trekt volgens de commissie bij slechts een fractie van de bij hen bekende criminele vreemdelingen de vergunning in. Verantwoordelijk staatssecretaris Mark Harbers (Justitie, VVD) liet zich er niet meer over uit. Hij trad een dag later af om een andere kwestie, over criminaliteitscijfers onder asielzoekers in asielzoekerscentra.

De commissie-De Leeuw toonde zich tegelijkertijd mild over de oorzaken van het onverwacht lage aantal intrekkingen. Ja, bij het team Intrekkingen van de IND worden fouten gemaakt, maar niet heel veel, niet bewust en niet structureel – aldus De Leeuw. De regels zijn nu eenmaal ingewikkeld.

De misstand die de klokkenluider aankaartte, bestaat volgens de commissie niet. Het lage aantal intrekkingen is niet te wijten aan een hoge werkdruk, zoals de klokkenluider aangaf. Laat staan dat er door de leiding op gestuurd wordt. Letterlijk staat er: „Van een werkwijze waarbij mogelijke intrekkingszaken blijven liggen, omdat deze zaken te veel tijd en inspanning vergen, zijn geen aanwijzingen gebleken.”

Maar laat dat nou net het belangrijkste onderwerp zijn waarover de medewerkers in de kring in Zwolle het dringend met de directie van de IND willen hebben.

Het team Intrekkingen in Zwolle bestaat uit zo’n dertig mannen en vrouwen. Achttien van hen plakken vandaag geeltjes op witte vellen.

Als eerste komt het onderwerp dat hen het meest bezighoudt aan bod: ‘productiviteit vs kwaliteit’. In tegenstelling tot wat de commissie-De Leeuw schrijft, is de werkdruk volgens het team te hoog. Dat maakt dat ze vergunningen liever niet intrekken – dat gaat sneller en levert geen verdere procedures op en taaie advocatenbrieven. Waar asielzoekers moeten aantonen dat ze recht hebben op een verblijfsvergunning, ligt de bewijslast bij intrekkingen bij de IND.

Een rauw inzicht

De druk vanuit het management om verblijfsvergunningen als het even kan niet in te trekken is groot, verzuchten de IND’ers. De leiding lijkt meer geïnteresseerd in allerlei budgettaire afspraken die zijn gemaakt met het verantwoordelijke ministerie van Justitie en Veiligheid, dan in het oprecht beoordelen van dossiers.

Dit blijkt onder meer uit een verslag van een eerste belangrijke crisisvergadering van 10 mei 2017 en uit latere, vertrouwelijke, interne documenten die recent in het bezit kwamen van NRC. De verslagen geven een rauw inzicht in de werkwijze van de IND en specifiek die van het team Intrekkingen: „Bij alles ligt de nadruk op productie.”

De medewerkers zien dat er „kunstgrepen worden uitgevoerd om als team aan de norm te voldoen”. De balans tussen het snelle werk en „de ‘echte’ zaken” is zoek. En dan staat het er ook gewoon: „De focus ligt op snelle niet-intrekkingen in plaats van op het daadwerkelijk intrekken van verblijfsvergunningen (dat wil zeggen de bewerkelijke zaken). We vinden dat we te veel bezig zijn met geld genererende acties.”

Dat vinden de medewerkers kwalijk. Ze snappen dat de IND zich tijdens de vluchtelingencrisis flexibel moest opstellen, maar pleiten ervoor om in deze rustiger tijden eventuele fouten uit die periode te herstellen. „Juist na de hoge instroom aan de voorkant en de daarbij behorende soepelere beoordeling, zou er meer tijd moeten zijn voor onderzoek als zaken vervolgens bij ons terecht komen.”

Lees ook: Klokkenluider: IND overtreedt eigen regels bij beoordelen verblijfsvergunningen

Dat de beoordeling in die tijd soepel was, staat bijvoorbeeld in een mail die in september 2014 circuleerde bij de IND. Die gaat over Eritreeërs, van wie er zich dat jaar opeens grote aantallen meldden in de opvanglocatie in de voormalige gevangenis in Veenhuizen. De Eritreeërs „zijn niet goed uitgehoord” en hun verklaringen zijn „niet altijd even compleet” staat in de mail. De reden: de hoge werkdruk en het feit dat er alleen „hoormedewerkers met weinig hoorervaring” beschikbaar waren. De IND is hier „pragmatisch mee omgegaan” waardoor het gros van de Eritreërs een vergunning heeft gekregen – aldus de mail.

Yvette Bossink, lid van de overkoepelende directie Asiel en Bescherming, leidt de vergadering in Zwolle. Ze ontkent de druk op de productie niet. Ze zegt alleen dat die „niet van haar afkomstig is”. Als zij op haar beurt weer ter verantwoording wordt geroepen omdat dit team achterblijft bij de norm, noemt ze die norm in vergaderingen zelf óók „niet realistisch”, vertelt ze.

Het tweede onderwerp – persoonlijke ontwikkeling – neemt maar tien minuten in beslag.

Bij het derde en laatste onderwerp ‘Werksfeer en collegialiteit’ plakte een medewerker een sip kijkende smiley – volgens het verslag een „breed gedragen” reactie. Er is bij het team „te veel ruimte om je eigen gang te gaan”, een gebrek aan sturing en de medewerkers wantrouwen elkaars werk en integriteit.

Ze spreken af dat er „ruimte voor kwaliteit” komt. En voor de sfeer: een coach – een medewerker van de HR-afdeling van de dienst.

Zouden de leden van de commissie-De Leeuw deze en andere verslagen hebben gelezen? En als dat al zo is, zagen ze dan de eerste versie die onder medewerkers is verspreid of een soms latere, gekuiste versie? En hoeveel van de dertig medewerkers van het team heeft de commissie eigenlijk zelf gesproken?

In een reactie stelt de commissie dat ze in het rapport concludeert dat tijd en werkdruk geen „doorslaggevende” factoren zijn bij het niet intrekken van vergunningen en dat ze dat woord bewust koos. Van de 45 gesprekken met IND’ers, waren 15 met medewerkers in Zwolle. „Een substantieel” aantal van die 15 was van team Intrekkingen, specifieker wil de commissie niet zijn. In het overzicht van documenten waarop de commissie zich baseerde, staan geen notulen.

Een gevoel van onveiligheid

Ondanks de inspanningen van de HR-manager is de sfeer negen maanden later niet opgeknapt, zo staat het in een verslag van een latere bijeenkomst. De teamleider zit thuis met betaald verlof, een teamlid stuurt een emotionele mail rond. Hij ervaart „ een gevoel van onveiligheid” in het team, schrijft hij. Er is sprake van groepsvorming, mensen worden buitengesloten, er is geen respect en waardering. De man wil niet meer naar kantoor komen, en zegt gelijk af voor het wadlopen.

De werkdruk is onverminderd hoog.

„Kijkend naar de caseload is de conclusie al snel dat het niet te doen is”, is te lezen in het verslag van de MLM, de Monthly Lean Meeting van team Intrekkingen van 7 februari 2018. De IND heeft op dat moment het lean werken centraal gesteld in de organisatie: processen moeten continue verbeterd worden en de klant staat voortaan centraal – al is het de leden van het intrekkingsteam niet duidelijk wie hun klant is. Is dat de vreemdeling die niet uitgezet wil worden? Zijn advocaat? Of de politie, die de vreemdeling oppakte?

„De voorraad loopt uit de hand en het werk kan niet worden gedaan zoals wij dat zouden willen doen”, staat in het verslag. Er komen zelfs nieuwe taken bij. „Het is te veel werk voor ons allemaal.”

Opnieuw staat er datgene waarvoor de klokkenluider de commissie waarschuwde en wat de commissie niet zag: „Er wordt vanuit het team aangegeven dat we in het verleden veel niet-intrekkingen moesten opvoeren en afsluiten enkel vanwege het geld.”

Boter bij de vis

De medewerkers trekken inmiddels zelfs hun meest basale taak in twijfel. „Kan en moet je alles intrekken? Is het de inspanning waard gelet op de tijdsinvestering?”

Lees ook: Steenrijke Rus mag van de IND zijn asielvergunning wel houden

Hoe het kan gaan, blijkt bijvoorbeeld uit de halfslachtige manier waarop de IND is omgegaan met het dossier van de Russische miljonair, zakenman en politicus Joeri Sverdlov. Die vroeg in de jaren negentig asiel aan in Nederland en kreeg een verblijfsvergunning. Maar toen zijn carrière als kippenhandelaar een vlucht nam, ging hij terug naar Rusland en nam hij plaats in de Doema – het Russische parlement – voor de partij van Vladimir Poetin.

Een beter voorbeeld van een vergunning die ingetrokken had moeten worden is bijna ondenkbaar, maar de IND bekeek het dossier en liet Sverdlov zijn vergunning houden. „Er is geen sprake van willekeur”, zei staatssecretaris Harbers hierover, toen hem in de Kamer werd gevraagd naar hoe dit kon gebeuren.

Terug naar de IND-bijeenkomst. Wanhopig proberen de medewerkers een oplossing te verzinnen, maar dat lukt hen niet echt. Een medewerker oppert „dat we misschien lastige categorieën kunnen laten rusten bijvoorbeeld LHBT en bekeerlingen”. De moed is de medewerkers inmiddels in de schoenen gezakt. Een medewerker „vraagt zich af hoe het kan dat de organisatie steeds weer in deze situatie terecht komt. Yvette geeft aan dat dit met geld te maken heeft.” Ze vergelijkt hun werkgever met de KMAR of de politie. „Zij willen direct boter bij de vis, anders voeren ze de taken niet uit. Wij zijn als organisatie in die zin te makkelijk.”

Tips? onderzoek@nrc.nl