Ga eerst praten, zegt rechter tegen Facebook en De Mol in zaak over nepadvertenties

Internetoplichting John de Mol eiste woensdag dat Facebook alle nepadvertenties waarin zijn naam wordt genoemd binnen vijf dagen verwijdert. Daarover wil de rechter nog geen uitspraak doen.

Media-ondernemer John de Mol wilde via een kort geding afdwingen dat Facebook maatregelen treft tegen nepadvertenties voor bitcoins met zijn naam en beeltenis.
Media-ondernemer John de Mol wilde via een kort geding afdwingen dat Facebook maatregelen treft tegen nepadvertenties voor bitcoins met zijn naam en beeltenis. Foto ANP

John de Mol en Facebook moeten met elkaar in gesprek om tot een oplossing te komen over nepadvertenties waarin de media-ondernemer wordt genoemd. Daartoe heeft de rechtbank van Amsterdam deze woensdag de partijen opgeroepen, na een door De Mol aangespannen kort geding. De partijen hebben twee weken de tijd om op het voorstel van de rechter in te gaan. Lukt het niet om met elkaar te gaan praten, dan doet de rechter een maand later uitspraak in de zaak.

De Mol stapte naar de rechter omdat Facebook „ondanks herhaalde verzoeken” niet snel genoeg maatregelen getroffen zou hebben om de nepadvertenties waarin zijn naam en beeltenis wordt gebruikt te verwijderen. In de advertenties stond dat De Mol veel geld zou hebben verdiend aan bitcoins. Bezoekers werden vervolgens doorgestuurd naar een website waar zij konden investeren in de cryptovaluta, geld dat zij vervolgens nooit terug zagen.

De Mol is niet de enige BN’er die klaagt over de oplichtingspraktijken. Internetondernemer Alexander Klöpping waarschuwt al enige tijd op Twitter dat zijn naam wordt gebruikt om mensen over te halen in bitcoins te investeren. RTL-presentator Humberto Tan zei afgelopen oktober geregeld mailtjes te krijgen van mensen die opgelicht waren, en hem daarvoor verantwoordelijk hielden. Volgens de stichting Fraudehelpdesk, dat gedupeerden helpt bij oplichting, hebben criminelen zo zeker honderdduizenden euro’s buitgemaakt.

Binnen vijf dagen verwijderen

De Mol eiste dat Facebook alle advertenties waarin zijn naam of beeltenis worden genoemd binnen vijf dagen van Facebook of Instagram worden verwijderd. Ook wil hij dat Facebook gegevens over de oplichters overhandigt, zodat hij maatregelen tegen hen kan ondernemen. Facebook is de enige partij die gegevens, zoals ip-adressen en betaalgegevens, over de oplichters kan verschaffen.

De advocaat van Facebook, Jens van den Brink, noemde de eis van De Mol „disproportioneel” en „technisch onmogelijk”. Van den Brink: „De Mol wil een specifiek op de persoon toegesneden filter. Maar hij heeft geen alleenrecht op de naam ‘John de Mol’. Er zijn meer mensen met die naam.” Hij noemde „zes generaties” uit het geslacht De Mol, die allemaal John als voornaam hebben.

De advocaat vreest bovendien „overblokkering”. Aankondigingen van onschuldige evenementen of gesponsorde berichten van nieuwsorganisaties met een foto van De Mol, zouden ook moeten worden verwijderd.

Facebook heeft moeite de oplichters aan te pakken omdat ze „gehaaid” zijn, aldus Van den Brink. Ze zouden onder meer gebruik maken van cloaking, een techniek waarbij kwaadwillenden de achterliggende website waar een advertentie naar verwijst weten te verhullen. Dat maakt het volgens Van den Brink lastig om alle advertenties vooraf te filteren.

„De zaak draait grotendeels over de vraag in hoeverre Facebook verantwoordelijk is voor de advertenties op het platform”, analyseert ICT-jurist Arnoud Engelfriet. „Sinds de begintijden van het internet worden internetplatforms gevrijwaard van aansprakelijkheid voor wat gebruikers op hun platforms plaatsen.” De regel werd ingesteld ter bescherming van de vrijheid van meningsuiting op internet en om internetplatforms de kans te geven te groeien. Maar er zijn voorwaarden aan de vrijwaring verbonden. Het platform dient een neutraal doorgeefluik te zijn, en zich dus niet met de inhoud van advertenties te bemoeien. Ook moet een platform nadat er melding is gedaan van illegaal materiaal snel actie ondernemen om het materiaal te verwijderen.

Geen neutraal doorgeefluik

Volgens De Mols advocaat Jacqueline Schaap neemt Facebook inhoudelijke beslissingen over advertenties, en kan het dus niet als neutraal doorgeefluik worden beschouwd. Facebook zegt zelf advertenties te controleren. Zo nemen content moderatoren beslissingen over het wel of niet toelaten van advertenties op basis van de inhoud en is het beleid om advertenties waarop vaak wordt geklikt aan meer gebruikers te tonen. „Aan de ene kant zegt Facebook dat zij geen maatregelen hoeft te nemen want zij is toch een neutrale hostingprovider, aan de andere kant worden wij om de oren geslagen met producties en affidavits (verklaringen onder ede) die moeten aantonen dat Facebook toch echt haar best doet en vooraf screent”, aldus Schaap. „Hoe kun je nu zeggen dat je wel advertenties vooraf verifieert aan de hand van een beleid met inhoudelijke criteria, maar tegelijk volhouden dat je geen kennis hebt van wat je nu juist vooraf hebt geverifieerd? Het is van tweeën één lijkt mij.”

Van den Brinks kantoorgenoot Sophie van Loon bracht daar tegenin dat het oneerlijk zou zijn als Facebook gestraft zou worden voor pogingen het probleem te verhelpen. Dat zou immers betekenen dat internetplatforms die minder doen om illegaal materiaal op te sporen minder kans lopen op vervolging. „Daar gaat een perverse prikkel vanuit om maar alles toe te staan dat God verboden heeft.”

Schaap ging uiteindelijk akkoord met een afgezwakte eis: alleen advertenties waarin de naam of beeltenis van De Mol staan in combinatie met promotie van cryptovaluta moeten worden verwijderd.

„Als het voor beide partijen zo’n groot probleem is, is het dan niet raadzaam om met elkaar in gesprek te gaan?”, vroeg de rechter na de vier uur durende zitting. Ze noemde de Britse zaak Martin Lewis-Facebook. Ook deze Britse budgetcoach verweet Facebook nalatigheid bij het verwijderen van frauduleuze advertenties. Hij nam uiteindelijk genoegen met een schikking waarin Facebook beloofde meer te doen tegen de bestrijding van nepadvertenties. Het bedrijf zou ook met een optie komen waarmee Facebook-gebruikers frauduleuze advertenties makkelijker kunnen rapporteren.