Iedereen beseft: dit is een broos pensioenakkoord

Pensioenen De vakbonden waren lange tijd huiverig voor nieuwe pensioenafspraken. Ook de doorbraak van nu is geen garantie voor een goede afloop – over allerlei cruciale details moet nog overeenstemming worden bereikt.

Minister Koolmees (Sociale Zaken, D66) naast FNV-voorzitter Han Busker, tijdens de presentatie van de vernieuwing van het pensioenstelsel.
Minister Koolmees (Sociale Zaken, D66) naast FNV-voorzitter Han Busker, tijdens de presentatie van de vernieuwing van het pensioenstelsel. Foto Robin van Lonkhuijsen

Geen glunderende hoofden, wel ingehouden trots. In een zaal van de Sociaal-Economische Raad aan de Bezuidenhoutseweg in Den Haag presenteerden woensdagochtend zeven mannen en één vrouw het pensioenakkoord. Allemaal benoemden ze hoe bijzonder het is dat ze het toch met elkaar eens zijn geworden. De werkgeversverenigingen (VNO-NCW, LTO en MKB-Nederland), de vakbonden (FNV, CNV en VCP), de SER en minister Wouter Koolmees van Sociale Zaken.

Maar ze realiseren zich ook dat het akkoord broos is. De kritische achterban van de vakbonden kan het nog wegstemmen. FNV, de grootste vakbond, houdt een online referendum voor alle 1 miljoen leden. De uitslag is op zaterdag 15 juni bekend, en op die dag heeft het ‘ledenparlement’ van de FNV het laatste woord. En dan zijn er nog allerlei kleine, maar cruciale details waarover de sociale partners en het kabinet het eens moeten worden. Het duurt dus wel even voordat het pensioenstelsel daadwerkelijk wordt aangepakt. Koolmees (D66) hoopt de nieuwe regels in 2021 in te voeren.

De gedachte achter die nieuwe regels: minder beloven, meer waarmaken. Nu moeten pensioenfondsen nog met grote zekerheid voorspellen hoe hoog de toekomstige pensioenuitkering zal zijn. De fondsen zijn daardoor wettelijk verplicht om secuur te zijn en grote financiële reserves aan te leggen. Dat ging lange tijd goed. Maar sinds de crisis van 2009 zien fondsen vaak ál hun beleggingswinsten in de reservepot verdwijnen, al hebben ze genoeg geld om alle toekomstige pensioenen te betalen.

Lees ook: DNB: korting dreigt bij 60 procent van de pensioenen

Straks hoeven de fondsen niets meer te beloven. Ze spreken alleen een ‘ambitie’ uit over de hoogte van het toekomstige pensioen. Het gevolg: ze moeten nog wél genoeg geld hebben om de toekomstige pensioenen te betalen, maar hoeven geen extra buffers meer aan te leggen. Beleggingswinsten worden dus direct uitgedeeld aan alle deelnemers. De keerzijde: na verliezen moet er sneller gekort worden. Het pensioen gaat sterker meebewegen met de economie.

Het kabinet, werkgevers en vakbonden zijn het er allemaal over eens: dit pensioen sluit beter aan op de economie zoals die er nu uitziet. Toch waren de vakbonden lange tijd huiverig om akkoord te gaan. Vooral vakbond FNV heeft een zeer kritische achterban. Een deel van hen is bij voorbaat tegen compromissen. Zij willen actie voeren tot ze volledig gelijk krijgen. De kleinere bonden, CNV en VCP, waren bang voor ‘losse eindjes’. Ze wilden controle over alle details van het pensioenakkoord – en dat zijn er heel veel.

Verliezen in details

Door die terughoudendheid bij de bonden liep het vorige pensioenoverleg, eind november, mis. Het kabinet wilde geen afspraken maken over een stijging van de AOW-leeftijd op de lange termijn – tot onvrede van de FNV. En Rutte vroeg de vakbondsvoorzitters van CNV en VCP om zich niet te verliezen in details. Ze moesten „springen”.

Lees ook de reconstructie over het mislukte pensioenoverleg van november: Rutte zag: de vakbonden kwamen met steeds meer eisen

Deze week kon het kabinet alsnog een trager stijgende AOW-leeftijd aanbieden: voor ieder jaar dat de gemiddelde levensverwachting stijgt, moet niet 1 jaar, maar 8 maanden langer gewerkt worden. Dat kost het kabinet uiteindelijk 4 miljard euro per jaar.

En CNV en VCP werden overtuigd doordat zij via een ‘stuurgroep’ mogen blijven meepraten over allerlei uitwerkingsvragen – samen met de werkgevers en het kabinet. Als de vakbonden bijvoorbeeld vinden dat één afspraak uit het pensioenakkoord tegenvalt in doorrekeningen, kunnen ze die afspraak opnieuw ter discussie stellen. Pas als er over alle details overeenstemming is, stuurt Koolmees de nieuwe pensioenwet naar de Tweede Kamer. Het is dan ook onvermijdelijk dat er de komende maanden nog volop onderhandeld wordt.

Beluister ook onze podcast: Hoe polder en politiek beslissen over jouw pensioen

Nu de coalitie geen meerderheid meer heeft in de Eerste Kamer, is steun van de linkse oppositiepartijen essentieel. De partijleiders van de PvdA en GroenLinks zeiden woensdagochtend in een gezamenlijke verklaring, nog vóór de persconferentie bij de SER, dat ze het akkoord steunen. Mits alles wordt uitgewerkt zoals afgesproken, voegden ze eraan toe. GroenLinks-leider Jesse Klaver richtte zich ook tot de vakbondsleden. Zij moeten niet naar „doemdenkers” luisteren, maar zelf kijken wat er is afgesproken, zei hij. „Informeer je en laat je overtuigen, zoals wij dat ook hebben gedaan.”

De vraag is nu of de FNV-leden zich laten overtuigen door PvdA en GroenLinks, of toch door de SP en 50Plus. Die twee partijen zijn fel tegen dit akkoord en laten dat duidelijk horen: zij accepteren geen enkele verhoging van de AOW-leeftijd.

Toch gaat het FNV-bestuur uit van een goede afloop. En wat als de leden toch tegen het akkoord zijn? FNV-voorzitter Han Busker: „Ik heb helemaal geen behoefte om daarop in te gaan.”