Opinie

Heeft Trump de Fed alsnog in zijn zak?

Maarten Schinkel

De financiële crisis van 2008 zal vermoedelijk altijd de recordhouder blijven. Maar de snelheid waarmee op dit moment op de financiële markten de renteverwachtingen omlaag worden geschroefd, is óók adembenemend. Nog laat in de herfst van 2018 verwachtten beleggers drie renteverhogingen met een kwart procentpunt door de Amerikaanse centrale bank. Dat is af te leiden van de termijnhandel op de Amerikaanse geldmarkt.

Nu, een half jaar later, geven die termijnprijzen aan dat aan het eind van dit jaar de rente juist met drie van zulke stappen naar beneden gaat. Deze rente, de Federal Fund Rate, wordt nu door de centrale bank op tussen de 2,25 en 2,5 procent gehouden.

Wat is er gebeurd? Eerst was er eind vorig jaar de vrees voor een recessie en vond een forse koersdaling plaats op de financiële markten. Daarop maakte Jerome Powell, de president van de Amerikaanse centrale bank (de Fed), begin januari een forse draai door te impliceren dat verwachte rentestijgingen er niet meer van zouden komen.

De beurskoersen begonnen daarop aan een flinke rally, met in Nederland een winst van 18 procent voor de AEX-index, ten opzichte van het begin van dit jaar. Maar sindsdien zit de klad er weer in. Het handelsconflict tussen de VS en China, waarvan werd gehoopt dat het nu al zou zijn bijgelegd, is door Washington verder aangewakkerd. De Amerikaanse president Trump opende vorige week ook nog een nieuw front met Mexico. Dat ziet handelstarieven tot 25 procent tegemoet als het zijn emigratiestroom niet zelf indamt.

Intussen daalde de rente op tienjarige Amerikaanse staatsleningen onder die van tweejarige leningen, en daarna zelfs onder de Federal Fund Rate. Dat maakt beleggers nerveus: in de regel is het een signaal voor een latere economische recessie. Grote zakenbanken als Morgan Stanley en Goldman Sachs trokken voorzichtig die conclusie al.

De handelsoorlog dwingt de verlangde renteverlagingen alsnog af

De beurskoersen staan inmiddels sterk onder druk, de economische cijfers beginnen tegen te vallen. Vorige week woensdag zinspeelde Fed-vicevoorzitter Richard Clarida al op een renteverlaging. Maandag zei James Bullard, chef van de Federal Reserve Bank van St. Louis, dat een verlaging „binnenkort nodig” kan zijn. En dinsdag kwam, als klap op de vuurpijl, Jerome Powell met een aansporing het momentum in de economie te behouden.

Maar waar is de bijbehorende rally op de aandelenmarkten? Die kan nog komen natuurlijk, maar vooralsnog gebeurt er vrij weinig op Wall Street. Daar is inmiddels sprake van enige, begrijpelijke, verwarring. Waarom gaat Trump op volle sterkte door met de handelsoorlog als hij daarmee een recessie in het verkiezingsjaar 2020 riskeert? Als economen gelijk hebben dat de gewone Amerikaan opdraait voor alle inmiddels verhoogde invoertarieven, waar is dan de sterk oplopende inflatie die daarbij zou moeten horen? En als die inflatie alsnog komt, zit de Fed dan niet klem in zijn mandaat de werkgelegenheid op peil te houden (verlaag de rente) én de inflatie te bedwingen (verhoog de rente). Komt er, nóg erger, stagflatie in de VS, met een inzakkende economie en stijgende prijzen?

Dwingt Trump, samengevat, Powell tot een serie renteverlagingen die de Fed zich eigenlijk helemaal niet kan en wil permitteren? En heeft hij zo, via de band, de Fed-voorzitter alsnog in zijn zak? Eén ding is zeker. De vergadering van de Europese Centrale Bank vandaag is een walk in the park vergeleken bij de dilemma’s waar de Amerikaanse collega’s inmiddels voor worden gezet.

Maarten Schinkel schrijft over economie en financiële markten.

Reageren

Reageren op dit artikel kan alleen met een abonnement. Heeft u al een abonnement, log dan hieronder in.