Ankie Broekers-Knol: van de senaat naar asiel-mijnenveld

Asiel en migratie Deze week leek ze afscheid te nemen van de politiek. Ze keerde meteen terug. Op asiel en migratie, een van de lastigste Haagse dossiers.

Nieuwe staatssecretaris Ankie Broekers-Knol was zes jaar senaatsvoorzitter, maar heeft geen bestuurlijke ervaring.
Nieuwe staatssecretaris Ankie Broekers-Knol was zes jaar senaatsvoorzitter, maar heeft geen bestuurlijke ervaring. Foto ANP / Bart Maat

Asiel en migratie – misschien wel de meest polariserende en emotionele onderwerpen van het moment. Maatschappelijke discussies erover verzanden algauw in een loopgravenoorlog: ter rechterzijde roepen politici dat ons land „overspoeld” wordt door migranten. Aan de linkerkant wordt juist een ruimhartiger beleid geëist.

Aan VVD-coryfee en jurist Ankie Broekers-Knol de taak om koers te houden. Als nieuwe staatssecretaris van Justitie en Veiligheid wordt zij verantwoordelijk voor asiel en migratie. Zij volgt de onlangs afgetreden Mark Harbers op.

Dat is een verrassende keuze en niet omdat Broekers-Knol met haar 72 jaar de oudste staatssecretaris is bij aantreden die Nederland ooit kende. Het is onverwacht, omdat zij pas dinsdag afscheid nam als voorzitter van de Eerste Kamer. De VVD koos voor verjonging en haalde haar van de lijst. En de keuze is opmerkelijk, omdat Broekers-Knol bekend staat als een eigenzinnige vrouw, die geen blad voor de mond neemt en meermaals tegen de partijlijn inging.

Buiten kijf staat Broekers-Knols jarenlange politieke ervaring. Ze zat sinds 2001 in de Eerste Kamer, vanaf 2013 als voorzitter, die door alle partijen werd gerespecteerd. Ook was ze voorzitter van de vaste commissie voor Veiligheid en Justitie. Bestuurlijke ervaring heeft ze niet. Op dat punt kan het lastig worden op het staatssecretariaat Asiel en Migratie, een post waar een uitglijder snel gemaakt is. Drie uitdagingen voor de nieuwe staatssecretaris:

Lees ook: over de struikelblokken van het Nederlandse asielbeleid

1. De uitvoering

Het beleid is op orde, maar de uitvoering hapert. Dat concludeerde een onderzoekscommissie deze week over de asielprocedures. Bij de Immigratie- en Naturalisatiedienst (IND) zijn lange wachttijden. Een van de problemen is dat uitgeprocedeerde asielzoekers niet worden uitgezet. En dat, zegt asielwoordvoerder in de Tweede Kamer Bente Becker (VVD), zou prioriteit moeten worden. „Vooral bij de overlastgevende asielzoekers die uit landen komen waar ze veilig naar kunnen terugkeren is dat van belang.” Dat betekent „veel in het vliegtuig stappen, overeenkomsten sluiten met die landen”, zegt Becker, die toevoegt dat het niet eenvoudig is. Ook regionaal moet de staatssecretaris toezicht houden, vindt Becker. „Illegalen krijgen als proef nu in een paar gemeenten opvang. In Amsterdam zegt een wethouder dat het erom gaat die mensen perspectief te bieden. Terwijl ze moeten sturen op terugkeer.”

2. Geen crisis

Onder druk wordt alles vloeibaar, luidt het cliché. Toen in 2015 de vluchtelingencrisis op zijn hoogtepunt was, en de instroom van asielzoekers in Europa en Nederland flink hoger lag, kreeg toenmalig staatssecretaris Klaas Dijkhoff (VVD) veel voor elkaar. Lastiger is het om zo veel draagvlak te krijgen wanneer het nadrukkelijk geen crisis is, „zoals nu”, zegt Bram van Ojik, asielwoordvoerder voor GroenLinks in de Tweede Kamer. „Om te beginnen moet de nieuwe staatssecretaris dat erkennen”, zegt hij. „Juist in deze periode van relatief weinig instroom moeten we slimme oplossingen zoeken om migratie beter te reguleren en een crisis zoals in 2015 te voorkomen.” Zo zouden echte vluchtelingen al in hun eigen regio asiel moeten kunnen aanvragen, stelt Van Ojik, zodat ze vervolgens veilig naar Europa kunnen.

3. Europese afspraken

Het Nederlandse migratiebeleid is voor een groot deel afhankelijk van wat er in Europa wordt besloten. De staatssecretaris moet vooral in Brussel bepleiten dat de EU gezamenlijk goede afspraken maakt over opvang en terugkeer. „De nieuwe staatssecretaris moet realistisch zijn en toegeven dat het huidige beleid niet werkt”, zegt Van Ojik. „Zo praten we in Nederland en in Europa al tijden over het sluiten van nieuwe migratiedeals met Noord-Afrikaanse landen. Maar in Libië is het oorlog en Tunesië zegt bij herhaling nee.” Dus moet de staatssecretaris „politiek leiderschap” tonen, vindt Van Ojik, „het regeerakkoord durven loslaten en op zoek gaan naar een betere oplossing”.

Ook Becker ziet de beperkingen van Europees beleid. „De belangen van Europese landen verschillen, dat zal blijven. Dus moet Nederland kiezen voor dingen die voor ons belangrijk zijn, zoals het zorgen dat de Nederlandse manier van leven en het welvaartsniveau hier overeind blijven”, zegt ze. „Het regeerakkoord is daarvoor wat mij betreft leidend.”