Opinie

Een korps dat niet openstaat voor ander beleid is een gevaar

Brandweer

Commentaar

Een ontslag dat eraan zat te komen, zo valt het gedwongen vertrek van de Amsterdamse brandweercommandant Leen Schaap het best te omschrijven. Bij zijn vertrek demonstreert Schaap precies die eigenschappen waarvoor hij destijds werd gevraagd: onbuigzaamheid, zelfvertrouwen, eigengereidheid. Schaap verzette zich tegen zijn vertrek, hoewel vrijwel niemand in het brandweerkorps zich naar zijn autoritaire leiderschap wilde voegen.

Tegelijk heeft hij wel vorderingen gemaakt, al was het maar omdat hij de crisis van zelfgenoegzaamheid, behoudzucht, intimidatie en bedreiging binnen het korps zichtbaar maakte. Met zichzelf dan als mikpunt. Hij ging met een keiharde, op discipline en confrontatie gestoelde stijl door roeien en ruiten in een poging het verval te stuiten.

Lees ook: De blanke mannenstam verlamt de brandweer

Dat leek grotendeels ontstaan door de kazernecultuur, gevolg van een organisatiemodel van 24-uursdiensten waardoor een fulltime brandweerman jaarlijks maar negentig werkdagen aan het korps kwijt is. Brandweerman werd aldus een vrijgevochten deeltijdberoep dat tweede en soms derde banen mogelijk maakte. Er groeide aldus een giftige, gesloten machocultuur, waarin alle verandering, vernieuwing of verbetering werd gesmoord. Daarin is het Amsterdamse korps niet uniek: veel brandweerkorpsen worden gekenmerkt door een familiecultuur, weinig toezicht, veel vrijheid, met gelijktijdig hiërarchische verhoudingen bij de inzet. Nergens liep het echter zo uit de hand als in Amsterdam.

Dat bleek ook uit het onderzoek dat burgemeester Halsema vorig jaar door oud-generaal Peter van Uhm liet doen. Die verbaasde zich over het feit dat het niet verplicht bleek voor het personeel om bijbanen op te geven. Maar erger is dat het niveau van de bevelvoerders volgens Van Uhm beneden peil was omdat men zich verzet tegen tests en trainingen: de staande praktijk zou voldoen. Iedere poging om het korps te moderniseren strandde op stille sabotage of tegenwerking. Onbestaanbaar voor een dichtbevolkte stad die voor zijn veiligheid zó afhankelijk is van de brandweer. Oud-politieman Schaap trachtte met disciplinaire maatregelen, inclusief strafontslag, orde op zaken te stellen. Wat in tot nu toe één proefkazerne resulteerde in een ander werkrooster.

Cruciale fout lijkt achteraf dat Schaap ieder talent voor public relations en tactisch handelen ontbeerde. Hoezeer een leider die er nu eens geen doekjes om windt, ook gewaardeerd kan worden, de manier waarop Schaap zijn mensen publiekelijk verwijten maakte, was weer het andere uiterste. Het is mogelijk om én kritisch én loyaal te zijn. Schaap wekte de indruk in een alles-of-nietsgevecht te zijn gewikkeld. Waarmee hij dus ook niet in staat bleek om prestaties te omarmen, rituelen te delen of personeel te prijzen.

Men kon elkaar wederzijds niet luchten of zien. Schaap was niet alleen een buitenstaander, hij werd een vijand. Dat ten slotte ook het stadhuis het vertrouwen verloor, wekt geen verbazing. Dat zijn vertrek gevierd wordt door zijn tegenstanders is een omineus teken. Het is nu aan de burgemeester en de korpsleiding om de resultaten te verdedigen – en een volgende commandant te zoeken die deze agenda kan vasthouden. Want een korps dat zich niet bijschoolt, zich niet openstelt voor gedragsverandering, geen nieuw beleid accepteert, is behalve onbestuurbaar ook onverantwoordelijk en op termijn incompetent. De brandweer dient de burger – en die heeft het voor het zeggen, via burgemeester, gemeenteraad en commandant. Alle medezeggenschap ten spijt.