Familie van voorzitter P.C. Hooftprijs was ‘bewariër’ eigendommen van familie Marga Minco

P.C. Hooftprijs De bestuursvoorzitter van de P.C. Hooftprijs blijkt een kleinkind te zijn van de ‘bewariërs’ van de eigendommen van laureaat Marga Minco.

Marga Minco in 2004
Marga Minco in 2004 Foto Vincent Mentzel

Schrijfster Marga Minco, winnares van de P.C. Hooftprijs 2019, is op een schrijnende manier verbonden met de voorzitter van de stichting die de P.C. Hooftprijs uitreikt. Gillis Dorleijn is de kleinzoon van de mensen die zich na de Tweede Wereldoorlog de bezittingen van Minco’s Joodse ouders hebben toegeëigend.

Dat blijkt uit een boekje dat dinsdag is verschenen ter gelegenheid van de prijsuitreiking (die eerder dit jaar in besloten kring plaatsvond). Het boekje bevat het verhaal ‘Het adres’, dat Minco al in 1957 schreef, het juryrapport en Minco’s dankwoord. Daarnaast bevat het boekje een reconstructie van de kwestie, geschreven door Minco’s dochter Jessica Voeten, en een reactie van Gillis Dorleijn.

Dorleijn, voorzitter van het bestuur van de Stichting P.C. Hooftprijs, schrijft dat het verhaal hem en de andere kleinkinderen „pijnlijk heeft geraakt en ons in feite sprakeloos maakt”. Ze zullen hun best doen om wat er van de eigendommen nog aanwezig is alsnog terug te geven.

De curieuze verbintenis tussen de voorzitter en de auteur kwam aan het licht toen Minco vorig jaar hoorde dat Dorleijn haar zou gaan bellen met het nieuws dat ze de P.C. Hooftprijs voor haar literaire oeuvre zou ontvangen. Ze schrok. Het leek haar beter als iemand anders zou bellen.

Lees ook: Marga Minco: ‘Ik heb ze een spiegel voorgehouden’

In de reconstructie schrijft Voeten, Minco’s jongste dochter, hoe haar moeder indertijd de spullen van haar ouders probeerde terug te krijgen. Ze kreeg slechts enkele theelepeltjes terug. De familie Dorleijn had zich naar eigen zeggen dusdanig „geïnstalleerd” met de spullen dat ze er „geen afstand” meer van konden doen.

Bewariërs

‘Het adres’ is een kort verhaal over een jonge Joodse vrouw die als enige van haar familie de oorlog overleeft en op zoek gaat naar het adres dat haar moeder haar gegeven had, het adres van ‘mevrouw Dorling’, bij wie kostbare spullen in bewaring zijn gegeven. Deze mevrouw Dorling had duidelijk niet op de terugkeer van de verteller gerekend, en wijst haar de deur.

Het is een thema dat Minco in meerdere verhalen heeft uitgewerkt, dat van de ‘bewariërs’, zoals de bijnaam is gaan luiden van mensen die zich definitief hadden ‘ontfermd’ over Joodse eigendommen. ‘Dorling’ was niet de echte naam, maar een afgeleide van Dorleijn.

„Hij kan er niets aan doen” was Minco’s eerste reactie, schrijft Voeten. Om daarna de reconstructie van de geschiedenis tot aan de bekendmaking van de P.C. Hooftprijs af te sluiten met: „De echte naam uit ‘Het adres’ is nu bijgeschreven, waarmee zowel de literatuur als de geschiedenis zijn loop heeft gekregen.”

Correctie (4 juni 2019): In een eerdere versie van dit artikel werd de voornaam van Gillis Dorleijn verkeerd geschreven als Gilles.