Cornelius Haga Lyceum mag niet uitbreiden naar andere steden

Islamitisch onderwijs De Raad van State noemt het onrechtmatig om bij aanvragen voor nieuwe scholen religieuze stromingen samen te voegen voor een hoger leerlingenaantal.

Directeur Atasoy van het Cornelius Haga Lyceum vroeg bekostiging aan voor multireligieuze scholen in vijf steden.
Directeur Atasoy van het Cornelius Haga Lyceum vroeg bekostiging aan voor multireligieuze scholen in vijf steden. Foto Koen van Weel/ANP

De omstreden Amsterdamse middelbare school het Cornelius Haga Lyceum zal voorlopig geen nieuwe vestigingen openen. Volgens de Raad van State heeft minister Arie Slob (Onderwijs, ChristenUnie) vorig jaar terecht de door Haga-directeur Soner Atasoy aangevraagde financiering voor nieuwe islamitische middelbare scholen in Rotterdam, Den Haag, Utrecht, Deventer en een tweede school in Amsterdam afgewezen. Dat heeft de hoogste bestuursrechter woensdag bekendgemaakt.

Atasoy, zo oordeelt de Raad, heeft onrechtmatig verschillende religieuze stromingen bij elkaar opgeteld om in die vijf plaatsen tot genoeg potentiële leerlingen te komen voor een nieuw Haga Lyceum. Atasoy vroeg bekostiging aan voor scholen op algemeen-bijzondere, protestants-christelijke, rooms-katholieke, islamitische en hindoeïstische grondslag. Er is volgens de Raad echter niet genoeg bestaande overlap „in het onderwijs en evenmin op andere terreinen van het maatschappelijk leven” tussen onder meer het hindoeïsme en de islam om de stichting van een school op grond van die religies te rechtvaardigen.

Lees ook: Het radicale netwerk rond het Haga

„Bij een combinatie van verschillende levensbeschouwelijke of religieuze richtingen”, aldus de Raad, „kan niet klakkeloos worden volstaan met een optelsom van het leerlingenpotentieel van elke afzonderlijke richting met het enkele doel om daarmee aan de stichtingsnorm te voldoen”.

Het besluit betekent opnieuw een tegenslag voor het Haga, dat in maart in opspraak raakte toen duidelijk werd dat de AIVD vreest voor antidemocratisch, salafistische tendensen op de school. De leiding zou mogelijk banden hebben met Tsjetsjeense terroristen en een „parallelle samenleving” nastreven. Een positief conceptrapport van de Inspectie van het Onderwijs werd om die reden nooit gepubliceerd en vervolgonderzoek van de Inspectie leidde tot een negatief oordeel, aldus de advocaat van Atasoy vorige week.

Puur islamitisch

De Raad verwierp in zijn besluit de verdediging van Atasoy, die nadat een eerdere aanvraag voor financiering werd afgewezen omdat het religies onterecht combineerde, tijdens de rechtszitting drie weken terug toegaf dat hij de nieuwe scholen niet daadwerkelijk multireligieus wil inrichten, maar puur islamitisch. Zich beroepend op het gelijkheidsbeginsel verwees hij naar een Utrechtse middelbare school die op basis van zes stromingen rijksfinanciering krijgt. Die school onderscheidt zich door kleine klassen en intensief onderwijs, aldus Atasoy, maar biedt niet daadwerkelijk humanistisch, algemeen-bijzonder, hindoeïstisch, islamitisch, reformatorisch en gereformeerd-vrijgemaakt onderwijs.

Lees ook: Situatie rond het islamitische Cornelius Haga Lyceum escaleert

En dus, verdedigde Atasoy zijn aanvraag, moet hij ook stromingen kunnen mixen om islamitische scholengemeenschappen te stichten. De Raad is daar echter niet in mee gegaan. Door die Utrechtse school te bekostigen heeft het ministerie een eenmalige fout begaan en de huidige minister is, zo oordeelt de Raad, „niet gehouden een onjuiste toepassing van de regelgeving te herhalen”.

Het oordeel zal een opluchting zijn voor de burgemeesters van de vier grote steden. In maart stuurden zij naar aanleiding van de waarschuwingen van de AIVD samen met hun onderwijswethouders een brief naar de Tweede Kamer, waarin zij ervoor pleitten om aanvragen van de bestuurders van het Cornelius Haga „voor subsidies, vergunningen, ontheffingen of erkenningen” voorlopig niet in behandeling te nemen.

Correctie (5 juni 2019): In een eerdere versie van dit artikel werd niet Arie Slob (Onderwijs, ChristenUnie), maar Ingrid van Engelshoven (Onderwijs, D66) als verantwoordelijke minister genoemd. In deze versie is dat aangepast.