En toen dook Eddie: 1992 was een topjaar voor Pinkpop

Topjaar: Pinkpop 1992 Dit weekeind is het weer Pinkpop. Na 50 jaar heeft iedereen een favoriete editie. Positief springt 1992 eruit, met Eddie Vedders riskante duik.

Pearl Jam-zanger Eddie Vedder duikt vanaf de cameralift van Rob van Rijn (rechts) het publiek in.
Pearl Jam-zanger Eddie Vedder duikt vanaf de cameralift van Rob van Rijn (rechts) het publiek in. Foto William Rutten

Het programma van de 23ste Pinkpop was nog overzichtelijk, met tien acts op de twee naast elkaar gelegen podia en The Cult als hoofdact. Een groot deel van de dag regende het pijpenstelen, met een heftig onweer bij Soundgarden als klap op de vuurpijl. Lou Reed verstierde de sfeer in het artiestenhotel door zich als een verzuurde diva te gedragen. Toch ging Pinkpop 1992 de geschiedenis in als een memorabele editie, volgens velen de beste ooit. Voor een belangrijk deel komt dat op het conto van Eddie Vedder en ‘de sprong’. De zanger van grungeband Pearl Jam vond dat er aan het eind van zijn enerverende optreden een kloof gaapte tussen hem en het publiek. Hij beklom de camera-arm van de NOS-televisie, overzag zijn kansen en maakte een sprong vanaf zeker drie meter hoogte. Het publiek, extatisch, ving hem op. ‘The biggest stage dive ever’, zeggen ze nog steeds op internet.

Vrolijk was het al meteen bij Hallo Venray, de openingsact die opzien baarde toen zanger Henk Koorn op een pogostick over het podium hupste, in hotpants en netkousen die hij onder zijn knalgele kostuum vandaan ritste. Koorn herinnert zich nog goed hoe hij de avond tevoren in zijn Limburgse hotel de hotpants uit een ‘gewone’ broek had geknipt. „We waren een rockband, altijd gebleven. Maar onze houding was anti rock-’n-roll: van ons hoefde je het niet per se zo serieus te nemen.”

De opzienbarende act van Hallo Venray tijdens het nummer ‘Hot Pants’ kwam uitgebreid op tv en de band uit Den Haag die al sinds 1985 optrad was opeens landelijk bekend. „Daar hebben we wel mazzel mee gehad”, zegt Koorn, die Hallo Venray zonder hitsucces dertig jaar draaiende heeft kunnen houden. „Zelf ben ik helemaal niet zo’n festivalmens. The Cult heb ik die avond live op tv gezien; toen waren we alweer thuis.”

1992 viel op als het jaar waarin acts uit het clubcircuit tot Pinkpop doordrongen. Dat zegt Carlos van Hijfte, indertijd boeker bij Double You Concerts, sinds 1988 onderdeel van Mojo Concerts. Van Hijfte zag de opkomst van bands als Buffalo Tom als een signaal dat het clubcircuit het aan het winnen was van de gevestigde, voorspelbare festivalacts. „Nirvana stond op het punt van doorbreken en de komst van Soundgarden en Pearl Jam naar Pinkpop vervulde mij met trots, omdat die in korte tijd omhoog waren gekomen uit de clubs. PJ Harvey kwam zelfs helemaal uit het niets, hoewel die bij het management van U2 zat en er flink aan haar werd getrokken. Muzikaal was het gewoon een soort punkrock: rafelige muziek met maar drie muzikanten op het podium. Ik vond het een stoer optreden, met de zangeres in een leren jackie en verder geen poespas.”

Lees ook: Herinneringen en tips: Pinkpop volgens de NRC-critici

Alles was kleiner en eenvoudiger dan nu, zegt Van Hijfte. „Backstage had je tien portacabins voor de artiesten en dat was dat. Tegenwoordig worden voor de grotere bands hele enclaves ingericht, waar gewone mensen helemaal niet meer in de buurt mogen komen. Toen waren er minder regels en verliep de organisatie vrij rommelig. Van de regen op Pinkpop ’92 kan ik me niks herinneren; ik heb waarschijnlijk de hele dag in het productiehok gezeten.”

De duik

Een beetje nattigheid mocht niet deren voor bezoeker Eric Lenders, die als Limburgs muziekliefhebber vooral was gekomen voor de regionale favoriet Rowwen Hèze. „Het was mijn derde Pinkpop”, zegt Lenders (51). „Rowwen Hèze had ik toen al zeker 25 keer zien spelen, maar dit was hun landelijke doorbraak. Bij optredens in een Limburgs dorp als Horst of mijn woonplaats Panningen kon je dat allang zien aankomen, want daar straalde zanger Jack Poels zo’n energie uit dat het net leek alsof je naar Bruce Springsteen in de kroeg stond te kijken. Op Pinkpop viel dat allemaal op zijn plek. De stromende regen droeg bij aan het saamhorigheidsgevoel.”

Ik was close-ups van hem aan het maken toen hij bij mij op de cameralift sprong

Rob van Rijn, cameraman

Omdat hij toch al vooraan stond bleef Eric Lenders hangen bij Pearl Jam. „Eddie Vedder bespeelde het publiek en het hele veld kwam in beweging. Tijdens het nummer ‘Porch’ klom hij op die camera-arm en stonden we allemaal klaar om hem op te vangen. Op filmbeelden kun je mij nog zien, een paar meter ervandaan.”

Cameraman Rob van Rijn (nu 58) zag aan de blik van Eddie Vedder dat hij iets van plan was. „Ik was bezig close-ups van hem te maken toen hij bij mij op die cameralift sprong. Behoorlijk gevaarlijk, want zo’n apparaat hangt in balans en beneden staan mensen die tegenwicht moeten bieden. Ik begon gelijk te schreeuwen dat ze op moesten letten. Als hij springt klapt dat hele ding omhoog, riep ik. Eddie Vedder dacht dat ik boos op hem was, omdat ik zo schreeuwde. Maar dat was niet zo; ik snapte zijn actie en wilde hem veilig laten springen.”

Lees ook: Herinneringen en tips: Pinkpop volgens de NRC-critici

In 2018 stond Pearl Jam opnieuw op Pinkpop en kreeg Rob van Rijn de uitnodiging om Eddie Vedder backstage te ontmoeten. „Ik werd met een taxi opgehaald en Eddie begon zich gelijk te verontschuldigen. Thuis heeft hij in de gang tussen zijn slaapkamer en badkamer een foto hangen van de sprong. Hij kijkt er elke dag naar, vertelde hij me. Al die jaren heeft hij gedacht dat ik hem verfoeide, maar dat kon ik hem uit zijn hoofd praten. Een enorme opluchting, was dat voor hem. Hij had een brief voor me geschreven met zijn verontschuldigingen, bijna als een songtekst. ‘The Cameraman’ stond er boven. Al die jaren was hij bang geweest voor deze ontmoeting, maar nu ontving hij me als een oude vriend.”

Furieus die dag was alleen Jan Smeets, toen The Cult zich op Pinkpop 1992 niet aan de afgesproken speeltijd hield en de avondklok van de gemeente Landgraaf werd overschreden. Smeets rukte de microfoon van zanger Ian Astbury uit de standaard en maakte voor de volhouders onder de 55.300 bezoekers een abrupt einde aan de mooiste Pinkpop ooit.