Opinie

Wij het hoofdkantoor, zij ‘t belastingparadijs

Menno Tamminga

Zit Nederland onder de knoet van de multinationals, zoals Shell, Philips en Unilever en nog een handvol internationaal werkzame ondernemingen met hun wortels en hun hoofdkantoor in Nederland? Je zou het bijna denken na het rondetafelgesprek dat de Tweede Kamer vorige week hield over belastingen en de ‘multi’s’.

De aanleiding was een primeur van Trouw, dat Shell in Nederland wel winst maakt, maar geen winstbelasting betaalt. Dat bleek overigens ook te gelden voor Philips, een andere deelnemer aan het gesprek. AkzoNobel deed er vaag over.

Wel profiteren van de samenleving (onderwijs, gezondheidszorg, rechtspraak), maar van je eigen profijt geen euro bijdragen? De Kamerleden reageerden verbaasd en verontwaardigd. Shell Nederland op zijn website: „Na aftrek van kosten en eerder geleden verliezen, bleef er geen winst over om belasting over te betalen.” Tijd voor medelijden? Dat hoeft niet, want Shell vervolgt met: „Wereldwijd betaalden we in 2018 ruim 10 miljard dollar winstbelasting.”

Lees ook deze analyse over hoofdkantoren van multinationals: van graag geziene gasten tot hoofdpijndossiers

De verdediging van Shell maakt drie dingen duidelijk. Het eerste is de impliciete afspraak tussen Nederland en de multinationals. Nederland het hoofdkantoor, de bijbehorende hoogwaardige banen en investeringen (onderzoek en ontwikkeling, opdrachten aan het midden- en kleinbedrijf), jullie en je beleggers een belastingparadijs – al mag dat niet zo heten. Dat riekt te veel naar bevoordeling van de multi’s ten opzichte van belasting betalende burgers en kleine ondernemers.

De verontwaardigde politici in het rondetafelgesprek kenden de impliciete afspraak niet of waren dat voor het gemak vergeten. Het is, zoals met meer in het leven, een kwestie van macht. En die machtsbalans is doorgeslagen naar het bedrijfsleven. Beleggers krijgen hogere dividenden, werknemers klagen over lage loonsverhogingen. De belastingdruk verschuift naar omzet (hogere btw voor consumenten), de belasting op winst gaat juist omlaag. Nog een puntje: de medezeggenschap van werknemers is zo nationaal georganiseerd dat multinationals daar, letterlijk, boven staan.

Klagen over Shell en vergelijkbare multinationals was een linkse hobby. Nu doet iedereen ’t. Maar wat doe je eraan? Snoeien in fiscale aftrekposten van bedrijven kan geen kwaad. De aftrek van de hypotheekrente op eigen woningen is immers ook versoberd.

Als het rondetafelgesprek iets duidelijk maakte, is het de kenniskloof tussen de Kamer, de fiscale wetgever, en de multinationals die de wet toepassen. Kennis is macht. Hier zat die macht bij de bedrijven. Tijd dus voor de Kamer om zelf serieus onderzoek te (laten) doen naar de gevolgen van de belastingwetgeving. Of laat men dat liever over aan de Europese Commissie? Die heeft de Nederlandse belastingpraktijken al meermalen op de korrel genomen.

De derde observatie betreft Shells belofte om zijn belastingbetalingen per land openbaar te maken. Dat is moedig. Meer informatie leidt vrijwel altijd tot meer vragen, maar misschien ook wel tot meer begrip, zoals Shell zelf hoopt.

Deze openheid doet recht aan de boven gememoreerde machtsverschuiving ten gunste van grote ondernemingen. Zij zijn geen publieke instellingen en vallen buiten de democratische controle, zoals die bestaat op gemeenten en rijksoverheid. Maar de multi’s hebben vanwege hun omvang en hun investeringen wél grote publieke impact. Daarom zijn ze een geliefd doelwit van maatschappelijke druk. Van actiegroepen, zelfs soms van beleggers. Zij snappen beter waar de macht zit dan de verbaasde politici aan die ronde tafel.

Menno Tamminga schrijft op deze plaats elke dinsdag over ondernemingsbeleid en economie.

Reageren

Reageren op dit artikel kan alleen met een abonnement. Heeft u al een abonnement, log dan hieronder in.