Grafietregens? ‘Glittertjes in de lucht die niet bepaald lekker ruiken’

Grafietregens Wijk aan Zee worstelt met de grafietregens van Tata Steel. De inwoners vrezen voor hun gezondheid maar weten ook dat de fabriek van economisch belang is voor het dorp.

De ‘grafietregens’ die op het terrein van Tata Steel worden uitgespuwd, komen onder meer terecht in Wijk aan Zee.
De ‘grafietregens’ die op het terrein van Tata Steel worden uitgespuwd, komen onder meer terecht in Wijk aan Zee. Foto’s Olaf Kraak

„Je moet jezelf leren beheersen!” Overblijfjuf Sharon van Wilgenburg grijpt in als de kinderen na haar waarschuwing blijven klieren. Ze pakt de bal af, even klinken er verontwaardigde geluiden, dan stuift het clubje uiteen op het schoolplein.

De kinderen van basisschool De Vrijheit in Wijk aan Zee spelen gewoon buiten deze woensdagmiddag. Het dorp in Noord-Holland ligt even ten noorden van Tata Steel. Dinsdag werd bekend dat de ‘grafietregens’ die op het terrein van de staalfabriek worden uitgespuwd gezondheidsrisico’s vormen voor jonge kinderen. Het RIVM concludeerde dat „de geschatte blootstelling” aan de metalen lood, mangaan en vanadium „zodanig hoog is dat dit ongewenst is voor de gezondheid”. Langdurige blootstelling kan leiden tot „neurologische ontwikkelingsstoornissen”.

Grafietregen ziet eruit als „glittertjes” in de lucht, zegt Kyra – tien jaar, lichtbruin haar, sproeten – uit groep zes. „En het ruikt niet bepaald lekker. Verbrand.” Als het grafiet heeft geregend, ligt er een vies laagje over de speeltoestellen op het schoolplein.

Ook voor het nieuws over de gezondheidsrisico’s was de school al voorzichtig, vertelt de 42-jarige Van Wilgenburg. De toestellen worden goed schoongemaakt en de kinderen moeten extra goed de handen wassen voor ze aan tafel gaan. „Maar dit is wel schrikken hoor”, zegt Van Wilgenburg, die haar hele leven in Wijk aan Zee woont. „Dit zou een wake-up call moeten zijn.”

Van levensbelang

„Heel zorgwekkend”, vindt burgemeester Martijn Smit (PvdA) de resultaten van het RIVM-onderzoek. Hoe vaak de grafietregens voorkomen, kan hij niet precies zeggen, maar het is „vaker dan een keer per maand”. Er wordt wel gewerkt aan de oplossing, zegt hij. Tata bouwt „een vrij reusachtige hal”, om te voorkomen dat er nog grafiet vrijkomt. De grafietregens komen van Harsco, een bedrijf op het Tata-terrein, dat restproducten van de staalfabriek verwerkt. Dat gebeurt nu nog in de open lucht, maar straks dus overdekt. „April volgend jaar moet die hal af zijn”, zegt Smit.

Of dat snel genoeg is, daar zijn de meningen in Wijk aan Zee (2.200 inwoners) over verdeeld. Ja, natúúrlijk staat de gezondheid voorop, zegt iedereen. Sommigen zijn boos. Maar Tata is ook van levensbelang voor het dorp, zeggen anderen. Tata zorgt voor banen, zowel in de staalfabriek als bij bedrijven eromheen. Tata zorgt voor volle hotels en restaurants. Zonder Tata had Wijk aan Zee misschien niet eens bestaan.

Om de hoek van de basisschool, in het kantoortje van Buurtzorg Wijk aan Zee, zitten zeven vrouwen om de tafel. Ze zitten eigenlijk te vergaderen - koffie, thee en kletsmajoors op tafel - maar gevraagd naar het nieuws over de graftietregens barsten ze los. Met hun naam in de krant willen ze niet: „Er wordt zóveel gekletst in het dorp.” Voor je het weet komt er iemand verhaal halen, zeggen ze. „Sommigen zijn heel fanatiek.”

Dat het spul gevaarlijk is, verbaast sommigen niks. Een van de dames heeft vaak last van „brandende ogen”, vertelt ze, het stof „bijt in haar keel”. En de verantwoordelijken laten het allemaal maar gebeuren, vindt een ander: „Het hele dorp is er mee bezig, behalve degenen die het moeten oplossen.”

Weer een ander bekijkt het van de andere kant: „Er wordt ook overdreven hoor. Mensen doen of hier bérgen grafiet liggen, die maken er een heel episch gebeuren van. Nou, dat valt wel mee.”

Een van haar collega’s, verontwaardigd: „Jij praat het goed!”

„Ik praat het niet goed, het is niet fijn. Er moet ook wat gebeuren. Maar ik lees op Facebook echt dingen waarvan ik denk: jongens, kom op. Als het echt zo ongezond was om hier te wonen waren we allang dood. Als Tata stopt, ligt dit hele dorp op z’n gat.”

Tweespalt

Net zo verdeeld als de vrouwen van buurtzorg zijn de ouders die hun kinderen komen ophalen als de school uitgaat. „We hebben nergens last van”, zeggen een vader en moeder die hun kleuter komen halen. „Maar de ondernemers in het dorp worden zo wel kapot gemaakt.” Als toeristen wegblijven en zakelijke bezoekers Wijk aan Zee niet meer weten te vinden zonder Tata, leggen ze uit. Een andere moeder is juist erg geschrokken: „Ze hebben altijd tegen ons gezegd dat het niet schadelijk was.”

Nieuwkomer Mirjam Durge, die twee jaar geleden in het dorp kwam wonen en haar kind komt halen, herkent de tweespalt. „De oude garde zegt: ze doen hun best, het kost tijd.” Haar man, die wel in Wijk aan Zee is opgegroeid, hoort bij deze „gematigden”, zegt ze. „En er is een groep die zegt: sluiten die handel.” Zelf neemt Durge niet zo duidelijk stelling. Ze heeft vooral vragen. „Ik heb sinds ik hier woon meer last van mijn luchtwegen. Komt dat door de fabriek? Ik weet het niet, maar het is wel toevallig. Mijn kind speelt hier in de duinen. Is dat nog veilig?”