Grote historische accuratesse in het NOS Bevrijdingsjournaal

Zap Deze nepjournaals, ter gelegenheid van de 75ste verjaardag van de invasie in Normandië, brengen je dichter bij de geschiedenis dan een regulier historisch verhaal.

Herman van der Zandt heeft verbinding met Martijn Bink in Rouen.
Herman van der Zandt heeft verbinding met Martijn Bink in Rouen. Beeld NOS Bevrijdingsjournaal juni 1944.

Het kan. Een goed en origineel idee bij de publieke omroep. Sterker: een goed en origineel idee bij de publieke omroep dat vlekkeloos wordt uitgevoerd. Sterker: een goed en origineel idee bij de publieke omroep dat vlekkeloos wordt uitgevoerd en dat wordt uitgezonden op een moment dat er daadwerkelijk mensen kijken.

Inderdaad, dit stukje gaat over het NOS Bevrijdingsjournaal juni 1944 dat deze week dagelijks wordt uitgeserveerd na het NOS Journaal van acht uur, ter gelegenheid van de 75ste verjaardag van de invasie in Normandië. Ze moeten een teletijdmachine op de kop hebben getikt bij de NOS, want correspondenten zijn gewoon ter plaatse. Tim de Wit legt vanuit Portsmouth uit dat daar zeer veel militaire beweging te zien is. „Hoe hou je dat allemaal geheim voor de Duitsers?” wil Herman van der Zandt („Vandaag is de 1485ste dag van de Duitse bezetting”) vanuit Hilversum weten.

De nepjournaals zijn televisie met een knipoog en een snufje Sinterklaasjournaal, maar het resultaat heeft grote historische accuratesse. Aan de Franse kant van het Kanaal stond verslaggever Martijn Bink maandag klaar om verslag te doen van de invasie. In Calais. „De Duitsers zijn ervan overtuigd dat de geallieerden hier aan land zullen komen.” Zo bevond de verslaggever zich 350 kilometer te noordelijk, een fijne illustratie van het feit dat journalisten zich nu eenmaal vaak net op de verkeerde plaats bevinden.

Ook laat Binks mislocatie zien dat hoewel de geallieerde aanval de dag was waarvan de Duitsers wisten dat die zou komen, deze toch verraste. Zulke elementen brengen je dichter bij de geschiedenis dan een regulier historisch verhaal. Dinsdag was Bink afgezakt tot in Rouen, waar de dagen van zware bombardementen als La semaine rouge de geschiedenis in zouden gaan.

Presentator Herman van der Zandt heeft precies de juiste ironische toets. „In het Oosten gaat het niet zo best”, zegt hij in de inleiding van een gesprek met een deskundige. Dat gaat vergezeld van mooie graphics, zoals er toch al visueel mooi werk wordt afgeleverd.

„Het is Code Rood voor de Duitsers. Het invasieseizoen gaat beginnen.” Het maakplezier spat van het scherm, tot de weerberichten aan toe. „Voor een invasie heb je meer nodig dan goed weer, kogels en geweren”, zegt Willemijn Hoebert dan. Er is immers ook licht nodig: volle maan. En gunstig getij. Meteen daarna toont ze op de weerkaart de aanwezigheid van twee lagedrukgebieden. Storm op komst. Wordt het nog wat deze week?

Maandag werd in Pauw verklapt dat later in de week een verslaggever in Berlijn zal staan om de stemming onder de Duitsers te peilen en te vertellen dat urenlang niemand Hitler durfde te vertellen dat de geallieerden aan land waren.

Heerlijke historische televisie dus. Het invasiejubileum levert toch al goede programma’s op: vrijdag werd Philip Freriks zesdelige In de voetsporen van D-day (Omroep Max) afgesloten met veel aandacht voor de verliezers.

Zo sprak hij uitgebreid met een Duitse veteraan, die vertelde hoe hij na de overgave verplicht naar films over de concentratiekampen moest kijken, wat hem zich deed realiseren dat hij misdadigers had gediend. Maar verderop had hij het toch nog over „mensen die ineens tegen Adolf waren”.

Zijn IJzeren Kruis koesterde hij, al kon hij dat pas in het openbaar dragen als hij het hakenkruis eraf zou laten vijlen. Wat hij al 75 jaar niet had laten doen. Daar kan een verslaggever een moralistische opmerking over maken, maar Freriks is ervaren genoeg om het moment te herkennen wanneer je de beelden voor zichzelf moet laten spreken.

Reageren

Reageren op dit artikel kan alleen met een abonnement. Heeft u al een abonnement, log dan hieronder in.