Europese toezichthouder: Nederlandse wet tegen discriminatie niet voldoende

De politiek en media worden „nog steeds sterk beïnvloed” door xenofoob taalgebruik en bangmakerij, concludeert de Europese Commissie tegen Racisme en Intolerantie.

Voor- en tegenstanders bij een demonstratie tegen Zwarte Piet bij de intocht in Rotterdam, drie jaar terug.
Voor- en tegenstanders bij een demonstratie tegen Zwarte Piet bij de intocht in Rotterdam, drie jaar terug. Foto Marten van Dijl/ANP

De Nederlandse wetgeving tegen hatecrimes en discriminatie biedt onvoldoende mogelijkheden voor sancties. Dat stelt de Europese Commissie tegen Racisme en Intolerantie (ECRI) dinsdag in een rapport. Er wordt nog altijd weinig aangifte gedaan van hatecrimes, misdrijven die worden gepleegd vanuit een vooroordeel.

Het politieke debat in Den Haag en de berichtgeving erover in de media worden „nog steeds sterk beïnvloed” door xenofoob taalgebruik en bangmakerij. „Politici spreken openlijk over racistische overtuigingen en biologische superioriteit”, schrijft de commissie. Hierbij noemt de ECRI geen namen. De ECRI stelt verder dat online haatzaaien aan de orde van de dag is.

„Veel haattaal blijft langere tijd online staan. Veel mensen uit minderheden voelen zich uitgesloten door dit vijandige taalgebruik. In de onderzochte periode waren er ook veel door haat ingegeven aanslagen op moslims, moskeeën en lhbti-personen. En er zijn nog steeds antisemitische spreekkoren tijdens voetbalwedstrijden.”

Lager niveau op middelbare school

Kinderen met een migratieachtergrond en Antilliaanse kinderen belanden onevenredig vaak op de lagere niveaus van het voortgezet onderwijs. Deels door discriminatie, schrijft de commissie, hebben zij moeite met het vinden van stages en werk. De ECRI concludeert bovendien dat Roma-kinderen en kinderen van arbeidsmigranten risico lopen op een onderwijsachterstand of uitbuiting.

De ECRI beveelt Nederland te werken aan een „integratiestrategie” en „actieplan”, waarin wordt gezegd dat „integratie een tweerichtingsproces is” en „waarmee de hele samenleving wordt gestimuleerd inburgering te ondersteunen”. Zo zou de overheid gratis taalonderwijs en inburgeringscursussen moeten aanbieden. Op dit moment betalen inburgeraars hun eigen scholing.

Lees ook: Dit is wat je moet weten over etnisch profileren

Etnisch profileren voorkomen

Het advies aan het OM en de politie is mensen aan te moedigen aangifte te doen van haatzaaien. Ook moet haattaal op het internet snel verwijderd worden. Verder zouden politie en justitie maatregelen moeten nemen om etnisch profileren te voorkomen en „mensen uit minderheden vaker een helpende hand bieden”.

Uit onderzoek blijkt dat 61 procent van de respondenten met een Noord-Afrikaanse achtergrond hun meest recente aanhouding door de politie als etnisch profileren heeft ervaren. Hetzelfde gold voor 43 procent van de Turkse Nederlanders. De huidige wet is volgens de ECRI nog te vaag om op te treden tegen etnisch profileren.

De ECRI houdt toezicht op de naleving van de mensenrechten en houdt zich bezig met vragen rond de strijd tegen racisme, discriminatie, vreemdelingenhaat, antisemitisme en onverdraagzaamheid.