Recensie

Recensie Film

Verloren in het nieuwe China

Arthouse In ‘An Elephant Sitting Still’ geeft de jong gestorven Chinese regisseur Hu Bo zijn compromisloze, sombere visie op zijn land.

Weggelopen: Huang Ling (Wang Yuwen) en Wei Bu (Peng Yuchang)
Weggelopen: Huang Ling (Wang Yuwen) en Wei Bu (Peng Yuchang)
    • Peter de Bruijn

An Elephant Sitting Still wordt onvermijdelijk overschaduwd door de dood van regisseur Hu Bo, die kort na het voltooien van de film op 29-jarige leeftijd een einde aan zijn leven maakte. In de film dralen vier personages om elkaar heen en komen uiteindelijk samen. Het schoolmeisje Huang Ling (Wang Yuwen) loopt weg, als er een filmpje op internet verschijnt waarop ze te zien is met de schooldecaan waarmee ze een affaire heeft. Haar klasgenoot Wei Bu (Peng Yuchang) slaat op de vlucht, als bij een handgemeen zijn schoolgenoot Shuai verongelukt. Hij wordt gezocht door diens oudere broer, gangster Yu Cheng (Zhang Yu), die zijn eigen sores heeft met de liefde. Hij wordt geacht zijn broer te wreken, al voelt hij daar zelf buitengewoon weinig bij. De bejaarde Wang Lin (Li Congxi) gaat ook de straat op, als hij door zijn dochter en schoonzoon nadrukkelijk richting bejaardentehuis wordt gebonjourd.

Hu Bo was zeker niet de enige arthouse-filmmaker in China die vooral de keerzijde wil laten zien van het zo zelfbewust uitgedragen economische mirakel in zijn land. Van groei, dynamiek en vooruitgang is An Elephant Sitting Still hoegenaamd geen sprake. „Jullie zullen allemaal eindigen als straatverkopers’’, laat de decaan weten aan een van de leerlingen.

De film is met vier uur veel te lang, het acteerwerk is – bewust? – kunstmatig en de melodramatische ontwikkelingen stapelen zich teveel op. Maar tegelijkertijd maakt de radicale uitzichtloosheid van An Elephant Sitting Still ook indruk door de compromisloze visie van de regisseur.