De bands van Pinkpop 1985 zijn bijna allemaal vergeten

Pinkpop Zo kon het niet langer: een podium getimmerd door de plaatselijke timmerman en maar weinig bands van naam. Het publiek bleef weg. Artistiek en financieel was 1985 de bodem. Daarna begon de professionalisering.

De band Steel Pulse was volgens stagemanager Willem Venema de enige band die op Pinkpop 1985 nog iets tot de verbeelding sprak. Hier zanger David Hinds, enkele jaren later.
De band Steel Pulse was volgens stagemanager Willem Venema de enige band die op Pinkpop 1985 nog iets tot de verbeelding sprak. Hier zanger David Hinds, enkele jaren later. Foto Lennox Smillie

Tweede pinksterdag, 27 mei 1985, belooft een warme dag te worden. De vorige avond is de Amsterdamse groep Gaga naar Geleen gereden, omdat ze als eerste band zullen optreden op Pinkpop. Na een korte soundcheck begint de volgende ochtend, stipt om 11.00 uur het optreden. Dit zijn de jaren dat Pinkpop nog slechts één dag duurt, er wordt niet gekampeerd, er spelen acht groepen en om negen uur ’s avonds is het feest afgelopen. Kaartjes kosten 35,00 gulden.

De festivalweide is zo goed als leeg, ziet saxofoniste Barbara de Klein, als de vijf muzikanten het podium op komen. De Klein is nerveus voor het optreden, en dat wordt erger door de lege weide. Want wie zal er straks dansen op Gaga’s door Afrikaanse ritmes en funky bas voortgestuwde liedjes?

De Klein: „Terwijl we stonden te spelen kwamen er meer bezoekers binnendruppelen. Maar het leek weinig op dat grote veld. Wij speelden intussen onze populairste nummers, zoals ‘Zwartwit’ en ‘LocoLoco’. Gelukkig begonnen vooraan een paar mensen te dansen. Daar was ik trots op, en opgelucht.”

Silvano Matadin, bassist van Gaga: „We waren nog niet zo bekend, maar hadden een paar maanden daarvoor de Grote Prijs van Nederland gewonnen. Daarom mochten we een half uur op Pinkpop optreden. Voor ik het wist, was het voorbij.”

De zestiende editie werd het rampjaar. De kaartverkoop bereikte het dieptepunt van 15.000. De bezoekersaantallen schommelden de jaren daarvoor tussen de 20.000 en 40.000, na de succesedities van 1979-1981 toen de 50.000 gehaald werd - en groepen als The Police, The Pretenders, Dire Straits en Madness te zien waren. In 1985 is het Pinkpopprogramma een potpourri: er is rock van het Amerikaanse Jason & The Scorchers, reggae van het Britse Steel Pulse, punk van The Stranglers, plus de Zweedse gitaarvirtuoos Yngwie Malmsteen en de Britse hitparade-act King. Van de meeste groepen werd nadien nog maar weinig vernomen.

Het publiek houdt zich deze dag vooral bezig met zonnebaden.

Erik van den Berg, 24 en beginnend journalist bij muziekkrant OOR, kwam in zijn eentje naar Pinkpop, die dag. Hij is nerveus want hij zal zijn eerste festivalverslag schrijven. „Dat was opwindend, al vond ik het programma, afgezien van The Stranglers, niet erg aantrekkelijk. Het was ‘voor elk wat wils’, achtergrondmuziek. Ik lag voornamelijk in het gras, of liep wat heen en weer. Je moest in die tijd nog lang wachten tussen de optredens door.”

Brommen & piepen

Het affiche voor Pinkpop 1985. Ontwerp Cor van Wees/ Pinkpop

Hein Fokker, die op deze dag als tourmanager aan het werk is: „Toch was de sfeer prima. Mensen waren destijds minder kritisch dan tegenwoordig. Het publiek dat er was dronk zijn bier, rookte een jointje. Men stond geduldig een uur te wachten tot ‘one hit wonder’ King, hun ene hit zou spelen: ‘Love And Pride’.”

Maar bij het optreden van The Stranglers slaat de stemming om. De geluidsinstallatie laat het afweten, zodat gebrom en gepiep door liedjes als ‘Golden Brown’ en ‘No Mercy’ heen klinken. Na een optreden van zeven nummers verlaten de muzikanten het podium en komen ze niet terug voor een toegift.

Erik van de Berg: „The Stranglers waren op zich heel goed, maar door het slechte geluid weigerden ze een toegift. Toen ze niet terugkwamen werd het publiek boos en bekogelde het podium met bier, appels en sinaasappels.”

Barbara de Klein en Silvano Matadin hebben de hele dag backstage bij het zwembad doorgebracht, maar komen kijken als afsluiter Steel Pulse begint. Matadin: „Ik was al fan van hun muziek, en het optreden bleek een feest.”

Willem Venema, op dat moment werkzaam als boeker bij zijn eigen Double You en bij Mojo, is op Pinkpop als stagemanager aan het werk. „Er was die dag niet één band die later nog tot de verbeelding zou spreken. Behalve misschien Steel Pulse. Dat noemde je in die tijd nog geen ‘hoofdact’, dat kwam pas later.”

Fokker: „Het was het hoogtepunt van de dag. Alleen al wegens het torenhoge kapsel van voorman David Hinds, die zijn dreadlocks had opgebonden. Iedereen danste.”

Het einde?

Maar als om negen uur ’s avonds, na afloop van Steel Pulse, het terrein leegloopt, is de organisatie pessimistisch.

Tourmanager Hein Fokker: „Wij hadden het graag twee keer zo druk gehad, want dit kostte veel geld. Wat zou het betekenen voor de toekomst?”

De volgende dagen zijn de kranten kritisch. „Het zou best eens kunnen dat dit de laatste Pinkpop is geweest, waarmee dan een eind is gekomen aan een fraaie Limburgse traditie”, schrijft Het Brabants Dagblad, op 29 mei.

„De vraag drong zich op of een opzet als die van Pinkpop met een brede en bovendien zwakke programmering nog in deze tijd past”, schrijft de Volkskrant.

1985 blijkt een keerpunt. Zal Pinkpop stoppen of zich aanpassen? Als het festival wil voortbestaan, zijn hogere budgetten noodzakelijk, menen betrokkenen.

Hein Fokker: „Tot dan toe programmeerde Jan Smeets het festival zelf. Daarvoor had hij acht potjes met geld, een voor een rockband, een voor folk, een voor iets Nederlands, enzovoort. Dat was op zich een mooi uitgangspunt, maar in de praktijk was er doorgaans te weinig budget voor die ene grote band die je graag wilde hebben.”

Rond deze jaren raakt de muziekbusiness professioneler georganiseerd. Bands spelen niet meer uit liefhebberij, ze vragen hogere gages en moderne podia.

Venema: „Daarom was buurman Torhout/Werchter een gevaarlijke concurrent. Die bood meer geld. Een artiest kon altijd zeggen: ‘Dan gaan we wel naar België’.”

Lichtshows

Na het debacle van 1985, wordt Mojo, in de persoon van Willem Venema, voortaan verantwoordelijk voor de programmering - Jan Smeets houdt vetorecht. Om te beginnen moet het podium aangepast. „Dat podium werd tot dan toe ieder jaar door een plaatselijke timmerman op de lange zijde van het stadion, in de tribune getimmerd. Een plankier met een dak erboven, dus eigenlijk. Maar wat men in het buitenland gewend was, moest nu ook hier komen”, zegt Venema. „Want alles werd groter: meer apparatuur, meer licht, meer techniek.” Hoewel Pinkpop doorgaans voor donker afgelopen is, en er dus maar ‘een paar spotjes’ nodig waren, wordt nu in imposante lichtshows geïnvesteerd.

Een grote verandering, rond die tijd, is het toenemende belang van een beroemde hoofdact als publiekstrekker. Voor 1986 boekt Venema de op het moment populaire Britse band The Cure. „Zij eisten een speciaal nieuw podium. En dat kregen ze.” Zo heeft Pinkpop vanaf 1986 een ‘dubbel podium’, aan de korte kant van het stadion: een om op te spelen en de tweede om de spullen vast klaar te zetten.

The Cure kostte ongeveer net zoveel als alle andere bands daarvoor bij elkaar

Willem Venema, programmeur

Ook de gages gaan omhoog. „The Cure kostte in zijn eentje ongeveer net zoveel als alle andere bands in de tien jaar daarvoor bij elkaar. Jan heeft hard gevloekt en een aantal principes moeten inleveren, zoals lage ticketprijzen. Maar hij heeft ingestemd.”

Vanaf 1986 wordt Pinkpop weer een goed bezocht popfestival. De editie met The Cure raakt uitverkocht (50.000 bezoekers), en hoewel daarna enkele jaren volgen met minder bezoekers, behoudt het festival een solide positie - met een modern podium, beroemde hoofdacts en toenemende belangstelling van de media.

Gaga-bassist Silvano Matadin zal na 1985 nog vier keer op Pinkpop optreden, drie keer als bassist van de onstuimige rockrapgroep Urban Dance Squad, waar hij medeoprichter van is, en een keer als invalbassist in de band van Anouk. „Die eerste keer vond ik het al geweldig”, zegt Matadin. „Dat het veld behoorlijk leeg was, maakte mij niet uit. ‘Ik sta op Pinkpop’, dacht ik steeds.”