Matt Shultz van Cage The Elephant op het Shaky Knees Music Festival in Atlanta, mei 2019.

Foto Ryan Fleisher/ Imagespace via ZUMA Wire

Cage The Elephant: ‘Wij zijn de playlist-generatie: onze oren zijn doorontwikkeld’

Cage The Elephant Op het vorige album wilde Cage The Elephant een hechte band zijn. Op Social Cues bespelen ze vooral de studio met al zijn mogelijkheden. Het resultaat is nog dansbaarder ook. Zaterdag op Pinkpop.

Daar lag hij, languit op zijn rug, op de grond van de studio. Zijn huwelijk was ontploft, een lievelingsneef was plotseling gestorven, twee vrienden hadden zelfmoord gepleegd. En uitgerekend op dat moment, terwijl hij werd bedolven onder de emotionele brokstukken, moest Matt Schultz (35) het moeilijkste liedje uit zijn carrière zingen. In ‘Goodbye’ ging hij voorgoed van iedereen afscheid nemen.

„I want to scream, I want to laugh, I want to close my eyes, I want to hide somewhere that’s hard to find.” Hoewel het voelde alsof zijn ziel in stukken werd gescheurd, zong hij de regels onderkoeld, bijna mompelend. „I wish you well. I wanna see you smile. It’s allright. Goodye, goodbye.”

Het werd een one taker: in één keer goed opgenomen. Schultz krabbelde overeind en verdween, om zich weer weken op te sluiten in zijn eigen ellende, zijn bandleden (inclusief zijn oudere broer en gitarist Brad) in verbijstering achterlatend.

„Het is geen open wond meer, maar nog wel een gevoelig litteken”, zegt de zanger maanden later in het kantoor van zijn platenmaatschappij in Londen, vlak voordat de vijfde plaat van zijn band Cage The Elephant is uitgekomen. „Ik hoop dit nooit meer mee te maken. Het waren de twee moeilijkste jaren van mijn leven. Het houdt me nog steeds bezig: ik droom er regelmatig over.”

Tot aan die ellende leek de geschiedenis van Cage The Elephant vooral op een jongensboek over vijf middelbareschoolmaten uit Bowling Green, Kentucky die naar Engeland verhuisden in de hoop het te gaan maken, en het vervolgens nog maakten ook.

Rebellie

Wat begon als springerige indierock evolueerde zich tot een eigenzinnig en veelzijdige oeuvre dat werd onderscheiden met Grammy’s en tournees langs steeds grotere zalen en festivals. Zaterdag speelt de band op Pinkpop. De show in de Amsterdamse Melkweg van 12 juni is uitverkocht.

Muziek was een mooie manier om de „sociale gevangenis van vastgeroeste archetypes’ van zijn geboortegrond te ontvluchten, zegt Schultz. „Kentucky was best rednecky. Omdat ik me met vooral bezighield met alle mogelijke vormen van kunst werd ik op school voortdurend gepest en uitgemaakt voor homo. Ik wilde eigenlijk acteur worden, maar dacht: laat ik eerst muziek proberen, omdat ik hoopte hetzelfde talent als mijn vader te hebben. Hij zat namelijk ook in bands en was altijd bezig met rock- en folkliedjes te schrijven.”

Toch gaf zijn moeder hem het laatste zetje, bekent de zanger, al was dat tegen zijn zin. „Toen mijn ouders net waren gescheiden, begon ze tot mijn grote schaamte met mijn football coach te daten. Dat maakte het leven op school dubbel zo zwaar. Tegelijkertijd was het een doorslaggevend moment: uit rebellie ben ik meteen gestopt met alle sporten om me volledig op de muziek te storten.”

Verrassen

Toen de band eenmaal de oceaan was overgestoken, ging er een wereld voor hen open. „In Kentucky hadden we drie radiostations: pop, classic rock en country. Pas in Engeland ontdekten we The Clash, Buzzcocks, Pixies, Gang of Four en zelfs David Bowie. Dat was een openbaring. Als we hun platen in ons tourbusje luisterden, zei niemand een woord. Wij moesten het geheim nog ontdekken dat zij allang wisten: dat je in de studio kon doen wat je maar wilde.”

Brad Shultz van Cage The Elephant op het Shaky Knees Music Festival in Atlanta, mei 2019. Foto Ryan Fleisher/ Imagespace via ZUMA Wire

Dat werd de belangrijkste leidraad voor Cage The Elephant, benadrukt hij. „Ik hoorde ooit een briljante quote van Paul McCartney: ‘Je kan nooit verbeteren wat je al hebt gedaan, je kunt alleen een andere richting opgaan.’ Dat is een diep inzicht waar ik altijd op terugval. Je moet niet zozeer het publiek maar vooral jezelf verrassen. Dat is het moeilijkste aan creativiteit: telkens willen blijven leren en altijd streven naar verandering. Elke plaat moet een onderzoek zijn. Maak je alleen muziek om je eigen status te bevestigen of wil je echt iets zeggen? Als je bij voorbaat al weet wat je wilt bewijzen, wordt het nooit een eerlijk experiment. Je moet het laten gebeuren.”

Volgende logische stap: het idee loslaten dat een band bestaat uit het vaste stramien van drums, bas, gitaren en zang. „In het Rolling Stones-nummer ‘Under My Thumb’ speelde Brian Jones opeens marimba in plaats van gitaar. Zoiets wilden wij ook. Daarom hebben we onszelf ook achter instrumenten gegooid die we nog nooit hadden bespeeld, van vibrafoon tot pedal steel. Zo ontstaat iets wat je niet verwacht.”

Beck

Componist David Campbell, vader van Beck, arrangeerde de uitgebreide strijkerspartijen. En hij piepte nog even zijn zoon op, voor het reggaenummer ‘Night Running’. „We hadden al een refrein, maar konden geen goed couplet bedenken. Toen we het nummer naar Beck stuurden, bleek hij in Azië op tournee te zijn. Twee dagen later had hij twee perfecte coupletten voor ons ingezongen. Hij had er zelfs nog vier varianten bijgedaan, voor het geval we de eerste niets zouden vinden.”

Lees ook: En toen dook Eddie: 1992 was een topjaar voor Pinkpop

Vergeleken met voorganger Tell Me I’m Pretty (2015), die werd geproduceerd door Dan Auerbach van The Black Keys, is het nieuwe album Social Cues een stuk dansbaarder. Gruizige gitaren zijn grotendeels vervangen door snerpende keyboards. „Dan wilde dat we een hechte band waren die in één keer alles goed inspeelde. Voor deze plaat wilden we juist minder een band zijn, maar meer een groep die niet zozeer de instrumenten, maar de studio bespeelde. Elk nummer moest klinken alsof het door een andere artiest was geschreven.”

Schrale tijden

Die aanpak past volgens Schultz ook perfect bij de tijdsgeest. „Wij zijn de playlist-generatie: onze oren zijn doorontwikkeld. Ik luister zelf achtereenvolgens naar The Cramps, dan Kendrick Lamar, Air, The Knife en Stevie Nicks. Verschillen tussen, r&b, funk, soul en afrobeat boeien me niet. Het gaat erom wat er bij je stemming past. Het is belachelijk om onderscheid te maken tussen rock-’n-roll en elektronische muziek. De gitaar is al honderd jaar elektrisch!”

Achteraf gezien was de vlucht naar Londen „een combinatie van een rock-‘n-roll-sprookje en strategie”, zegt Schultz. „Veel van onze helden hebben dezelfde route afgelegd: vanwege de beperkte oppervlakte werkt mond-tot-mond-reclame hier nog.” Toch waren de begindagen zeker niet gemakkelijk. „Het waren schrale tijden. We woonden met zijn allen in één huis. Er waren momenten dat ik niets had en naar de supermarkt ging om brood te stelen. Schandelijk, maar zo was het nu eenmaal.”

Schultz zucht. „Ergens ben ik altijd die arme man gebleven. Want afgezien van financieel succes en de blinkende buitenkant verschillen de high en de low life niet zoveel.” Hij zingt erover in het nummer ‘The War Is Over’: „I became a rich man, I held the world up with my hands. Inside I was a poor man, still screaming: I don’t understand.” Om toch weer te eindigen met de onverbiddelijke boodschap: „You can build your walls, love will tear it down.”

Inderdaad, geeft Schultz toe: „Dit album is geboren uit een hoop vernietiging. Omdat ik gedwongen werd om daarop te reageren, heb ik die eerlijkheid gevangen. Dat heeft de plaat extra diepte gegeven. Inmiddels kan ik er ook hoop in terugvinden. In die grote golf van ellende is dat het klein golfje vreugde dat volgde.”

Social Cues van Cage The Elephant is uit op RCA Columbia. Optredens: 8 juni Pinkpop, 12 juni Melkweg, Amsterdam (uitverkocht). Inl: cagetheelephant.com